10de–19de eeuw

1. Prehistorie

In de neolithische periode (4000–2000 vbj) vestigden zich de eerste agrarische samenlevingen op het hedendaagse Poolse grondgebied. Toen ontstonden door het dicht beboste land de eerste handelsroutes. In het eerste millennium na het begin van de jaartelling (nbj) werd het gebied bewoond door diverse volken als  Kelten, Scythen, Hunnen en diverse Germaanse stammen zoals de Goten.

Biskupin, reconstructie van het kasteel uit het jaar 700 vbj.

Biskupin – visualisatie

Het is aannemelijk dat ook de Slaven, de etnische groep waartoe de Polen behoren, zich daaronder bevonden. Verschillende Slavische stammen vestigden zich later tussen de oostelijke Oostzee (Baltische Zee) en de bergen van de Karpaten. In het midden van de 10de eeuw hadden Polanen (letterlijk: de mensen van het veld) zich aan de oevers van de rivier Warta in het huidige Poznan (Posen) gevestigd. Zij werden de overheersende stam in dit gebied. Hun legendarische stamhoofd Piast, er zijn ook historici denken dat hij echt bestond,  slaagde erin om die verschillende stammen te verenigen in een politieke eenheid en noemde het gebied Polska naar de naam van zijn stam. Deze regio is later bekend als Groot-Polen (Wielkopolska). De vroegst bekende histori-sche heerser van dat land, Mieszko I, was volgens de legende een afstammeling van die Piast. Het was Mieszko I, die in het jaar 966 jaar de Polanen tot het christendom bekeerde. Foto: heidense afgod Świętowit van Zbrucz

West-slaven 9de / 10de eeuw

2.  De geboorte van Polen en de middeleeuwen

Dit historische moment in het jaar 966, wordt beschouwd als het formele begin van de Poolse staat. Mieszko gebruikte de kerk voor het vergroten van de politieke betekenis van zijn land. Hetzelfde deed ook zijn zoon Boleslaw I Chrobry (de Dappere, de afbeelding hiernaast) ten einde zijn gebied nog verder uit te breiden. In het jaar 1000 jaar werd het eerste aartsbisdom opgericht in de stad Gniezno. In het jaar 1025 werd Boleslaw I daar gekroond tot de eerste koning van Polen. De belangrijkste nederzettingen in het noorden waren Gniezno, Poznan (Posen) en Kalisz in Groot-Polen, en Krakau, Lublin, Kielceen en Sandomierz in het zuiden (Klein-Polen = Malopolska). Beide gebieden werden het hart van het Poolse koninkrijk. Ook het er omheen liggende Pommeren, Silezië en Mazovië (Masurië) werden ingelijfd.

Polen 960 –992

Net als  andere vroege feodale monarchieën in Europa, had Polen onder Piast te lijden van een zwakke interne structuur. De decentralisatie van de macht werd ondersteund door de belangen van de adel en de geestelijkheid van de katholieke kerk, die op zoek waren naar onafhankelijkheid van het koninklijk gezag. De belangrijkste verbindende factor was de heerser, maar na zijn dood kregen de leden van zijn dynastie talrijke conflicten over de opvolging, met alle negatieve gevolgen van dien zoals de eigen koers van sommige landsdelen die territoriale verliezen tot gevolg hadden. Om dergelijke gevolgen in het vervolg te voorkomen, heeft Boleslaw Krzywousty (Scheefmond) in 1138 een erfrecht ingevoerd dat de troonsopvolging regelde op grond van anciënniteit. Die wet bleek echter de strijd om de troonsopvolging niet voorkomen. In de periode 1138 – 1320 werd Polen dan ook opgedeeld in verschillende vorstendommen die zich steeds onafhankelijker opstelden. Deze periode wordt daarom “de afbraak van de staat” genoemd.

Opmerking:

De oudste Poolse kroniek is het verhaal over hertog Boleslaw Krzywousty, beschreven in de Cronicae et Gesta ducum sieve principum Polonorum”. Het werd geschreven door Gallus Anonymus. De Kroniek is van een erg hoog niveau, maar de auteur schendt het geheim niet. Het heeft betrekking op een conflict tussen koning Boleslaw de Stoute en de bisschop Stanislaus, met de dood van de bisschop tot gevolg (vermoord door de koning?) en de ballingschap van Boleslaus. Die grote omzichtigheid van de kroniek-schrijver ergert de historici tot vandaag de dag! Anonymus is ook de auteur van een loflied op prins Krzywousty en zijn ridders, die Pommeren veroverden en daarmee een  toegang tot de zee verkregen.

De verovering van de kust zingt Czesław Niemen (1977)

Lees ook: Oud Pools Mysterie

Dit leidde uiteindelijk tot een vergroting van de macht van de plaatselijke adel en geestelijkheid, met een gebrek aan nationale eenheid tot gevolg. Dit maakte het gemak-kelijk voor de Tartaren om in 1241 Polen binnen te vallen en Legnica te veroveren.

Slag bij Legnica, miniatuur 14de eeuw

Het noorden leed op haar beurt onder een immigratiegolf uit Pruisen. Toen Pruisen deze situatie in 1225 misbruikte om het noorden van Mazovië binnen te vallen, vroeg hertog Konrad van Mazovië om hulp aan de kruisvaarders van de Duitse Orde (de Teutoonse ridders). Hij vroeg hen de Pruisen van het Poolse grondgebied te verdrijven (zie bijlage: Teutoonse ridders). Deze hulpvraag had zeer verstrekkende en trieste gevolgen voor het verdere lot van de Poolse staat.

Konrad had namelijk niet voorzien dat de Teutoonse Ridders van die gelegenheid gebruik zouden maken het noorden te bezetten (Pommeren en Pruisen) om daar een krachtige Duitse staat op te bouwen die, na verloop van tijd, een steeds grotere bedreiging voor Polen vormde. Binnen de kortste keren verloor Polen de vrije toegang tot de Oostzee terwijl het in het zuiden bedreigd werd door Bohemen en door Litouwen in het oosten. De strijd met de Teutoonse Ridders werd een belangrijk onderdeel van de Poolse politiek. Gelukkig, kwam in 1320 met de kroning van Wladyslaw Lokietek (de Korte), een verdere desintegratie van de Poolse staat tot staan. Onder de regering van zijn zoon Kazimierz de Grote (Wielki) begon, hoewel Silezië verloren ging aan de koning van Bohemen, de bloeiperiode van de Poolse staat. Koning Kazimierz bouwde een samenhangende linie van verdedi-gingskastelen en hij bevorderde verder ook de ontwikkeling van de handel en van de economie en de cultuur in Polen. De joden, die Midden-Europa ontvluchtten, werden er zonder problemen toegelaten en kregen zelfs enige mate van autonomie. De adel werd verenigd in een eigen rechtspositie en kreeg belangrijke administratieve functies. Op deze wijze werd de grondslag voor de latere adels-republiek gelegd.

Afbeelding: Grootmeester van de Duitse Orde Ulrich von Jungingen (1360–1410).

Na de dood van Kazimierz (in 1370) ging het koninklijk gezag over Polen naar de Hongaarse dynastie Anjou: koning Lodewijk van Hongarije. Zijn moeder Elizabeth was een zus van Kazimierz zodat zijn 11-jaar oude dochter Jadwiga, in 1384, tot Poolse koningin werd gekroond. Dit was de tijd waarin Polen besefte dat er goede kansen, tegen de Teutoonse ridder Orde, lagen in een alliantie met Litouwen. Daarom moest Jadwiga trouwen met Jagiello de Groothertog van Litouwen (die dus eerst nog moest worden gedoopt en daarbij Wladyslaw genoemd werd).

Jadwiga en Jagiello

Zo werden Polen en Litouwen gecombineerd in een zogenaamde personele unie die in staat was weerstand te bieden tegen de Teutonen.

Polen en Litouwen 1386–1434

Jagiello versloeg de Teutoonse Ridders in de befaamde slag van Grunwald (het Groene Woud) in 1410, maar dat beëindigde de Pools-Teutoonse oorlogen niet.

Te De slag van Grunwald in “Teutonen

Het probleem werd uiteindelijk in 1519–1521 opgelost. Een volgende nederlaag, in 1525, dwong de Grootmeester Albrecht van Hohenzollern de katholieke Orde om te zetten in een Lutherse, de religieuze ridderstaat om te zetten in een seculier hertogdom en tot het betalen van een homage” (eerbetoon) aan de Poolse koning Sigismund I de Oude (Zygmunt Stary).

Pruisische Homage, Jan Matejko

In de late 15de eeuw vonden er heel grote veranderingen plaats in de meeste Poolse gebieden. De adel (de „szlachta”) kreeg steeds meer macht doordat ze meer en meer bestuurlijke functies toegewezen kreeg. Ook werd in deze eeuw het Poolse parlement opgericht, de zogenaamde „Sejm”. Dat bestond uit een Kamer van Afgevaardigden en een Senaat. De koning nam altijd deel aan haar zittingen.

 3. 16de eeuw – de Gouden Eeuw

De 16de eeuw wordt de „Gouden Eeuw” genoemd. De krachtige Jagiellon dynastie regeerde in Polen, maar had ook grote invloed in Litouwen, Letland, Wit-Rusland, Ruthenië, Oekraïne, Hongarije en Bohemen. Landbouw, veeteelt, mijnbouw en handel floreerden en de belangrijke handelsroutes liepen over en langs Pools grondgebied. Met name de Hanzesteden in het noorden (Stettin, Danzig, Koszalin, Torun, Elbląg) speelden toen een belangrijke rol in de economische ontwikkeling van Polen.

 Danzig, 1550

Ook de cultuur bloeide onder koning Sigismund I, deels dankzij zijn huwelijk met prinses Bona Sforza uit Bari dat de band met Italië (en dus met de kunst) heel nauw maakte. Een voorbeeld van die Italiaanse invloed is zichtbaar in de architectuur van het Wawel kasteel (lees: Betoverend Krakau). In deze tijd ontstond er een nieuwe klasse van machtige families, de zogenaamde „magnaten”, wat ten koste ging van de macht van de adel. Die families bezaten uitgestrekte gebieden, vele dorpen, steden, kastelen en vaak een groot leger en hadden dus een sterke invloed op het politieke leven.

Kleding magnaten van de 16de eeuw, Jan Matejko

In 1569 veranderde een zeer belangrijke politieke gebeurtenis het karakter van de Pools-Litouwse verhouding. Dat was de Unie van Lublin, die de personele unie van het Koninkrijk van Polen en het Groothertogdom van Litouwen verving.

Besluit van de Unie van Lublin

Nu was het een echte statenbond, die een kiesmonarchie vormde (de regerende Sigismund II Augustus bleef kinderloos, ondanks drie huwelijken (zie de bijlage: De koninklijke love story). Het verdrag werd ondertekend op 1 juli 1569 in Lublin en creëerde het Pools-Litouwse Gemenebest. Het Gemenebest werd geregeerd door een gekozen monarch die de taken van én de Poolse koning én die van de Groothertog van Litouwen verrichtte. Het werd bestuurd door een gemeenschappelijke Senaat en parlement (de Sejm).

Pools-Litouwse Gemenebest, 1569

De verkiezing van de koning betekende, onder andere, dat het koningschap werd aan-vaard en erkend onder bepaalde waarborgen en voorwaarden. Polen werd in deze tijd het meest democratisch geregeerde land in Europa. De eerste gekozen koning was Henry de Valois, de toekomstige koning Hendrik III van Frankrijk, na zijn vlucht naar Frankrijk werd hij opgevolgd door Stefan Batory, de Prins van Transsylvanië. Om koning van Polen te worden moest Batory eerst trouwen met de toen 50 jaar oude Anna Jagiellonka, de zuster van Sigismund August en de laatste representant van de Jagiellon dynastie.

Verder is het de moeite waard te vermelden dat de 16de eeuw het grote tijdperk van religieuze tolerantie in Polen was. De invloed van de Reformatie was er toen heel sterk. Dit was de belangrijkste reden voor de Nederlandse Mennonieten zich op Poolse bodem te vestigen. (zie: Nederland in Zulawy).

 4. 17de eeuw – het Verval

Dit alles veranderde in de 17de eeuw. Toen de Contrareformatie in Europa heerste werd in Polen al het mogelijke gedaan om de hervor-mers te dwarsbomen. Helaas stamde de toen regerende koninklijke dynastie (de Wasa) uit Zweden. Als afstammelingen van de Jagiello-niaanse prinses Catherine Jagiellonka kwamen ze op de Poolse troon. (De Zweedse koning Johan III was streng katholiek). De relatie met Zweden werd verder zeer gespannen door de aanspraken van de Poolse Wasa koningen op de troon van Zweden. De eerste heerser van deze dynastie, Sigismund III Vasa (de meest impopulaire Poolse koning – afbeelding hiernaast)  verplaatste in 1609 de Poolse hoofdstad van Krakau naar Warschau. In 1632 werd Sigismund III opgevolgd door zijn zoon Wladyslaw IV Vasa, die oorlog voerde tegen de Russen en tegen de Turken. Onder het bewind van een andere zoon van Sigismund III: Jan Kazimierz Vasa pakten donkere wolken zich samen boven Polen. In 1648 kwamen de kozakken in de Oekraïne in opstand. Dit betekende het verlies van een groot deel van de Poolse Oekraïne aan Rusland. (Zie ook: Portrettisten van de Wasa).

De slag bij het Gele Water in “Te vuur en te zwaard

Opmerking:

In de gehele 16de en 17de eeuw werd de belangrijkste rol in veel gevechten vervuld door de Poolse huzaren die, tot vandaag, een grote trots zijn voor veel Polen. De Poolse huzaren waren de belangrijkste vorm van cavalerie in het eerste Poolse leger. Ze werden later ook ingevoerd in het leger van het Groothertogdom Litouwen (tussen de 16de en de 18de eeuw). Dit type cavalerie, dat voor het eerst rond het jaar 1500 werd geïntroduceerd door de Servische (huurling-)ruiters diende als lichte cavalerie vendels. In de tweede helft van de 16de eeuw vormden die huzaren daarnaast ook een zware cavalerie. Tot de hervormingen van 1770 werden deze vendels huzaren beschouwd als de elite van de cavalerie van het Pools-Litouwse Gemenebest. Ze werden in het algemeen zelfs gezien als de sterkste cavalerie ter wereld. De Poolse Huzaren bleven ruim 100 jaar ongeslagen in de strijd (Wikipedia). Naar de vleugels” van die huzaren verwijst ook de badge van de 1ste Pantserdivisie van generaal Maczek die, 1944, het zuiden van Nederland (o.a. Breda) heeft bevrijd.  (Lees ook: Poolse bevrijders van NL).

De afbeelding: „Hetman bewaker”, Wacław Pawliszak.

Poolse huzaren

In 1655 viel een Zweedse leger onder het bevel van de koning Charles X Gustav Polen binnen. Het reeds door oorlogen verzwakte en uitgeputte land was een zeer gemakkelijk te veroveren prooi. De zogenaamde Zweedse Zondvloed” werd beëindigd door een nationale opstand die eindigde met het verdrag van Oliwa in 1660.

Mars van de Zweden te Kėdainiai, Józef Brandt

Dat bracht niet alleen een enorme materiële en culturele schade en het verlies van 30% van de bevolkingmet zich mee, maar ook betekende dit het einde van het tijdperk van de Poolse religieuze tolerantie. De verdrijving van de protestantse broeders uit Polen in 1658 is een voorbeeld van die toenemende onverdraagzaamheid. Ook de joden werden het slachtoffer van het geweld.

Tot overmaat van ramp verklaarde Turkije in 1672 de oorlog aan Polen, maar de Polen onder leiding van Jan Sobieski, slaagden erin om het Turkse leger te verslaan. In 1683 hielp koning Jan III Sobieski zelfs tijdens de grote slag bij Wenen de stad van de Turken te redden.

 Jan III Sobieski en Maria Kazimiera

Opmerking:
Jan III Sobieski was niet alleen een geweldig soldaat, maar ook een groot schrijver. Zo schreef hij prachtige liefdesbrieven aan zijn zeer beminde vrouw, de Franse dame Maria Kazimiera (d’Arquien), genaamd Marysieńka. Zij vormden het meest populaire en bekendste paar in de geschiedenis van Polen.

 Jan en Marie in “De vader van de koningin”

Na zijn dood ging Polen verder achteruit. Magnaten en vreemde mogendheden namen de macht over en de inmiddels corrupt geworden aristocratische families manipuleerden de verkiezing van koningen. Veel schade werd veroorzaakt door het „liberum veto” (Latijn voor „vrij veto”) – een parlementair gebruik in het Pools-Litouwse Gemenebest waardoor een lid van de Sejm (wetgever) een onmiddellijk einde aan de lopende beraadslagingen en het intrekken van reeds in die zitting gepasseerde wetgeving kon afdwingen. Dit vrije veto was verantwoordelijk voor de verloedering van het politiek systeem van het gemenebest. Dit kwam tot een dieptepunt in de 18de eeuw toen vreemde mogendheden Sejm-leden omkochten om de besluitvorming lam te leggen. (De naam „Poolse landdag” is sindsdien berucht in de Nederlanden).

Portretten van de aristocratien 

5. 18de eeuw, de Ondergang
De jaren 1697-1763 staan bekend als het Saksische tijdperk, omdat op dat moment achtereenvolgens twee Saksische heersers koning van Polen werden. August II Wettin en zijn zoon August III, met korte periodes waarin Stanislaw Leszczynski heerste. De beide Wettins dienden vooral de belangen van Saksen. In dit tijdperk was Polen verwikkeld in de zogenaamde Noordse oorlog (1700-1721), waarin de Zweedse koning Karel XII Polen teisterde en in een burgeroorlog (1704), toen de anti-Saksische oppo-sitie Stanislaw Leszczynski (vader van de latere Franse koningin Marie Leszczynska) tot koning koos.

August II en Stanislaw Leszczynski

Met August II begon een periode van openlijke inmenging van Rusland, Oostenrijk en Pruisen in de Poolse binnenlandse aangelegenheden. Ook werden de verloedering en de corruptie van het Poolse politieke bestel erger. Na de dood van August II brak er een strijd uit om de troon tussen zijn zoon August III en Leszczynski die opnieuw tot een burgeroorlog leidde (1733-1735) die gewonnen werd door de familie Wettin. Tijdens het bewind van August III werd Polen ondergedompeld in anarchie en 27 jaar lang waren er geen vruchtbare bijeenkomsten van het parlement meer. Het Saksische tijdperk wordt gezien als de periode waarin Polen zowel politiek, als sociaal en cultureel versplinterde en geheel ten onder ging.

Krakowskie Przedmiescie in Warschau, Bernardo Belotto “Canaletto”

Belangrijke opmerking:

De heel gedetailleerde schilderijen van de Italiaanse schilder Canaletto werden na de Tweede Wereldoorlog gebruikt bij de recontructie van het zwaar verwoeste Warschau.

In 1764 slaagde de Russische tsarina Catharina de Grote erin Stanislaw August Poniatowski (tsaar ex-minnaar) op de Poolse troon te zetten. Deze laatste Poolse koning was zeer omstreden. Aan de ene kant was hij een man van de verlichting en stond hij open voor veel hervormingen die de Poolse staat konden moderniseren en gezond maken. Zo werd tijdens zijn bewind op 3 mei 1791 de eerste Poolse grondwet aangenomen.

 Stanislaw August Poniatowski en de oorspronkelijke grondwet van 3 mei

Aan de andere kant heeft hij nooit geprobeerd Polen te bevrijden uit de greep van Rusland dat meer en meer Polen in haar macht kreeg. Versplinterd, dus politiek zeer zwak, geteisterd door burgeroorlogen die veroorzaakt werden door de anti-hervormings gezinde aristocraten, was Polen niet in staat om de eenheid te bewaren en begon het uiteen te vallen. Dit was het einde van het onafhankelijke Polen. Het verdween voor 123 jaar van de kaart! De drie Poolse delingen (achtereenvolgens in 1772, in 1793, en in 1795) kwamen tot stand in samenwerking van het keizerrijk Rusland met het koninkrijk Pruisen en het keizerrijk Oostenrijk. In drie stappen verdeelden ze het gemenebest van Polen en Litouwen onder elkaar in stukjes. Op 27 november 1795 werd Stanislaw Augustus gedwongen af te treden en hield Polen op te bestaan. Dit gebeurde niet zonder slag of stoot.

Kaart van de Poolse partities. Blauw = Pruisen, groen = Oostenrijk en roze = Rusland.

In 1794 was er een algemene opstand van de “Poolse patriotten”, onder leiding van Tadeusz Kosciuszko tegen Rusland en Pruisen maar ondanks de succesvolle strijd van Raclawice tegen de Russen op de 4de april van 1794 mislukte de poging om de Poolse onafhankelijkheid te redden.

Slag bij Raclawice (panorama), General Kosciuszko links

http://panorama.awardspace.us/ – Panorama van Raclawice

6. Dames in de pre-zondvloed periode

 In de geschiedenis van Polen speelden voor de delingen maar weinig vrouwen een politieke rol van betekenis. De vrouwen van de Poolse koningen moest vooral vroom zijn en erfgenamen voor de troon baren. De belangrijkste vrouwen in die periode waren:

Dobrawa (930-977) – Boheemse prinses en de vrouw van Mieszko I Ze zou een heidense prins tot het christendom gebracht hebben, maar haar belangrijke rol in deze kwestie wordt thans ten zeerste betwijfeld.

 

 

Jadwiga van Anjou (1373/4  – 1399) – Hongaarse, een dochter van Lodewijk van Hongarije en de kleindochter van Casimir de Grote, wat haar recht gaf op de Poolse troon in de rang van de koning. Haar huwelijk met de Litouwse prins Jagiello heeft de basis gelegd voor de Pools-Litouwse unie. Jadwiga was erg populair in Polen als gevolg van haar grote toewijding (in 1997 werd zij heilig verklaard), en liefdadigheid. Volgens de legende – om een huwelijk met heidense en oudere Jagiello te vermijden en te trouwen haar geliefde Wilhelm Habsburg (met wie Jadwiga sinds de kindertijd verloofd was), probeerde de jonge koningin te ontsnappen uit het kasteel op Wawel heuvel door met een bijl de poort te openen . Als koningin gaf ze haar sieraden voor de heropleving van de Krakauer Academie, die later de Jagiellonian Universiteit werd genoemd.  Jadwiga was in Europa beroemd om haar grote schoonheid.

Bona Sforza (1494 – 1557) – Italiaanse Prinses van Bari en sinds 1518 de koningin van Polen en groothertogin van Litouwen, de vrouw van koning Sigismund de Oude. Ze speelde een actieve rol in het binnenlands beleid (dat leidde tot de kroning van de jonge zoon van Sigismund Augustus) en buitenlandse (ze was een felle tegenstander van de Habsburgers en pleitbezorgster van versterking van de alliantie met Frankrijk).

Barbara Radziwill (1520 – 1551) – Litouws aristocrate, de tweede vrouw van Sigismund Augustus, die zijn geliefde vrouw trouwde tegen de wil van de adel. Fel gehaat door de Polen vanwege hun rijke seksleven, in de geschiedenis overgeleverd als de heldin van de grootste koninklijke romance in Polen. Lees ook: Koninklijke love story.

 

Maria Kazimiera d’Arquien (1641 – 1716) – Frans, geliefde vrouw van Jan III Sobieski, die zij dertien kinderen baarde. Zeer charmant, in de geschiedenis overgeleverd als de heldin in de prachtige liefdesbrieven geschreven door de koning. In de buitenlandse politiek ondersteunde ze hem in de Pools-Franse toenadering.

 

7. Het Koninkrijk Polen en de Russische onderdrukking (1815–1916)

De drie bezetters begonnen onmiddellijk het land te koloniseren waarop veel Polen naar het westen, met name naar Frankrijk, vluchtten. De hoop op herstel van de onafhankelijkheid was gevestigd op Napoleon Bonaparte. deze trok daardoor veel Poolse troepen aan en zelfs vormden zij de Poolse Legioenen (deze hoop is terug te vinden in de woorden van het Poolse nationale volkslied). Na zijn overwinning op Pruisen verloor dat land een aantal van haar Poolse gebieden en Napoleon richtte het Groothertogdom Warschau op (1807–1815). De afbeelding: general Henryk Dąbrowski, de oprichter van de Poolse Legioenen in Italië.

  

Groothertogdom Warschau 1807–1809

Dit tot grote teleurstelling van de Polen die gehoopt hadden op een herleving van hun staat. Deze vervaging van de Poolse soevereiniteit werd na de val van Napoleon, teniet gedaan.

Opmerking

Een van de belangrijke vrouwen in deze periode was Maria Walewska (de vrouw van de kamerheer Anastasius van Walewice), die in 1807 een minnares van Napoleon werd. In de romance met de Keizer van de Fransen zag mevrouw Walewska de hoop voor een wedergeboorte van Polen. In 1810 baarde ze hem een zoon, Alexander. In 1814, als gravin d’Ornano Maria bezocht ze Napoleon tijdens zijn ballingschap op Elba.

Op het Congres van Wenen in 1815 werd het Poolse koninkrijk ingesteld (het Congres Polen). Dit was formeel een onafhankelijke staat, zelfs een constitutionele monarchie, met slechts een personele unie met Rusland. De Russische tsaar Alexander I en na hem Nicolaas I werden dus ook gekroond tot koningen van Polen. Het duurde echter niet lang tot Rusland gaandeweg alle elementen van onafhankelijkheid ter zijde had geschoven. Dit leidde in 1830 tot de eerste Poolse rebellie, de zogenaamde November Opstand (1830-1831). Die opstand begon op 29 november 1830 in Warschau toen jonge Poolse officieren van het leger van de militaire academie (van het “Congres Polen”) in opstand kwamen. Ze werden al snel gesteund door grote delen van de Poolse samenleving, en de opstand breidde zich uit tot op het grondgebied van Litouwen, het westen van Wit-Rusland en van de Oekraïne. Ondanks een aantal lokale successen, werd de opstand uiteindelijk verpletterd door het numeriek Superieure Keizerlijk Russische leger.

Poznanski Regiment van de Cavalerie tijdens de november opstand in 1931

Zo’n 30 jaar later leidde de groeiende terreur en vervolging van Poolse patriotten tot een nieuwe revolte, de zogenaamde januari-opstand op 22 januari 1863. Deze duurde tot het najaar van 1864. De gevolgen waren zeer dramatisch zoals het formele verlies van zelfstandigheid en het afbrokkelen van de eigen staatsorganisatie van het Poolse Koninkrijk, dat de facto een provincie met de naam Kraj Nadwiślański (Weisselland), administratief gehecht aan het Russische Rijk, werd. Het veroorzaakte ook grote materiële schade en in beslagname van bezit van de deelnemers aan de opstand (ca. 1660 landgoederen in het Koninkrijk en ca. 1800 in het oosten werden onteigend).  Tiendui-zenden leden van de lagere adel uit de Pools-Oekraïense grensgebieden werden gedeporteerd en enkele duizenden patriotten werden verbannen naar Siberië. Educatieve en culturele activiteiten in de Poolse taal werden de scholen verboden en overheidskantoren voerden het Russisch als officiële taal in. Op de foto: een januari opstandige.

De januari-opstand, was wijd verbreid en heeft zo het Poolse nationale bewustzijn aanmerkelijk versterkt. Dit bewustzijn werd merkbaar in de strijd voor onafhankelijkheid in 1918.

 De januari opstand (montage)

 8. De Oostenrijkse en de Pruisische gebieden

Een andere poging de vrijheid te herkrijgen vond plaats in de republiek Krakau (1815–1846) die een beperkte  autonomie genoot. Die Krakauer Opstand (21 februari – 04 maart 1846) was de enige Poolse nationale bevrijdingsbeweging die zich gelijkertijd richtte tegen alle de drie bezetters: Rusland, Pruisen en Oostenrijk. Aangevoerd onder de leuze “democratie”, werd de opstand al snel onderdrukt door het Oostenrijkse leger, dat samen met de lokale boeren (die vaak tevens in opstand waren tegen de adel, ze doodden veel van hen). Het gevolg was dat Krakau met omgeving een deel werd van het koninkrijk Galicië en Lodomeria met als hoofdstad Lviv, een provincie van het Oostenrijkse keizerrijk.

In 1871 werd het Pruisische deel van Polen opgenomen in het Duitse Keizerrijk onder leiding van kanselier Bismarck. Bismarck voerde een harde verduitsingspolitiek en vervolgde elke uiting van de Poolse cultuur.

Poolse kinderen uit Września, die in 1901–1902 weigerden in het Duits godsdienstles te volgen en te bidden. Ze werden gestraft door de Duitse autoriteiten.

Veranderingen van de Poolse grenzen