Poolse keuzen

Veel Nederlanders (maar waarschijnlijk niet zij alleen) vragen zich af waarom de Polen, bij de laatste parlementsverkiezingen (2015), voor de partij Recht en Rechtvaardigheid (PiS), gekozen hebben. Dit wordt (door de openlijke anti-EU-houding van deze partij) gezien als een afwijzing van de Europese Unie. Hoe komt het dat de Polen die zoveel steun en geld kregen toch zo ondankbaar zijn? Dit is een dramatische vraag, die toont dat de Nederlanders niet veel begrijpen van wat er in 2015 in Polen is gebeurd.

Deze kwestie werd gedeeltelijk verklaard in onze Brief aan een Nederlander, waarin we duidelijk stelden dat de parlementaire verkiezing van 2015 GEEN REFERENDUM OVER DE EUROPESE UNIE was. Hieronder presenteren we een meer diepgaande poging om deze politieke keuze van de Polen te verklaren. Die keuze was schijnbaar verrassend en lijkt de „Europese waarden” te verwerpen. De belangrijkste bronnen die de schrijfster van deze tekst gebruikt, zijn: een overzicht van het weekblad „Polityka” met als titel „Welk soort Polen (land) willen die Poolse mensen”, het rapport „Goede veranderingen in Miastko” (het neo-autoritarisme in de Poolse politiek vanuit het perspectief van een kleine stad) en het „Polityka” interview met de filosofe Agata Bielik-Robson getiteld „Nieuwe Middeleeuwen” (Een volledige bibliografie volgt aan het einde van dit artikel).

Eerst twee belangrijke toelichtingen:

  • De titel Miastko (betekent: Kleine stad) is een fictieve naam, maar het onderzoek werd uitgevoerd in een authentiek stadje in Mazovië, waar de PiS-partij de meeste steun kreeg bij de verkiezingen. Bedacht moet worden dat de geïnterviewden uit de volks- en uit de midden-klasse kwamen.
  • „Goede veranderingen” was de verkiezingslogan van PiS en is een propaganda-definitie van de veranderingen die door deze partij zijn geïntroduceerd nadat ze aan de macht kwam.

Om het begrijpen van de politieke motieven van de Polen gemakkelijker te maken, moet er worden verwezen naar het verleden van het land dat een dergelijke mentaliteit (met emoties en politieke attitudes) heeft gevormd die Polen nog steeds sterk van de meer progressieve westerse landen onderscheiden. In het interview voor „Polityka” citeert dr. Agata Bielik-Robson de mening dat „sommige ideeën nog wortel moeten schieten” ze moeten daartoe „de tijd krijgen”. Door haar dramatische geschiedenis heeft Polen die kans nog niet gekregen. Volgens dr. Bielik-Robson zijn in Polen de Middeleeuwen nooit echt beëindigd en is ons land in haar ontwikkeling (qua tijd) verstoord ten opzichte van het Westen.

Een goed voorbeeld daarvan is het analfabetisme dat hier tot het einde van de eerste helft van de 20ste eeuw (20% in 1938!) Heeft geduurd, terwijl dat in landen als de Nederlanden, Engeland en Duitsland al aan het begin van die eeuw vrijwel was geëlimineerd. In Polen was er daardoor een onoverkomelijke scheiding tussen verlichte, geletterde, elites en de ongeletterde massa’s. Dit leidt nog steeds tot een sterke, anti-elitaire houding in de Poolse (mentaal meestal landelijke) samenleving.

Bovendien bestonden er (tot in de Tweede Republiek 1918-1939) op het Poolse platte-land bijna slavernij-achtige omstandigheden. Die beschavingsachterstand in combinatie met het analfabetisme maakte het voor de „boeren” vrijwel onmogelijk om te worden opgeleid en sociale vooruitgang te boeken. Deze situatie is duidelijk veranderd in de naoorlogse periode, maar de effecten van die verlate onderwijs-onderontwikkeling zijn ook vandaag nog steeds waarneembaar.

Deze achterstand heeft ook de bijzondere Poolse religiositeit veroorzaakt (en houdt die nog steeds in stand) en schraagt – zoals dr Bielik-Robson denkt – een heidense, in-heemse boerencultus van het „noodlot” hetgeen een passieve, nederige verwachting met zich meebrengt ten aanzien van „wat het lot zal brengen”, die ook sterk aanwezig is in de Poolse kerken. (In tegenstelling tot de protestantse landen, werd de kerk in Polen, meer folkloristisch dan intellectueel en was ook niet zo sterk betrokken bij de educa-tieve opvoeding van de massa’s). Dit leidde tot de zeer sterke cultus van de „Moeder Gods als hoedster van de natie”, beschermster van onderdrukten, enz. Het is immers altijd gemakkelijker om voor de voorspoed te bidden dan om „het heft in eigen hand” te nemen.

Hetzelfde geldt voor de staat, die als institutionele beschermer (naar de mening van veel Polen) optreedt als de organisator van het leven van het individu en de garanties van de sociale zekerheid biedt. Deze missie werd beter (of slechter) gediend door de Volksregering van de PRL (Poolse Volksrepubliek), dat wil zeggen 1944 – 1989, die met werk, gratis gezondheidszorg, bevoorrechte toegang tot studies voor de boeren en de arbeiders, gratis flats voor werknemers, gratis vakanties, enz. de Polen in staat stelde om te genieten van een soort „onvolwassenheid”: dus van een gebrek aan noodzaak om voor zichzelf te zorgen.

Door deze sociale verworvenheden ontstond er een sterke politieke waardering voor de „werkende bevolking van de steden en dorpen”, dat wil zeggen de werkende boeren-klasse die in de PRL zat. De PRL was, zoals de Grondwet verzekerde, de belangrijkste heerser. Ook sterk aanwezig waren (gesteund door de heersende Poolse verenigde Arbeiders Partij – de PZPR – met name in de jaren zestig) de anti-elite sentimenten, onder andere in de vorm van campagnes tegen de uitdagende intellectuelen.

Na de ineenstorting van de PRL (de zogenaamde „komuna” = commune) in 1989, werd het verzorgende staatsmodel vervangen door een kapitalistisch-liberale staat. Toen kreeg de Poolse samenleving de sterk gewenste burgerlijke vrijheden, zoals opheffing van het communistische partijmonopolie, vrije verkiezingen, afschaffing van censuur, vrijheid te reizen naar het buitenland, enz., Maar aan de andere kant verloor de samenleving haar paraplu voor sociale bescherming. Mensen die vindingrijk waren of dichter bij de autoriteiten zaten, verdienden veel geld terwijl de grote massa (afhankelijk van de samenleving) materieel en in prestige achteruit ging. Veel begunstigden van het oude systeem werden daarom gezien als  degenen die geprofiteerd hadden van het politieke systeem, „de verraderlijke elitaire-leugenaars”, die stalen, zoals in het alge-meen wordt gedacht, grote bedragen ten kostte van de gewone mensen. Men kan wel stellen dat „gewone mensen niets voor hen betekenden” – zegt één van de burgers van Miastko.

Een duidelijke bevestiging voor deze meningen zijn de verhalen over de luxeuze diners (octopussen als voedsel!) van de vertegenwoordigers van de Plaftorma Obywatelska (Burger Platform) partij, die regeerde in de jaren 2007-2015. Dit feest, was om te vieren dat ze de enige partij was (in de geschiedenis van het vrije Polen) die 2007 – 2011 twee parlementsverkiezingen achter elkaar won, bewijst nu voor veel mensen dat ze een groep oplichters, verliezers, immorele mensen, corrupt, zonder respect voor de gewone Pool waren. De vele positieve veranderingen die zich toen in Polen hebben voorgedaan (dankzij investeringen van EU-geld) worden niet gezien als de verdiensten van de PO. Volgens de inwoners van Miastko zouden door elke partij, die daartoe over fonsen zou beschikken, die snelwegen, etc. zijn gebouwd.

Het sterke gevoel van persoonlijke waardigheid en de morele starheid van de midden-klasse zijn heel belangrijke kenmerken van de Poolse rechtse kiezer. Die diepe overtui-ging dat zijn eigen moraal, die hem boven de corrupte PO-elites plaatst, de factor is die dit deel van de samenleving een sterke rechtvaardiging geeft voor haar ambities om de macht uit te oefenen. Dit streven kan alleen worden bereikt met steun van de PiS-partij.

De ambities gaan veel verder – de PiS-kiezer beschouwt het als zijn plicht om Europa te beschermen tegen een overstroming door vreemde culturen, vertegenwoordigd door vluchtelingen uit islamitische landen. Dit gaat niet alleen over een angst voor vreemden (typisch kenmerk van de minder ontwikkelde Pool), terrorisme of economische angsten (verzet tegen het betalen van vluchtelingen en het niet accepteren van de gebruikelijke wil hun levens te verbeteren zou grote voordelen brengen). De Pool moet deze missie uitvoeren om de echte Europese waarden te verdedigen en om het te naïeve Europa te beschermen tegen het islamisme. In die zin was de minimalistische en niet-opwindende ideologie de samenleving te voorzien van „warm kraanwater”, naar voren gebracht door PO-leider Donald Tusk, ver beneden de hogere verwachtingen.

Men kan zich afvragen hoe het er voor staat met de liefde voor burgerlijke vrijheden, vrijheid van meningsuiting, democratie, onafhankelijkheid van de rechtbanken en alle waarden waarvoor Solidariteit in de jaren tachtig streed en die nu bruut door PiS zijn gebroken. Volgens het onderzoek in Miastko worden ook de rechters (inclusief de leden van het Constitutionele hof) die verwijderd werden uit de rechtbanken (met overtreding van de wet!) gezien als vertegenwoordigers van corrupte of in diskrediet geraakte elites. De heel geliefde beschuldiging (door laagopgeleide Polen) van diefstal door heersers is terug in meningen als: „Eigenlijk, iedereen met wie men over een rechtbank spreekt, bevestigt dat het dieven zijn” – zegt een van Miastko-burgers). Geen wonder dat de strijd van PiS met de rechtbanken en het hof wordt aanvaard als een strijd tegen instellingen die tegengestelde „goede” veranderingen wensen.

Dit zijn slechts enkele geselecteerde motieven van de keuzes, gemaakt door PiS kiezers, tijdens de laatste verkiezingen voor het Poolse parlement (Sejm). Ze zijn echter belangrijk, omdat ze laten zien dat het geen EU-referendum was en dat het geen pure corruptie was in verband met de beloften (gerealiseerd!) van een maandelijkse subsidie van PLN 500 voor elk gezin voor het tweede en volgende kind (ongeacht de materiële status).

Dit verklaart ook de brede maatschappelijke instemming om Polen terug te brengen in de realiteit van de PRL (overigens gerechtvaardigd door het voeren van een effectieve anti-communistische propaganda en retoriek, maar dit ter zijde) en door het grote verkiezings-resultaat van de PiS waardoor deze partij alleen kan regeren. Waarschijnlijk zit die regering goed, want de de steun voor de partij groeit.

Samenvattend:
Met de resultaten van hun onderzoek, hebben de schrijvers van „Goede veranderingen in Miastko” een speciale naam voor wat er in Polen gebeurt: „een neo-autoritarisme”, een niche-versie van het oude autoritarisme (massa), maar nu ingebed in een andere sociale context. Kaczyński [Jarosław, PiS president – rg] ondersteunt een divers publiek: de volksklasse, waarvoor geen plaats was in de middenklasse maatschappij, biedt hij deelname aan de nationale gemeenschap [een sterke nationalistische trend in het PiS-programma is een apart onderwerp [zie:
Nationaal Polen]. Verder gebruikt hij ook de subjectiviteit van het slachtoffer op een bekwame manier en motiveert veel mensen met de beloften de daders aan te pakken. Het slachtoffer krijgt zo een gevoel van morele superioriteit. Voor iedereen ontstaan zo conflicten met de „elites” maar het geeft hen een gevoel van waardigheid door zwakkere groepen aan te wijzen, waardoor die zich gesterkt kunnen voelen.

Dit alles geeft een nogal zorgelijk beeld van een hedendaagse, kleine Poolse stad. Maar gelukkig is niet hele de Poolse samenleving een monoliet in haar opvattingen. Volgens de Polityka poll „Welk Polen willen Poolse mensen” wijkt de visie van de Polen (van Jarosław Kaczyński) grotendeels af van de verwachtingen van de Polen in het algemeen. In de geselecteerde kwesties zijn de meningen alsvolgt:

Controle over de staatsmacht
58% – de winnende macht moet worden beperkt door de grondwet, de rechtbanken en door rechten voor minderheden / 24% is daar tegen.

Rechterlijke macht
57% – rechtbanken moeten een volledig onafhankelijke, afzonderlijke autoriteit blijven,
/ 31% – voor overheidscontrole.

Economisch model
45% – De Poolse economie moet gebaseerd zijn op staatsbedrijven of op het Pools kapitaal,
/ 36% – op particuliere ondernemingen die onderworpen zijn aan de rechtsregels en vrije markt.

Het sociale model van de staat
45% – moet zorgzaam zijn,
/ 41% – moet alleen de allerarmsten helpen.

De deelname van de kerk aan het openbare en openbare leven
69% – voor secularisme en de behandeling van religie als een privé-aangelegenheid,
/ 21% – voor de invloed van de kerk op de staat.

Europese Unie
27% – de betrekkingen met de EU moeten worden versterkt, 40% – handhaving van de status-quo / 18% – loslaten / 3% – uitstappen.

Redactionele conclusie:

“De meeste Polen hebben het idee van de liberale democratie in de West-Europese stijl niet losgelaten, ze zijn er instinctief aan gehecht en beschouwen het als een waarde-volle erfenis van de grote veranderingen in 1989. Maar ze zullen waarschijnlijk ook de verzorgingsstaat niet opgeven, enige economische zekerheid of zelfs declaratief.”

Dit laatste verklaart waarom de Polen instemmen met zulke ingrijpende veranderingen in het politieke systeem. In het kader van het 500+ -programma, dat voor veel gezinnen een aanzienlijke verbetering van de levensomstandigheden teweegbracht, lijkt deze op-tie heel begrijpelijk, zelfs als ze moeilijk te verwezenlijken zal zijn. De volgende lokale verkiezingen, in het najaar van 2018, zullen ons tonen hoe groot de steun voor de PiS is.

Lees ook: Polen, een zelfportret

 Renata Głuszek

Bronnen:

  1. Dobra zmiana w Miastku. Neoautorytaryzm w polskiej polityce z perspektywy małego miasta; Maciej Godula przy współpracy Katarzyny Dębskiej i Kamila Trepki
  2. Jakiej Polski chcą Polacy; Polityka nr 49 (3139) 6.12-12.12.2017
  3. Nowe Średniowiecze, Polityka nr 5 (3146), 31.01-6.02.2018

Gepubliceerd: 15 februari 2018

Afbeelding: Renata Głuszek

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *