Land van absurditeiten

De fijnste geur in het socialistische Polen was die van zoete sinaasappelen, velen herinneren zich dat met grote emotie. De reden is heel eenvoudig te verklaren: sinaasappelen waren slechts één keer per jaar, in de kersttijd, verkrijgbaar. De voorwaarde was wel dat men er in slaagde ze te pakken te krijgen want in die dagen werd het kunnen kopen van de gewenste goederen beschouwd als een wonder.

Somber en vreugdeloos waren die tijden, maar velen herinneren zich uit die dagen het lachen en de vreugde want we leefden in het land van de krankzinnigheden, die nooit en te nimmer bedacht zouden kunnen worden door scenarioschrijvers uit het westen. In die PRL-wereld en in het bijzonder in die van de burgers, die op de een of andere manier betrokken raakten met de waanzin, was het vernuft zeer groot. Nu gaat men gewoon naar de winkel en koopt wat men wil (als men het geld heeft). Dat is onmetelijk eenvoudiger, maar ook veel saaier! Nu is er zelfs een gebrek aan opwinding en voldoening wanneer men iets gaat kopen.

Toen ging men, bijvoorbeeld, een tv-toestel (net afgeleverd aan de winkel) kopen en kwam terug met een wasmachine. Die wasmachine werd gewoon gekocht omdat hij op dat moment te koop was. In het tijdperk van chronische schaarste was dat een heel goede reden. Tussen haakjes, een wasmachine maakte een belangrijk deel uit van de zoektocht van meisjes. Het behoort nu tot de familielegendes dat zo’n aankoop (door een meisje als de bruidsschat voor komende jaren) in een hoekje, bedekt met servetten, werd opgeslagen om geduldig te wachten op de bruiloft.

 Smaken uit de kindertijd

Absurditeiten vergezelden ons van onze geboorte af. Het was niet genoeg dat men niet gewoon luiers en babykleding, die op de bon waren, kon kopen. De panty’s waren vaak twee keer de lengte van de benen van een kind. Niemand wist waarom!

Oudere kinderen kregen geen chocolade, want tijdens de ergste economische crisis konden Polen het zich echt niet veroorloven de cacao te kopen. Chocolade werd vervangen door bekende imitatieproducten. Voor veel kinderen was in hun jeugd de lekkerste smaak het poeder met een sinaasappelsmaak. Eigenlijk moest het met een beetje water aangelengd worden, maar geen mens deed dat. Het was heel gebruikelijk het uit de hand te likken en dan te genieten van de smaak (met bruisend speeksel). Afbeelden: imitatie chocolade.

Een andere lekkernij was marmelade. – „Ik herinner me dat deze multi-vruchtenjam bewaard werd in houten dozen. Het was hard maar het smaakte uitstekend. Gemaakt uit vruchten van mindere kwaliteit en fruit van allerlei soorten afval. Maar zelfs wanneer fabrieksmedewerkers me vertelden welk een vuiligheid (appelwormen, muizen, vliegen, wespen) er in verwerkt waren, heeft dat me niet weerhouden van mezelf er mee te verwennen, met vers brood uit de dorpsbakkerij” – schreef iemand op het internet.

Het lijkt wel of we in het verleden beter bestand waren tegen ziektekiemen en bacteriën, zoals blijkt uit de enorme populariteit van het bruiswater dat op straat te koop was, geestig tuberculose water” genoemd. Het was kraanwater, doordrenkt met CO2 en soms met een toevoeging van citroen- of frambozensap. Verbazingwekkend is dat het gedronken werd uit slecht gespoelde glazen, maar we stopten niet het te drinken. (Coca-Cola was nog niet beschikbaar, het werd vervangen door de imitatie Polo Cocta.)

Carbonisator  en Polo Cocta – advertentie

Het Winkelen

Oh, dat kopen. Wellicht zijn de sterkste herinneringen wel verbonden met  het winkelen. Door de chronische tekorten aan goederen gingen mensen kopen wat ze wèl konden krijgen en stonden ze in kilometerslange rijen zonder precies te weten wat er te koop was. Zulke blinde aankopen” zijn de bron van veel sterke familieverhalen. Mijn tante stapte eens in zo’n rij zonder te vragen of het wel de moeite waard was. Tenslotte ontdekte ze dat het bijzondere aanbod bestond uit een pakje met vijf condooms”. De tijden waren inderdaad absurd, maar we kunnen niet ontkennen dat het, soms, ook wel leuk was” lacht een internetgebruiker.

 Wachtrij voor toiletpapier.

Helaas, het steeds weer in de rij moeten staan veroorzaakte ook veel spanningen en ruzies, zoals blijkt uit de opmerkingen in de zogenaamde klachtenboeken”, een minder amusante kant van de PRL. Hierbij een voorbeeld van zo’n passage. Lange wachtrijen vormden zich op straat, maar het winkelpersoneel weigerde een tweede kassa te openen hoewel er vier verkoopsters in de winkel zijn. Twee van hen zitten achter en drinken thee”. Daarna is de tekst afgebroken omdat de manager” vermoedelijk het notitieboek wegritste om haar verdediging in te voegen. FOUT, LEUGENS!”. Als manager verklaar ik dat er een lange wachtrij in de winkel staat als gevolg de van de grote aanvoer van aantrekkelijke goederen zoals olie, margarine en suiker. Daarom kunnen de verkoopsters de drukte niet aan.

Die aantrekkelijke goederen als olie, margarine, suiker en ook citroenen, oh, daarvan kon je alleen maar dromen. De galante bestuurder in de jaren ’60 de eerste secretaris van de Communistische Partij, Wladyslaw Gomulka, was de mening toe gedaan dat er voldoende vitamine C werd geboden door de zuurkool, waar hij persoonlijk veel van hield. Ik denk niet dat hij graag thee met citroen dronk! Vandaag de dag klinkt dat ongelooflijkwaardig. Geen wonder dat het winkelpersoneel door hun macht over de schaarse goederen, vaak heel bazig en onbeleefd was.

Winkel, 80-ger jaren, de wederopbouw, tentoonstelling „Wegen naar de Vrijheid”, Dantzig 

Opmerkingen als: „Ik wil graag de directie bedanken voor de verandering van het management en ook van het personeel in de winkel. De nieuwe medewerkers zijn professioneel en aangenaam. „Het leek wel of ik geholpen werd als voor de oorlog” waren schaars – zo schreef Stanisław Wiśniewski, een veteraan uit de Tweede Wereldoorlog.

Door het gebrek aan goederen kochten mensen ze meteen, als ze maar eventjes beschikbaar waren, om ze thuis op te slaan zodat in veel winkels de schappen leeg bleven. Nog een citaat: – Ik herinner me ook de stapels van schoolschriften met grijsblauwe en gele kaften, geplaatst in één van de kasten van mijn moeder. Ik moest ze nog lang na de val van het communisme gebruiken”. Sommige trofeeën lagen  wel jaren niet gebruikt in de originele verpakking. Vaak wist men niet wat te doen met zo’n aankoop. – Ik heb onlangs een melamine (een wit/gele soort bakeliet) ontbijtbord, geproduceerd door de PPSBK Prekom in Swinoujscie, gekocht. Het verbaasde me niet dat het, er onder geplakte, informatieblaadje vermeldt: niet geschikt voor contact met levensmiddelen”. Deze paar voorbeelden van zwarte humor kunnen met vele worden uitgebreid.

Eigen productie, niet geheel legaal

Het onvermogen om het verlangde product te kopen (zelfs alcohol was enige tijd op de bon) bracht de Poolse vindingrijkheid ertoe huisproducten, in concurrentie met het staatsmonopolie, te gaan produceren. De staat controleerde de productie van legale alcohol. Er was een tijd in de jaren ’80 dat je alcohol slechts na 13:00 kon kopen. Dit was een besluit van roerganger generaal Wojciech Jaruzelski, die zich, als geheel- onthouder niet kon voorstellen, dat men zich door het drinken van een glaasje wodka van wat stress kon ontdoen. In deze situatie is het niet verwonderlijk dat de Polen, moe van de zware levensomstandigheden, zich gedwongen voelden ‘s nachts hun eigen brouwsel te maken. In de volksmond stond het bekend als KPN (Koniak Pędzony Nocą (Kognac ge-Produceerd bij Nacht). Het werd bereid volgens een wel heel erg gemakkelijk te onthouden recept: 1410 (datum van de beroemde Slag in Grunwald). Die bestanddelen waren 1 kg gist, 4 pond suiker en 10 liter water. Het enige kleine probleem betrof de aankoop van de glazen distillatie spiraal omdat winkelpersoneel de naam en het adres van de koper verlangde. Ik gaf de naam van iemand die voor de veiligheidsdienst (de zeer gehate UB = Urząd Bezpieczeństwa) werkte, ja, ik was een varken … ” – Zegt een van de toenmalige producenten van die illegale alcohol nu. Afbeelding – een set om alcohol te maken.

 Culinaire hoogstandjes

De dorst lessen met bier of wodka gebeurde meestal in de restaurants of, minder deftig, in de cafés”, vaak mordownia” (een soort janboel, mord = moord). Hoewel je er het leven niet liet was het niet aan te bevelen er met een dame binnen te gaan. Toch zijn er vandaag veel mannen met sentimentele herinneringen aan die dichtbevolkte kroegen. Ze werden beheert door de barmeid, een vrouw die goed kon omgaan met een menigte aangeschoten mannen. Het was verplicht om het glasje wodka te kopen met een hapje”, meestal een haring of een stukje kaas op een tandenstoker gespietst. Terwijl de barmeid deze smaakmaker gaf, vroeg ze gewoonlijk: is het voor de consumptie of voor de verplichting?” Uiteraard was kaas of de haring voor de verplichting gortdroog en niet bedoelt om op te eten. Het diende alleen voor het geval er enige inspectie kwam. Een gebruikelijke bestelling was: verrekijker met een kwal” (twee glazen wodka met gelatine puddinkje) – zie foto rechts.

Bier werd meestal in de openlucht gedronken.

Bier was ook betaalbaar in een aantal betere restaurants, maar daar was men wel afhankelijk van het humeur van de ober. Men kon slechts gissen wat zijn slechte stemming zou kunnen verhelpen. In sommige restaurants vonden echter wonderen plaats die werden opgenomen als verplichte bijdragen in het klachtenboek zoals: – „Voor de eerste keer in Polen ben ik in een restaurant op de juiste manier bediend, dat betekent dat ik het bier vóór het eten kreeg, dat het hoofdgerecht warm en vers was, dat de wodka kleine blokjes ijs had, dat er aan het einde van de maaltijd thee kwam en dat de rekening “beschaafd” was. Ik ben vol waardering over zulk personeel”. K.W.

Het bezoek aan een bar in socialistisch” Polen is uitgegroeid tot een bron van vele anekdotes en grappen. De bekendste van de voedselgrappen heeft een politiek tintje en gaat over pierogi ruski (Russische knoedels). De grap is als volgt:

  • Een koks-stem uit het raam: – Wie bestelde ruski?”  (ruski = Russen, Russisch)
  • Een stem uit het publiek: – Niemand, ze kwamen vanzelf!”

Post-socialistische melk bar, Krakau

Allemaal hetzelfde

Ook  een auto was een voorwerp van groot verlangen. Het aanbod was heel beperkt: Warszawa, Syrenka (Syrene = zeemeermin) en Fiats, aan buitenlandse modellen waren de Oost-Duitse Trabant en Wartburg beschikbaar. De Fiats werden in licentie van de Italiaanse Fiat geproduceerd. Er waren twee uitvoeringen: de grote Fiat 125p en de kleine Fiat 126p (die heel liefkozend maluch(peuter) werd genoemd). Zijn voordeel was dat de chauffeur alle ramen met een doekje kon poetsen, ook de achterruit, zonder uit zijn stoel te komen. Een dergelijke „auto” moest het vlaggenschip van de gezinsauto’s zijn in het tijdperk van Edward Gierek (de jaren ’70). En dat was het!  Ondanks de beperkte ruimte bleken de Polen in staat er: een kookstel, een tent, slaapzakken en kleding voor twee weken in te proppen. Toen de familie ook naar het (socialistische) buitenland mocht, konden er ook nog wat spullen in om te handelen. Men ging nooit met lege handen op weg, want er was altijd wel iets wat je kon kopen of verkopen voor goud of U.S.-dollars. (De auteur van deze tekst heeft nog steeds een mooie ring die hij destijds over de Pools-Russische grens smokkelde). Op de foto: Fiat 126p.

Ondanks de genoemde en andere nadelen had het Socialistische Polen één heel groot „voordeel” – alle mensen leefden in min of meer gelijke omstandigheden zodat het verschijnsel jaloezie in sterke mate verdwenen was. Bij de absurditeiten van de PRL is het eerste wat opkomt „Bieszczady”. Ik bedoel niet de bergen maar de meubels die „Bieszczady” genoemd werden, die stonden  in vrijwel alle Poolse appartementen. Paulus had ze op de derde verdieping, Aneta op de eerste en Tom op de begane grond ook. Bovendien, Paulus had dezelfde keuken inrichting en dezelfde wasmachine „Polar” als die anderen. De uitdrukking „je ergens meteen thuis voelen” had een zeer letterlijke betekenis gekregen.”

 Een heel kenmerkend meubel 

Het leven in de PRL zou het onderwerp kunnen zijn van vele lange verhalen – het voorgaande geeft slechts een vluchtig inzicht in de kenmerken van die tijd en van het krankzinnige systeem. De absurditeiten waren al belachelijk gemaakt in de komedies die niet gebruikelijke „Comedies” waren, maar hulpmiddelen om de macht te bestrijden die zelfs de kleinste dingen voor je wilde bepalen. Hierbij nog maar een klein voorbeeld: „De onderwijsraad vraagt vriendelijk om voor te schrijven of de stokers van de centrale verwarming (in dienst van de scholen), al dan niet, melk kunnen krijgen. Wanneer zulks het geval is vertel dan a.u.b. of die melk, al dan niet, ter plaatse geconsumeerd moet worden”. Iemand die deze realiteiten niet kent, zal de zwakkere en kwetsbare zijden van de oudere Polen nooit begrijpen. Zij werden hun leven lang gedwongen om de vaak zinloze regels te omzeilen. Aan de andere kant hebben ze zo van jongs af een grote vindingrijkheid verworven.

Momenteel worden de absurditeiten van de PRL beschreven in een rijke literatuur. Ook het menselijk geheugen bewaard nog honderden van deze anekdotes en zoet-zure nostalgische herinneringen aan de duistere kwaadaardigheid van het vorige systeem.

Comedie: “Ik hou niet van de maandag”.

Hoe verder dat het communisme (in de tijd) van ons verwijderd raakt, hoe meer het “zure” deel van deze herinneringen zal vervagen. Er ontstaat dan zelfs een soort nostalgie naar die PRL. Maar geen zinnig mens zal, bij zijn volle verstand, willen terugkeren naar die tijd.

Het leven in de PRL – uit. Big Cyc.

Renata Głuszek

* PRL = Polska Rzeczpospolita Ludowa (Poolse Volksrepubliek = Communistisch Polen)

 Fotos: Wikipedia, public domain, Renata Głuszek