Teutoonse ridders

Bezoekers aan Noordoost Polen dat vroeger bewoond werd door oorlogszuchtige (Baltische) Pruisische stammen, kunnen allerlei indrukwekkende kastelen in de gotische stijl danwel de pittoreske ruïnes ervan zien. De kracht van de muren doet denken aan hun duistere geheimen en aan de fascinerende geschiedenis van dit land dat getuige was van de opkomst en de ondergang van de Duitse (Teutoonse) orde.

De volledige naam van de orde is: „orde van het Duitse ziekenhuis van St. Maria in Jeruzalem” (Latijn: Ordo domus fratrum Sanctæ Mariæ hospitalis Theutonicorum in Jeruzalem). In Polen, door hun embleem: een zwart kruis op een witte achtergrond, heetten ze kort en eenvoudig „Kruismannen”. Door hun wetteloosheid, hun plundering en het afslachten van onschuldige mensen hebben deze Teutoonse ridders, in het Pools-Baltische gebied, een zeer slechte reputatie gekregen.

De Duitse orde is tijdens de derde kruistocht bij het beleg van Acca (1189) ontstaan. Duitse burgers uit Hamburg, Bremen en Lübeck richtten in dat jaar, een veldhospitaal op dat na de verovering van de stad (1191) werd omgezet in een permanent ziekenhuis (Maria ziekenhuis). Het beheer ervan werd in een nieuwe orde (ridders van het Maria ziekenhuis van de Duitsers) ondergebracht. Deze orde (met de zetel achtereenvolgens in Acca, Jeruzalem, Venetië) ging later ook andere ziekenhuizen beheren.

Het officiële oprichtingsjaar is 1191, toen heeft paus Clemens III het bestaan ervan officieel bekrachtigd. Toen de orde grote bezittingen rond de stad had verworven, begon het aantal leden snel te groeien. In de erop volgende jaren, vooral in de tijd van de grootmeester Herman von Salza,  kreeg ze ambities buiten de intramurale zorg. De orde wilde een economische en  politieke positie zoals ook de Tempeliers hadden, verwerven. Von Salza droomde zelfs van het vestigen van een krachtige, onafhankelijke monastieke staat. Voor dat doel moesten ze wel een geschikte plaats in Europa zien te vinden. De eerste poging deed de orde vroeg in de 13de eeuw, in Transsylvanië, waar ze was uitgenodigd door de Hongaarse koning Andreas II om het land tegen indringers te verdedigen. Maar toen het land, dat hen in leen was gegeven werd omgezet in een leengoed van de paus, heeft de verstandige koning, in 1225, de Teuroonse orde het land uitgezet. Afbeelding: Herman von Salza.

 Verovering van Pruisen

Vervolgens, in 1226, kreeg ze een andere uitnodiging, dit keer van ene Conrad, Pools hertog van Mazovië, wiens noordelijke landen voortdurend door Pruisen overrompeld werden. Hij leefde in de gebieden tussen de benedenlopen van de Vistula en Niemen (het nu Poolse Ermland en Mazurië). Die toenmalige Pruisen waren erg oorlogszuchtige Baltische stammen, cultureel en taalkundig verwant met de Litouwers en de Letten.

Pruisische volken in de 13de eeuw.

Aangezien geen van beide Poolse prinsen, noch de kloosterorde der cisterciënzers er in geslaagd waren hen te kerstenen, leek het  een goed plan de orde dat te laten doen. Ongelukkigerwijze heeft hertog Conrad de Hongaarse koning niet om advies gevraagd. Het doel was de kerstening van de Pruisen (maar in de praktijk ook de verovering van hun land). Dit plan kreeg goedkeuringen van de keizer (Frederic II) en Paus (Gregorius IX) De orde mocht de, op de Pruisen veroverde, gebieden in een eigen staat omzetten. Die staat zou dan als een leengoed van de hertog van Mazovië een onderdeel worden van het Duitse rijk (heilig Roomse rijk der Duitse natie). Echter in werkelijkheid werd de hertog erg bedrogen en was hij de gebieden gewoon kwijt! De eerste vertegenwoordigers van de orde (zeven ridders, onder leiding van Herman von Salsa) verschenen in 1230 op het Poolse grondgebied. Ze ontvingen de leenovereenkomst van hertog Conrad in Chelmo. Daarop hebben ze hun eerste versterkte nederzetting gebouwd die in 1233 onder de naam Toruń (Torn) stadsrechten kreeg. Zodra de orde zich in Toruń gevestigd, had begonnen de Teutoonse ridders met de verovering van Pruisen. Hun methode was als volgt: liquidatie van verspreide „vijandelijke” verzetshaarden; daarna de onmiddellijke bouw van versterkingen op de verworven landerijen en tenslotte de consolidatie van de macht door terreur.
De tekening: Pruisische strijders.

Teutoons kasteel in Toruń

Zo ontstond snel een goed georganiseerd netwerk van kastelen en burchten met daar rond de land- en bosbouw landgoederen die rechtstreeks beheerd werden door de Teutoonse ridders waarbij de landerijen bewoond en bewerkt werden door boeren uit Mazovië, Tsjechië en Duitsland. De (Baltische) Pruisen hebben zich dapper verweerd tegen de verovering van hun land door die Duitse ridders tot ze in 1283 volledig waren afgeslacht en dus eenvoudig ophielden te bestaan.

Teutoonse ridders

Gelegitimeerd door hun religieus fanatisme gingen de Teutoonse ridders verder met hun veroveringen. Na Pruisen keerden hun ridderlegers zich tegen Litouwen in het oosten en ook tegen Polen in het zuiden. Dit had verstrekkende politieke gevolgen voor beide landen – de heidense Litouwers beseften immers dat hun kerstening een perfect excuus was om hun land binnen te vallen en ook te germaniseren. Zich bewust van dit gevaar besloten de Litouwers om het vormsel uit handen van het reeds katholieke Polen te ontvangen en om, in 1385 in Krewa,  een Pools-Litouwse Unie aan te gaan. Als gevolg hiervan huwde Jagiello (heidense heerser van Litouwen), met Jadwiga Andegawenska (de katholieke koningin van Polen). Daarbij namen ze de achternaam Wladyslaw aan. Hiermee begon een nieuwe Poolse koninklijke dynastie. Deze Pools-Litouwse reactie ontnam de kruisridders het formele recht om Litouwen te veroveren of door te gaan met verdere veroveringen in het oosten.

Toestand van de Duitse Orde in de jaren 1260 – 1410

 Conflicten met Polen

De agressie tegen Polen leidde tot talrijke gewapende conflicten. Gevraagd om hulp in 1308 door koning Wladyslaw Lokietek (Ladislas de korte) voor de verdediging van Danzig tegen de hertog van Brandenburg, misbruikten de Teutoonse ridders de situatie om, na het afslachten van de onwillige burgers, Danzig en Pommeren te veroveren wat Polen van de toegang tot de Oostzee (Baltische zee) beroofde. In 1309 werd de Duitse vesting Mariënburg (Malbork), die er was gevestigd, zelfs de zetel van de grootmeester van de orde.

Kasteel Malbork, in de vroege 20ste eeuw

In 1327 viel de orde Koejavië en Wielkopolska binnen en vermoordden daar velen, vooral vrouwen en kinderen. In 1342 bereikten de troepen van de ridderorde de stad Poznan. Geen vredesverdrag kon de Teutonen (die altijd steun kregen van de heersers in West-Europa) dwingen om terug te keren uit de bezette gebieden, wat uiteindelijk in 1409 leidde tot het uitbreken van de oorlog. Deze oorlog brak ten slotte de politieke en de economische macht van de orde. Dat gebeurde toen in de nu heel befaamde Slag bij Grunwald (Groeneveld) op 14 juli 1410.

Slag bij Grunwald, Jan Matejko.

De slag bij Tannen-berg, Teutons, 1960

Een Pools-Litouws leger, onder leiding van Wladyslaw Jagiello, versloeg de Teutoonse ridders (hun grootmeester Ulrich von Jungingen kwam tijdens die slag om het leven), maar de definitieve ineenstorting van de orde was nog ver weg. In de jaren 1414-1421 en 1431-1435 vonden er weer verdere oorlogen plaats en werden de laatste Pruisen opgenomen in Polen. De teutoonse pogingen om de onafhankelijkheid te herstellen leidden tot een nieuwe Pools-Teutoonse oorlog in 1519-1521. De daarop volgende nederlaag was de grootmeester Albert van Hohenzollern-Sigmaringen gedwongen de religieuze staat om te zetten in een seculier hertogdom als een leen van de koning Zygmunt Stary (Sigmond de Grote). Zo werd een deel van Pruisen tot een Pools leen in 1525.

Het koninklijke en het hertogelijke Pruisen in de tweede helft van de 16de eeuw.

Sinds 1327 was in Lijfland (Inflanty, nu Letland en Estland) een afdeling van de Duitse orde actief. De „zwaardridders”. Ze genoten daar zelfs een bepaalde autonomie. Het bondgenootschap met Rusland in 1554 leidde tot een interventie van Polen, met als bijgevolg (in 1558-1570) de Litouwse-Russische oorlog. Als gevolg weer daarvan werd ook de lijflandse religieuze toestand geseculariseerd en kwam het zuidelijke deel, (het seculiere hertogdommen Koerland en Semgallen) als leengoed bij het Pools-Litouwse Gemenebest. Het werd geleid door de laatste grootmeester Gotthard Kettler, die er een eigen hertogelijke dynastie vestigde. De rest van het land van de zwaardridders werd opgenomen als een gemeenschappelijk domein van Polen en Litouwen. Een deel daar-van ging naar Denemarken.

Moderne tijd

In de volgende jaren ging de orde vrijwel ten onder door de vele interne geschillen. Opmerkelijk is wel dat, in tegenstelling tot de orde der Tempeliers, de Duitse orde nooit en nimmer officieel is opgeheven. Nadat alle bezittingen ondergeschikt werden aan Polen-Litouwen en seculier waren, zijn een aantal van hun religieuze activiteiten (voornamelijk in Duitsland) voortgezet. Mergen-heim werd hoofdzetel van de nieuwe (maar weer katholieke) Duitse orde. In protestantse landen werden alle baliwat (afdelingen) afgesplitst en volledig protestants. De katholieke orde werd door Napoleon, in 1809, zelfs afgeschaft. Maar in Oostenrijk echter, werd in 1814 opnieuw een katholieke Duitse orde opgericht.
Op de fotohet hoofdkantoor in Wenen.

Er is ook een Baliwat Utrecht in Nederland. De Baliwat Utrecht maakte zich in 1580 los van de Duitse orde. In 1637 maakte deze Baliwat zich zelfs onafhankelijk van de paus en zijn haar leden niet langer katholiek maar calvinist. In een wat rudimentaire vorm bestaat de katholieke orde vandaag nog steeds. Ze heeft haar hoofdkantoor in Wenen, is actief in Oostenrijk, Italië, Duitsland, België, Slovenië en Moravië. Ze houdt zich bezig met pastorale, educatieve taken en met liefdadigheidswerken.

 De Zwarte legende van de orde

Duitse orde staat voor  de gemiddelde Pool in een uiterst negatief daglicht. De zwarte legende erover ontstond door een zeer populair 19de eeuws romanverhaal van Henryk Sienkiewicz „Ridders van de Duitse orde”. De Kruisvaarders worden er in afgeschilderd als de meedogenloze moordenaars van de Poolse bevolking die nooit aarzelden de onschuldige dochters van tegenstanders (die ze ook nog blind maakten en verminkten) te martelen. Maar bedenk hierbij dat dit boek, (waarvan het hoogtepunt de grote slag bij Tannenberg is) werd geschreven om de Polen een hart onder de riem te steken tijdens een massale germanisatie tijdens de Poolse delingen (toen Polen als staat, niet meer bestond). De roman werd in 1960 verfilmd en vestigde een populariteitsrecord dat nog steeds ongebroken is.

                                             „Teutons”, Aleksander Ford, 1960

Het negatieve stereotype van de Teutonen bestaat tot op vandaag de dag. Het beste bewijs daarvoor zijn de controverses rond de wederopbouw van het standbeeld van Herman von Balka in Elbląg (hij was de stichter van de stad). Maar naast de misdaden, de fraude en hun dwaasheden zijn er ook positieve punten verbonden met de Duitse orde. De locaties, van steden volgens modernere Duitse opzet, werden het model voor veel later gebouwde Poolse steden zoals Warschau. Verder heeft de toestroom van westerse ridders (om de heidenen te bestrijden), Polen ook geopend voor de ridderlijke cultuur van West-Europa.

 Toeristische attracties

Vandaag nog bestaande Duitse kastelen, maar ook de indrukwekkende overblijfselen ervan, vormen de grote toeristische attracties in noordoost-Polen. Ze werden gebouwd in baksteen (vervolgens in steen) in gotische stijl. De combinatie van klooster en fort maakt ze zeer uniek in Europa. Ze zijn gebouwd op kleine heuvels, vaak in de buurt van rivieren en meren en de grondvorm is vaak een vierkant. De grootste Poolse, maar ook Europese, middeleeuwse vesting is het kasteel van de Duitse orde in Malbork (Duits: Mariënburg). Het was vrijwel onneembaar, zelfs voor koning Jagiello die het belegerde na de slag bij Grunwald.
De andere belangrijke bolwerken zijn de Teutoonse kastelen in Gniew, Kwidzyn, Golub-Dobrzyn, Bytów, Frombork, Lidzbark Warmiński, Paslek, Morag, Działdowo, Nidzica, Szczytno, Kętrzyn en Barciany.

 Kasteel in Kwidzyń

  Kasteel in Kętrzyn / foto rodzinna-turystyka.pl   

Vandaag zijn veel ervan in gebruik als musea, als de zetels van allerlei instellingen (als ridderlijke broederschappen) of als moderne hotels in gebruik. In de zomer vinden er verscheidene historische gebeurtenissen plaats zoals: shows met „licht en geluid”, toernooien en, in Malbork, het naspelen van belegeringen. Veel kastelen zijn verbonden met boeiende legenden en met soms de enge geesten van Teutoonse ridders die om middernacht verschijnen.

Masurië, Middeleeuws Festival 2010 – een toernooi van ridders in het kasteel in Ryn / foto: rodzinna-turystyka.pl  

Het belangrijkste openluchtevenement is wel de jaarlijkse reconstructie van de slag bij Tannenberg.

Zie ook: grunwald1410.pl

 Renata Głuszek

 Foto. Renata Głuszek, Wikipedia, rodzinna-turystyka.pl