Łódź

De, in grootte, 4de stad van Polen ligt vrijwel midden in Polen maar het staat niet bekend als een van de grote toeristische attracties. De Polen gaan erheen om kle-ding te kopen of om relikwieën te bekijken. In de stad is geen karakteristieke markt, geen bijzonder stadhuis geen schilderachtige rivier. Zelfs de stadsnaam: Łódź (nl.: boot) is wat vreemd, van een geheel onbekende herkomst want er zijn helemaal geheel geen rivieren of meren in haar omgeving.

Maar toch is er iets dat Łódź onderscheidt van andere grote Poolse steden. Dat is haar unieke geschiedenis en haar multiculturele traditie, zonder die beide zou de grootsheid van de stad niet zijn ontstaan. Ooit werd ze het „Poolse Manchester” genoemd, want in de tijd van haar grootste pracht, de 19de eeuw, werd de ene textielfabriek na de andere gebouwd en hun eigenaren, in ieder geval de handigsten, maakten er grote fortuinen.

Veel sporen van die pracht en praal kunnen nog steeds worden gezien want deze stad werd niet verwoest tijdens de Tweede Wereldoorlog. Haar erfgoed is hier en daar zelfs gerestaureerd en er zijn nieuwe investeringen gedaan, zoals in het spoorstation Łódź Fabryczna (in 2016 voltooid). Maar dat verhuld niet de algemene toestand, een grote verwaarlozing, die zichtbaar is in de omgeving van het stadscentrum.

Het meest representatieve gebouw – het paleis van Izrael Poznański / foto: Lestat

Wat geschiedenis

De vroegste informatie over Łódź stamt uit 1332. Die vreemde naam komt mogelijk van de naam van een man „W-Lodz-isław” uit de voorouderlijke naam „LODZ-ic”. Tot in het begin van de 19de eeuw was de toekomstige grote stad maar een klein dorp. Rond 1820 woonde er slechts 767 boeren. De groei tot een groot industrieel centrum heeft Łódź te danken aan de textielindustrie en aan een wet (uit 1821) die de vorming van een indus-triële nederzetting mogelijk maakten. De eerste textielfabriek werd er in 1823 opgericht. Verder was een belangrijke factor, bij de ontwikkeling van de stad, de douane-unie tus-sen het Poolse Koninkrijk (waartoe Łódź behoorde) en Rusland, daardoor was de Rus-sische markt geopend voor de katoenproducenten uit de stad.

(Het Poolse Koninkrijk werd, in 1815 opgericht – door het Congres van Wenen – op het grondgebied dat veroverd was door Rusland (bij de Poolse delingen) en dat later werd opgenomen in het Russische Keizerrijk).

Uitzicht op de textiel fabrieken van Ludwik Geyer / foto: public domain

De omvang van de stad, in de 19de eeuw, werd door de dynamische groei van de bevol-king bepaald: 1820 – 767 inwoners; in 1860 – 32.000; dan in 1897 – 314.000; in 1913 zelfs 506 000. Kort voor de Eerste Wereldoorlog behoorde Łódź met 13.280 personen per km2! tot de dichts bevolkte industriële steden ter wereld. Echter de terugkeer van de Poolse onafhankelijkheid in 1918, had een heel negatief gevolg voor Łódź, doordat het oprichten van tariefmuren de toegang tot de Russische markt zeer beperkte. Dit leidde tot een zeer ernstige economische crisis.

Tot in de Tweede Wereldoorlog wa-ren er in Łódź vier grote bevolkings- groepen nationaliteiten: de Duitsers, de Polen, de Joden en de Russen. De Tweede Wereldoorlog heeft dit multiculturalisme volledig verwoest. De verloren oorlog verplichte alle Duitsers hun „Litzmannstadt” (naam van de stad in de oorlog) te verlaten terwijl de Joodse bevolking was uit-geroeid (Łódź had het, in grootte, tweede getto in Polen). Vandaag wordt de stad vrijwel uitsluitend door Polen bewoond.

Foto: publiek domein

Na 1945 is de industrie in de stad genationaliseerd, gemoderniseerd en haar structuur herschikt, maar de textielindustrie bleef overheersend – een vaardigheid door de ene generatie op de andere overgedragen. Andere belangrijke kenmerken van de stad wer-den de filmproductie en het onderwijs, waarvoor geen plaats meer was in het zo zwaar geruïneerde Warsaw. In 1948 werd er de Leon Schiller Nationale Hogeschool (voor de film, de televisie en het theater), opgericht en het daarop volgende jaar de Film Studio (grootste in Polen). Veel filmsterren konden hier worden gezien (aankomst ‘s ochtends vroeg met de trein uit Warschau) en de stad kreeg zelfs de informele naam HollyŁódź (het Poolse: Łó” klinkt als het Engelse: Woo”).

Het einde van het communisme in 1989 bracht nog geen positieve veranderingen voor de stad. Het ontbreken van een gemakkelijke toegang tot de markten in het oosten en de goedkope kledingimport uit China hebben geleid tot de ondergang van de staatsbe-drijven. De textieltraditie van de stad werd een legende, maar hun gebouwen staan nu bekend als het centrum voor productie van – en handel in – kleding (gedreven door de kleinere particuliere producenten). Ook het aanzien en het belang van het film-productie centrum is sterk verminderd (de Film Studio bestaat niet meer). Momenteel is Łódź op-nieuw op zoek naar nieuwe ideeën en dus naar een nieuwe identiteit.

Opmerking:
Er zijn niet veel liedjes over Łódź, maar één ervan hen werd een grote internationale hit, ook populair in Nederland: Theo, wir fahr’n nach Lodz. In 1974 werd het lied gezongen door de zangeres Vicky Leandros. De geschiedenis van het lied begint in de19de eeuw. Het was oorspronkelijk een nummer van Joden die in de buurt van Lodz leefden. (Lodz maakte op dat moment een sterke ontwikkeling door). De tekst begint met „Itzek, komm mit nach Lodz …” een aangemoediging om het wat achterlijke leven op het platteland te verlaten en naar de bloeiende, moderne, stad te gaan. 

Het beloofde land

In de titel van de roman van Władysław Reymont, verschenen in 1899, is het de plaats met de naam „het Beloofde Land”. Het boek werd, in 1974, verfilmd door Andrzej Wajda en zowel als tv-serie en als film genomineerd voor een Oscar. Eigenlijk dient men deze film gezien te hebben vóór het bezoek aan de stad). In „het beloofde land” werden heel grote fortuinen (meestal Duitse en Joodse) verworven en weer verloren. De getuigen er van bestaan nog steeds in de vorm van grote fabrieks complexen …

De Priesters Molen (Księży Młyn) – Complex textielfabrieken van Karol Scheibler

… en luxueus ingerichte paleizen.

De eetkamer in het Poznański paleis / foto: Przykuta

De grootste „koningen van de katoen” waren ooit: de Duitser Ludwig Geyer (1805-1869) – een van de pioniers van de textielindustrie; de Joodse Izrael Poznański (1833-1908) en de Duitser Karol Scheibler (1820-1881). Die ondernemers heten „Lodzermenschen” wat zowel een heel positieve- als een erg negatieve, minachtende, betekenis had. Voor sommigen was het een vindingrijke zakenman, die bewonderenswaardig was in het ver-zorgen van zijn arbeiders en van arme mensen (zoals Karol Scheibler was); voor veel anderen was het een meedogenloos, en hebzuchtig mens (zoals tot op zekere hoogte Izrael Poznański). Er er waren altijd veel mensen van de laatste soort in Łódź.

„Het Beloofde Land” toont de tweede soort „Lodzerrmenschen”. De hoofdpersonen zijn drie vrienden: een Poolse edelman Karol Borowiecki, een Duitser Max Baum (zoon van een kleine fabrikant) en de Joodse Moryc Welt. Deze mannen richtten een bedrijf op en bouwden (op krediet) een fabriek. De (onverzekerde) fabriek is in brand gestoken door de Jood Zucker, wiens sexy vrouw was verleid door Borowiecki. Dit betekende niet dat de Pool gebroken was en dat hij uit de zakenwereld stapte, maar dat hij trouwde met de primitieve dochter van de rijke Duitse fabrikant Mueller (heel gewetenloos verliet hij zo zijn subtielere adellijke bruid). Sommige karakters in de roman zijn vormgegeven naar Karol Geibler (Herman Bucholc) en Izrael Poznański (Szaja Mendelsohn).

De grootste „koningen van de katoen” waren: de Duitser Ludwig Geyer (1805-1869) – een van de pioniers van de textielindustrie; de Jood Izrael Poznański (1833-1908) en de Duitser Karol Scheibler (1820-1881).

Ludwig Geyer, Karol Scheibler en Izrael Poznański

Max Baum (Andrzej Seweryn), Karol Borowiecki (Daniel Olbrychski), Moryc Welt (Wojciech Pszoniak) / Het beloofde land 1974

Terzijde:
De Amerikaanse filmmakers begrepen niet hoe het arme, communistische Polen zich zulke prachtige omgevingen in het „het Beloofde Land” kon permiteren. In werkelijkheid werden veel scènes in een authentieke omgeving gefilmd, waaronder voormalige pa-leizen en fabrieken van Poznański en Scheibler veroorloven (antieke weefgetouwen, enz. waren echter vaak nog steeds gewoon in gebruik).

De kamer in het Karol Scheibler paleis die gebruikt werd in „het Beloofde Land”
met een foto uit de film aan de wand / foto: Renata Głuszek

De pracht van paleizen, orgieën en big business waren slechts één gezicht van de stad. Het tweede was de grote armoede en uitbuiting van werknemers.

Arbeiders wachtend op een baan, „Het beloofde land”

Dit betrof met name de vrouwen die meerdere machines tegelijker tijd moesten bedie-nen maar minder betaald kregen dan mannen. Hun situatie verbeterde niet, zelfs niet in het communistische Polen. Hun leven in de jaren ’70 van de 20ste eeuw verliep als volgt: 3.30 – wakker, ontbijt (thee uit de thermosflessen om lawaai in de keuken te vermijden zodat de kinderen niet wakker werden), de voorbereiding van het ontbijt voor de kinde-ren, naar de fabriek, het werk, dan staan in de lange rijen bij het winkelen, terug naar huis en het eten koken. Erg wanhopige vrouwen kwamen pas in januari 1971, eindelijk in opstand en organiseerden een massale staking, die de autoriteiten dwong om hun werkomstandigheden wat te verbeteren.

Weverij, in de jaren ’50 der 20ste eeuw / Wikimedia Commons

Multi-Culti
Het model van de samenwerking tussen verschillende nationaliteiten bleek in het 19de eeuwse Łódź goed te werken. De verhoudingen, in aantallen binnen de nationaliteiten, veranderde wel maar de grootste bedrijven waren altijd van de Duitsers, de kleinere van de Joden. Polen, meestal afkomstig van het platteland, vormden de arbeidersklasse en de (minst talrijke) Russen vertegenwoordigden de Russische overheid. Dat etnische en culturele conglomeraat was vrij van vooroordelen en van nationalisme. Verschillende religies leefden er vreedzaam samen, volgelingen van de ene religie bouwden tempels voor de volgelingen van de andere. Een voorbeeld daarvan is de orthodoxe Alexander Nevski-kathedraal. De bouw ervan werd financieel gesteund door de grootste fabrieks-eigenaren – (Niet zonder rekening te houden met hun welbegrepen eigenbelangen, de Joodse en de Duitse!). Verder werden de katholieke kerken medegefinancierd door de protestanten!

De Alexander Nevsky kathedraal / foto: Lorraine

Deze redelijk harmonische toestand ging reeds voor de Tweede Wereldoorlog verloren door het groeiende Duitse nationalisme, werd daarna verwoest door de oorlog zelve en tenslotte door de naoorlogse vijandigheid van de Poolse inwoners ten opzichte van de Duitse en de Joodse overlevenden. Naar die prachtige 19de eeuwse traditie van „multi-culti” verwijst momenteel nog het „Łódź Festival van de vier culturen” dat, al sinds 2010, de voortzetting is van het „Festival van de Dialoog tussen de vier culturen” (gehouden in 2002-2009). Dit festival presenteert theater, literatuur, film, muziek en beeldende kunst van: Polen, Duitsers, Russen en Joden. Het doel is om de tolerantie en de ideëen voor de vrede te bevorderen.

het Festival van vier Kulturen / foto: Zorro2212

HOLLYŁÓDŹ

De grote naoorlogse kans voor Łódź was de filmindustrie en het onderwijs: de al eerder genoemde Film Studio en de Staats Hogeschool voor film, televisie en theater die reeds vermeld is: het opleiden van acteurs, regisseurs en operators. De lijst van voortreffelijke afgestudeerden van die universiteit is heel lang, en toont onder (veel) meer de namen: Andrzej Wajda, Andrzej Munk, Roman Polanski, Jerzy Skolimowski, Krzysztof Zanussi, Krzysz-tof Kieslowski en Slawomir Idziak.

De fameuze trappen  in de filmschool, waar studenten (als Polański en Wajda) zaten
te wachten op de uitslag van het oordeel over hun film / foto J.Nicolas KONDA YANS

De prominente docenten, het uitgebreide educatieve programma en ook de sfeer van vrijheid gaven in de late jaren ’50 de grote faam aan deze universiteit. Vandaag is de tijd haar grote glorie voorbij en de gerenommeerde Film Studio bestaat niet meer. De apparatuur ervan is nog te zien in het museum voor cinematografie in het voormalige paleis van Scheibler in de Łąkowa straat.

Museum voor Cinematography / foto: Stevenlodz

In de jaren 2000-2009 vond in Łódź het internationale festival cinematografie: „Camera-image” plaats (het belangrijkste in de wereld). Er waren al plannen om een groot „Łódź Camera-image Centrum” te bouwen. Dit idee werd gesteund door de regisseur David Lynch. Helaas stierf dit idee doordat het stadsbestuur het niet financieel wilde steunen. Camera-image is nu verplaatst naar Bydgoszcz, zo verloor Łódź een grote wervende waarde.

Het moderne Łódź is nog steeds op zoek naar nieuwe projecten om haar identiteit te versterken en zo een goed gebruik van gelden van de Europese Unie te maken.

Het spoorwegstation: het oude van oktober 2011 /  foto: Zorro2212
en het nieuwe van februari 2017 / foto: Travelarz

De stad zou ook een veel goedkoper alternatief voor Warschau, voor het bedrijfsleven en voor de kunstenaars, kunnen zijn, omdat het opknappen van industriële gebouwen een groot aanbod aan commerciële- en residentiële appartementen oplevert, de zoge-naamde „lofts”. Verder geeft de oude architectuur het 19de eeuwse stadscentrum (Łódź heeft het grootste in Europa) de stad een heel unieke sfeer.

Een stadswandeling

Zoals elke stad ter wereld, heeft ook Łódź haar attracties voor toeristen. (Het is sterk aan te bevelen om de film „het Beloofde Land” te zien vóór een bezoek!). Hier volgen de meest belangwekkende:

Piotrkowska Street

Beeld uit 1914 / foto: Bundesarchive & Beeld uit 2016 / foto: Renata Głuszek

Een culturele- en representatieve straat, die momenteel een voetgangersgebied is. De gebouwen tonen verschillende bouwstijlen en sommige binnenplaatsen bieden meer dan één verrassing…

Een huis van Jan Petersilge – foto: Lestat, / Joods huis – foto Renata Głuszek

… Een daarvan is de Galerij van de Grote Mensen van Łódź – een groep van openlucht sculpturen in brons, ter herdenking van beroemde mensen van Łódź, waaronder de wereldberoemde Arthur Rubinstein en de dichter Julian Tuwim.

Monument voor Artur Rubinstein / foto: Renata Głuszek

De molen van de priester (Pol. Księży Młyn)

In het verleden:
Een fabriekscomplex van Scheibler. Het staat in verband met de woonwijk voor werk-nemers en heeft een fabriekswinkel, een brandweer, een ziekenhuis, een school en het paleis met park en vijver.
In het heden:
Een van de interessantste industriële overblijfselen ter wereld.

Weverij / foto.J. David

Ludwig Geyer White Fabriek – Centraal Textiel Museum

Een classicistisch geheel van fabrieksgebouwen, een der oudste Poolse monumenten van industriële architectuur (gebouwd in 1835-1837), nu is het de zetel van het Centraal Textielmuseum. Op de tentoonstelling toont men onder meer: oude gereedschappen, textielmachines en de reconstructie van een wevershal uit de tijd van de eeuwwisseling van de 19de naar de 20ste eeuw.

foto: HuBar

Tentoonstellings hal / foto: Renata Głuszek

Openlucht museum van hout architectuur

Dit museum ligt naast het Centraal Textielmuseum en omvat een meer dan 200 jaar oude kerk van larikshout, een zomervilla en vijf bijna 100 jaar oude huizen met de ten-toonstellingen van ambachtelijke workshops: over het weven, het glasblazen en het verven van stoffen.

Het bruine huis / foto: Polimerek

 Winkelcentrum Manufaktura

Dit winkel- en uitgaanscentrum bevindt zich in de voormalige fabriekscomplexen van Izrael Poznański.

Manufaktura / photo: Jakub Zasina

De grote grafitti
De gigantische muurschildering in de Piotrkowska Straat, is een van de grootste muur-schilderingen (graffiti) in Europa (30 m. lang en 20 m. hoog). De auteurs van deze reus-achtige muurschildering zijn lid van Design Futura.

Muurschilderij / foto: Nemo5576

Het Scheibler Paleis – Museum voor Cinematography

Het vrij kleine Scheibler paleis staat naast de molen van de priester en huisvest twee musea:

1. Scheibler Paleis (begane grond

Een reeks van uitbundige interieurs, met het kantoor van Scheibler, een spiegelkamer, de eetkamer in neo-maniërisme stijl, de Moorse kamer, de Neo-Rococo-slaapkamer. Alles heel indrukwekkend met een kostbare lambrisering en waardevolle apparatuur.

Scheibler paleis – interieur / foto: Olgerd Schoenwald

2. Museum voor Cinematografie

Dit toont de filmapparatuur, decorstukken en een werkende 19de eeuwse oude peep-show” van Augustus Fuhrmann, één van de vier die er zijn overgebleven op de wereld.

Kamera ooit gebruikt door Jerzy Kawalerowicz met de peepshow / foto: Polimerek

Stadsmuseum

Gevestigd in een voormalig paleis van Izrael Poznański aan de Ogrodowa Straat, is het een der mooiste gebouwen van de stad. De tentoonstellingen tonen de geschiedenis van de stad, de mensen en hun cultuur.

Photo: Jakub Zasina

De tombes:

Links:
de familie kapel (gebouwd in 1888) van de Scheiblers, een van de grootste in de wereld van de moderne tijd. (Hij is zo’n 37 meter hoog). Staat op het protestantse deel van de oude begraafplaats. foto: onbekend.

Rechts:
De tombe van Izrael Poznański de grootste joodse grafsteen ter wereld, op de Nieuwe Joodse begraafplaats / foto: Lawenda25.

Tekst: Renata Głuszek.

Published: 22 Februari 2017.