RK-Kerk in de III RP

Er zijn honderden religieuze gemeenschappen in de Republiek Polen (III RP), die bijna alle religies en overtuigingen uit de moderne wereld omvatten. De meest bevoorrechte plaats neemt de katholieke Kerk in. Dit is niet alleen het gevolg van de religiositeit van de Polen en het getalsmatig overwicht van de katholieken (95% van de bevolking in 2011 volgens het centrum voor het publieke opinie onderzoek), maar ook vanwege de specifieke historische en politieke behoeften, na 1989 toen Polen terugkwam in Europa” omdat de autoriteiten herhaaldelijk geneigd waren de katholieke kerk voor hun politieke karretje te spannen, dan wel tenminste gedoogsteun te krijgen.

 Vóór 1989

De Volksrepubliek Polen was een seculiere staat en de katholieke kerk nam geen deel aan het officiële politieke leven. Na 1945 ontnam de communistische overheid haar de vele voorrechten door het intrekken van godsdienstlessen op de scholen, het instellen van een burgerlijk huwelijk en het toestaan van echtscheidingen, enz..

Het sociale beleid werd uitgevoerd los van de kerkelijke gedachten (als over abortus) en staatszaken werden gedaan zonder enige invloed van de geestelijkheid. Ook werd de geestelijkheid vervolgd (de arrestatie van kardinaal Stefan Wyszynski – de foto links, en de moord op pater Jerzy Popieluszko. Zij voerden oppositie tegen de communisten.

In de jaren ’80 veranderde de overheid haar beleid ten aanzien van de kerk geleidelijk, zo werd de kerk erkend als een bondgenoot bij de stabilisatie van de politieke situatie en bij de invoering van staatkundige veranderingen. Dit resulteerde op 17 mei 1989 in de goedkeuring van de Wet op de verhouding tussen kerk en staat in de Poolse Republiek (toen nog communistisch). Die wet gaf de Kerk weer veel voorrechten en ook de toezegging dat de staat de kerkelijke eigendommen die ooit in de Tweede Wereldoorlog in beslag waren genomen, zou teruggeven (of het verlies op een andere wijze zou vergoeden).

 Na 1989

Na 1989, tijdens de overgang, veronderstelden de bestuurders dat, om het publiek te overtuigen van de broodnodige maar pijnlijke economische hervormingen, het nood-zakelijk was om de gunst van de kerk, die van invloed zou kunnen zijn op de Poolse opinie, te verwerven. Die steun van de kerk moest gekocht worden met privileges, die soms zelfs schadelijk waren voor het nationale en maatschappelijk belang. Van dat moment af werd die steun een factor in het Poolse politieke leven. Met name tijdens een verkiezingsperiode of bij het verkrijgen van steun voor belangrijke beslissingen voor het land  zoals de aanvaarding van de nieuwe grondwet en de toetreding tot de Europese Unie. Het was dus van belang aan de wensen van paus Johannes Paulus II te voldoen (zijn ondersteuning van de Poolse oppositie in jaren ’80 was van grote betekenis). Dit alles zorgde ervoor dat de positie van de kerk veel verder werd uitgebreid dan de regelingen tot vaststelling van de officiële betrekkingen met de katholieke kerk (en andere religieuze organisaties) beoogden.

Het eerste gevolg was een concordaat tussen de Heilige Stoel en de Poolse Republiek, gesloten op 28 juli 1993, maar pas bekrachtigd op 23 februari 1998.

 28 juli 1993, het Bureau van de Raad van Ministers, de ondertekening van het Concordaat

De ratificatie van het concordaat werd vijf jaar uitgesteld door het omstreden karakter van veel bepalingen, die grote weerzin bij de niet rechtse partijen en organisaties opriepen. Enkele van die bepalingen zijn:

  • De schoolbesturen hebben geen enkele invloed op de katholieke inhoud van de onderwijsprogramma’s.
  • De kerk heeft, als enige, het recht haar zaken te beheren op basis van het canonieke recht. Dit betekent dat het kerkelijk recht boven het rechtsstelsel van het land staat.
  • De invoering van de mogelijkheid een kerkelijk huwelijk aan te gaan in plaats van het burgerlijke huwelijk, maar de priester dient de ambtenaar van de burgerlijke stand volledig te informeren.
  • De staat moet de Pauselijke Academie voor Theologie in Krakau financieren (huidige naam: Universiteit Paus Johannes Paulus II) in Krakau.

 

Pauselijke Academie voor Theologie, Krakau

Een verhit debat ontstond tijdens de voorbereidingen voor een nieuwe grondwet (1997). De belangrijkste onderwerpen in discussie waren de overwegingen ervan: het principe van scheiding tussen kerk en staat en het concept dat de staat ideologische neutraal is. Politieke stromingen (die sterk verbonden waren met de kerk) drongen aan op een opname in de pre-ambule van een beroep op God (invocatio Dei). Uiteindelijk heeft het compromis dat gelovigen en ongelovigen gelijk stelt gewonnen. Het desbetreffende deel van de preambule luidt nu als volgt:

(…) Wij, de Poolse Natie – alle burgers van de Republiek Polen, zowel zij die geloven in God als de bron van waarheid, gerechtigheid, goedheid en schoonheid, als zij die niet zo’n geloof delen, maar respect hebben voor de algemene waarden zoals die uit andere bronnen voortkomen (…) in de zin van verantwoordelijkheid tegenover God of tegen over hun eigen geweten, stellen hierbij deze Grondwet van de Republiek Polen vast”.

Het volgende gebied met grote geschillen was de invoering van het grondbeginsel van de scheiding van kerk en staat, dat is vervangen door een compromis: autonomie en onafhankelijkheid”. Een ander heet punt was het idee van een ideologische neutraliteit van de staat, dat bleek voor de kerk absoluut verwerpelijk te zijn. Dus werd Het begrip neutraliteit” uiteindelijk vervangen door de onpartijdigheid” op het gebied van religieus geloof. (Vóór het referendum ter goedkeuring van de nieuwe constitutie startte de kerk een campagne tegen de goedkeuring ervan, maar slaagde er niet om die te blokkeren). De Grondwet regelde uiteindelijk de kwestie van het onderwijs in religie in de scholen op basis van aanwijzingen van de minister van Nationale Opvoeding (ingevoerd op 30 augustus 1990). Deze aanwijzingen zijn in strijd met de wet! zoals werd opgemerkt door de burgerrecht advocaten Prof. Ewa Łętowska en Prof. Tadeusz Zielinski. De bezwaren worden echter (nog steeds) door het Grondwettelijk Hof, als ongegrond afgewezen.

Voorzitter Bronisław Komorowski en de kardinaal Stanisław Dziwisz.

 Confessionele staat

De hierboven genoemde rechtshandelingen betekenen niet dat nu de IIIde Republiek Polen als een religieuze staat gezien moet worden, maar het heeft wel alle kenmerken van een confessionele staat, waarin de invloed van de kerk op de politiek, haar positie en privileges, met name de economische, Europese normen verre te buiten gaan. Hier zijn een paar voorbeelden om deze situatie te illustreren:

  •  Het religieuze onderwijs op scholen wordt betaald door de staat, waarbij die geen invloed heeft op de inhoud van het catechisatie-programma (dit was oorspron-kelijk om over religies te leren, maar is nu de facto omgezet in catechisatie) en het stellen van eisen (door schoolbesturen) aan kerkelijke godsdienstleraren is feitelijk onmogelijk.
  • Het verwijzing naar christelijke waarden, bij de behandeling van een wet in het parlement (in vitro, abortus), zoals gebeurde door een katholiek kruisbeeld op te hangen in het parlement (dus schending van de grondwettelijke waarborgen van onpartijdigheid en gelijkheid van godsdiensten – het kruis werd ‘s nachts heimelijk opgehangen, in afwezigheid van de leden van het parlement).
  • Het ophangen van kruisbeelden in scholen en openbare instellingen.

  

Een kruis in de vergaderzaal van het parlement en een kruis in een school

  • Het kunnen weigeren van een abortus in openbare ziekenhuizen als gevolg van de religieuze overtuiging van de arts, zelfs als dit het leven of de gezondheid van de zwangere vrouw in gevaar brengt.
  • Het weigeren om, wegens religieuze redenen, anticonceptie voor te schrijven.
  • Het voortzetten van de AOW-betaling aan priesters, wat in strijd is met de bepalingen in het concordaat (de AOW van geestelijken wordt betaald als een compensatie voor de nationalisatie van de kerkelijk bezit (dat inmiddels is terug geven of royaal gecompenseerd)
  • Het blokkeren, door de kerk, van de seksuele voorlichting op de scholen.
  • Het gebrek aan controle door de staat op de economische activiteiten van de kerk, die onder een kerkelijke of charitatieve dekmantel vrijgesteld zijn van de belasting ten einde de winst van de kerk te vergroten, dit vaak in strijd met de wet (zoals: huurinkomsten uit huizen, winkels, ziekenhuizen, hotels, etc.)
  • De financiering door de overheid van katholieke scholen, zoals bijvoorbeeld de Katholieke Universiteit van Lublin.
  • Het vermijden van inhoudelijke gesprekken over, alle voor de kerk, onplezierige onderwerpen.
  • De overdracht aan de kerk van eigendommen, genationaliseerd na 1945 en het compenseren van die verliezen in de vorm van andere onroerend goederen en bezittingen, met een schending van het beginsel van de gelijkheid van beide partijen in de procedure. De lokale overheden, hebben geen rechtsmiddelen om in beroep te gaan tegen besluiten van de Commissie Eigendommen (met betrekking tot de overdracht van hun land of bezittingen aan de kerk).

Basiliek in Lichen, 2004

Een bijzonder schaduw op de verhoudingen tussen kerk en staat werd geworpen door de beruchte activiteiten van de Commissie Eigendommen” van het ministerie van Binnenlandse- en Bestuurszaken (1989 – 2011). Deze commissie dwong lokale overheden terreinen en gebouwen met een, grotere waarde dan die de kerk ooit had verloren, aan de kerk te schenken. Dit was een ernstige schending van de belangen van het lokale bestuur. Dit was mogelijk dankzij een te lage taxatie van die goederen waar tegen de gepasseerde overheden machteloos stonden. De leden van deze commissie (betaald door de staat, maar stonden niet onder haar gezag) bleken een ernstig risico voor de schatkist door de enorme verliezen die zo ontstonden. De handelwijze van deze commissie wordt nu onderzocht door het Centrale  Bureau voor Anticorruptie, maar lokale autoriteiten hebben geen wettelijke mogelijkheden om hun illegaal ontnomen onroerend goed terug te vorderen. In 20 jaar tijd hebben de leden van de Commissie Eigendommen meer dan 2.800 gevallen behandeld. De kerk heeft zo’n 65.000 hectare grond en 143 miljoen zl in contanten als compensatie” ontvangen.

De Poolse bevolking is zich nu zeer wel bewust van die financiële lasten (van de kerk) voor de staat. Deze bevoorrechte positie van die kerk roept dan ook een groeiend verzet op. Ook de overdreven kerkelijke invloed op maatschappelijke gebieden en op staatszaken wordt niet meer aanvaard. Een onderzoek  in 2008 uitgevoerd door het tijdschrift Wiez” geeft aan dat deze visie wordt gedeeld door ruim 80 procent van de Polen. Men kan Aannemen dat de houding van de politici, (steeds op zoek naar de steun van de geestelijkheid), niet aan de verwachtingen van hun kiezers voldoet. Dit vond haar neerslag in de onverwacht grote steun voor de Palikot Beweging bij verkiezingen voor de Sejm (november 2011). Palikot  stelde openlijk de noodzaak voor een secularisatie van de staat aan de orde. Dat geeft hoop op de start van een discussie over de rol en positie van de katholieke kerk in het nieuwe Polen.

Bijgewerkt: Maart 2016

Deze hoop werd de bodem in geslagen toen de staatsmacht in handen kwam van de partij Prawo i Sprawiedliwość” (de Wet en de Rechtvaardigheid) in 2015. Want de PiS verkondigde toen openlijk dat een samengaan van de staat en de religie noodzakelijk was en dat daarom Polen een echt nationaalkatholiek karakter moest krijgen. Die partij kreeg, daarbij uiteraard grote steun van de katholieke kerk.

Basiliek in Krakau-Lagiewniki, 2002

 Renata Głuszek

Gepubliceerd: 23.08.2012

Foto: Wikipedia