Volksrepubliek Polen

  • naam:       Polska Rzeczpospolita Ludowa (PRL) 1952 – 1990
  • soort:        Republiek, communistische staat, parlementaire republiek
  • bevolking: 1990 – (geschat): 37 970 155 inwoners
  • oppervlak: 1990 – 312 685 km² (120 728 vierkante mijl)

 

 .

.

.

.

.     

 

1. De oorsprong

Het begin van de PRL wordt, de facto, op 22 juli 1944 gesteld. Dit is de datum waarop het manifest werd afgekondigd door het „Poolse Comité voor de Nationale Bevrijding”, dat een Pools politiek systeem aankondigde. De jure op 5 juli 1945 – de dag van de internationale erkenning van de „Voorlopige Regering van de Nationale Eenheid” door Groot-Brittannië en de Verenigde Staten en waarbij een parallel getrokken werd met de erkenning van de Poolse regering in ballingschap.

 Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog waren er dus twee Poolse regeringen:

  • Één in ballingschap in Londen, de voortzetting van de vooroorlogse Tweede Republiek (deze regering werd niet erkend door de Sowjet Unie).

De regering in ballingschap (1944), minister-president Tomasz Arciszewski

  • Één Voorlopige Regering van de Republiek, opgericht in 31 december 1944, deze bestond uit communisten (Die regering werd niet erkend door „het Westen”).

Op grond van aanbevelingen van de conferentie van Jalta vormden vertegenwoordigers van beide regeringen de Voorlopige Regering van Nationale Eenheid (met daarin Stanislaw Mikolajczyk voor de ballingen), die als taak had vrije, dus niet gemanipuleerde verkiezingen te organiseren voor een Wetgevende Vergadering. Het bleek echter al snel dat de hoop op eerlijke verkiezingen vergeefs was. In het bezit van de werkelijke macht: met de ministeries van de krijgsmacht, de politie- en ook het veiligheids-apparaat voerden communisten een intensieve campagne tegen de oppositie en de regering in ballingschap die tamelijk machteloos was (veel van haar organisatorische structuren werden vernietigd en hun activisten werden gearresteerd). De afbeelding: Stalin en Molotov presenteren het Poolse nationale embleem (15 november 1944).

Voorafgegaan door het referendum in 1946 (over de westelijke grens, de socialistische hervormingen en de opheffing van de Senaat (het fameuze driemaal ja) en uitgevoerd onder toezicht van de veiligheidsdiensten, heeft de wetgevende raad de verkiezingen van 19 januari 1947 georganiseerd. Vandaag is het onmogelijk om erachter te komen wat het echte resultaat was. Hoe dan ook, de uitslag werd door het uitgeputte westen als legaal aanvaard.

Communistische propaganda voor de verkiezingen in 1947

In het nieuwe parlement, dat bestond uit 444 wetgevende leden, werden 380 zetels aan de procommunistische partijvertegenwoordigers gegeven en Mikolajczyk met zijn oppositie: de Poolse Boerenpartij, kreeg er slechts 24 (de politicus werd bedreigd met arrestatie, zodat hij later heimelijk naar het buitenland moest vluchten!). Zo werd het socialistische karakter van het Poolse politieke systeem gevestigd en verzegeld in de grondwetten van 1947 (deels) en 1952 (deze voerde de officiële naam „Volksrepubliek Polen” in) en ook de politieke organisatievorm die de Poolse Verenigde Arbeiders Partij aan het roer bracht. Daarna werd elke oppositie uit het politieke leven geëlimineerd.

2. Het vaststellen van de Poolse grenzen

De Poolse naoorlogse grenzen zijn vastgesteld door de vertegenwoordigers van de Sovjet-Unie (president Joseph Stalin), Groot-Brittannië (premier Winston Churchill) en de Verenigde Staten (presidenten Franklin D. Roosevelt en Harry Truman) tijdens de conferenties in Teheran (1943), Jalta (1945) en Potsdam (1945). Voorstellen van Poolse zijde die per referendum en parlementaire besluiten geuit waren, om de wil van de Polen tot uitdrukking te brengen werden, genegeerd. Dus in tegenstelling tot de situatie na de Eerste Wereldoorlog, hadden de Polen geen invloed op de vorm van hun nieuwe staat.

Jalta: Winston Churchill, Franklin D. Roosevelt en Jozef Stalin

Het was Stalin die de grootste rol speelde bij het bepalen van de grenzen. Hij, een man op leeftijd, legde de westerse bondgenoten zijn visie op de toekomst van Polen op.
De Sovjetleider besloot:

  • de gebieden die hij op 17 september 1939 te pakken kreeg op te nemen in de USSR. (daardoor de oostelijke grens op basis van zogenaamde Curzon lijn van 1920 te leggen) maar groot Polen met het oostelijk deel van het voormalige Oost-Pruisen (Ermland, Mazurië) en Pommeren (met Danzig en Stettin) aan Polen te geven.
  • aan Polen ook Opper- en Neder-Silezië te geven
  • de westelijke grens langs de Oder te leggen.

 De bevindingen van die conferenties waren als volgt:

Teheran 28 november – 23 december 1943

De Sovjet-Unie neemt bezit van de gebieden die ze sinds 17 september 1939 bezet en ook de helft van het voormalige Oost-Pruisen wordt Russisch. De westelijke Poolse grens wordt op basis van de rivieren de Oder en de Neisse vastgesteld (echter zonder nader te bepalen welke rivier: de Neisse Klodzka of de meer westelijk gelegen Lausitzer Neisse (die het uiteindelijk werd).

 Yalta 04-11 februari 1945

  • De bevestiging van de regelingen van Teheran, maar nog zonder beslissing over de Neisse (er waren geschillen tussen de geallieerden over het precieze verloop van de oostelijke en westelijke grens. Het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten bijvoorbeeld, wensten Lviv toe te kennen aan Polen).
  • De beslissing tot de uitwijzing van alle Duitsers uit de gebieden ten oosten van de rivier de Oder (Neder-Silezië)
  • De precieze afbakeningen moesten worden gemaakt op de vredesconferentie in Potsdam

 Potsdam 17 juli – 02 augustus 1945

De aanvaarding van de grenzen die door Stalin waren voorgesteld.

Hiermee was het grondgebied van Polen met ongeveer 76 000 km2 gekrompen ten opzichte van de Tweede Republiek. Het moet gezegd worden dat de Polen dit verlies als een groot en bitter verdriet ervoeren en nog steeds ervaren.                 De territoriale veranderingen van Polen na de Tweede Wereldoorlog.

De erkenning van die westelijke Poolse grens door Duitse staten was geen eenvoudig proces. De eerste die wel erkende was de Duitse Democratische Republiek (DDR). Deze communistische staat ondertekende op 6 juli 1950, in Zgorzelec, het betreffende verdrag. De Bondsrepubliek Duitsland (BRD), die zich niet kon verzoenen met het verlies van de belangrijke gebieden in het oosten, heeft de erkenning van de nieuwe grens nog twintig jaar lang uitgesteld.

De eerste officiële aanvaarding van de bepalingen van „Jalta-Potsdam” – het Verdrag van Warschau van 7 december 1970 – was een gevolg van een grote intensieve diplomatieke inspanningen van Wladyslaw Gomulka en werd pas mogelijk nadat in de BRD een SPD-FDP coalitie aan de macht kwam, met Willy Brandt aan het hoofd. De definitieve aanvaarding van de westelijke Poolse grens vond echter pas plaats, na de eenwording van Duitsland, op een zitting van de Bondsdag op 16 december 1991. Die beslissing van het Duitse parlement is op 16 januari 1992 onherroepelijk van kracht geworden.

De beslissingen over de nieuwe Poolse grenzen gingen vergezeld van regelingen voor de bevolking in de betrokken gebieden, die heel grote veranderingen veroorzaakten in de structuur van de Poolse samenleving. Dat waren als volgt:

  • De gehele Duitse bevolking in de gebieden die toegekend werden aan Polen (de zogenaamde Herkregen Territoria) werd uitgezet naar Duitsland, hun plaatsen werden ingenomen door de Polen uit het voormalige oosten van Polen, die Pool wilden blijven.

Duitse ontheemden

  • Ook de Lemkos en de Oekraïners die in de zuidoostelijke gebieden van het huidige Polen (Bieszczady en Oost-Małopolska) woonden, werden onder dwang gehervestigd in die herkregen gebieden,  in de zogenaamde „Action Wistula” (Om het Oekraïense nationalisme en haar organisaties te elimineren. Dit besluit wordt door veel historici nog steeds als uiterst controversieel gezien).

Verlaten Grieks Katholieke Kerk in het nu opgeheven dorp Królik Wołoski
(Action Vistula)

Het vraagstuk van de uitwijzing van Duitsers werpt, door het bestaan van diverse soorten „landgenotenorganisaties” met de Exiles vereninging  (Bund Deutscher Heimat Vertriebenen) aan het hoofd, nog steeds een donkere schaduw op de Pools-Duitse betrekkingen. Al jaren ontkennen ze de Oder en de Neisse als grens, cultiveren ze een gevoel van aangedaan onrecht en eisen compensatie voor de verloren bezittingen in Oost-Europa. Een bijzonder heikel punt is het voorstel een Centrum tegen uitzettingen (Zentrum gegen Vertreibungen) op te richten dat zich richt op het documenteren van de gedwongen uitzettingen van bevolkingen in de 20ste eeuw, met bijzondere nadruk op de hervestiging van Duitsers na de Tweede Wereldoorlog uit de streken van Centraal- Oost-Europa (dus uit Polen, Tsjecho-Slowakije, Hongarije en Roemenië).

Er zijn ook spanningen tussen Polen en Litouwen. Die komen door de discriminatie van de poolse minderheden. Die poolse minderheid bestaat uit 212 000 mensen (6,6% van de bevolking, gegevens uit 2011). De Litouwse autoriteiten treden, bijvoorbeeld, hard op tegen de aanwezigheid van poolse straatnaamborden in gebieden waar meer Polen wonen dan Litouwers.  Ook wordt er de poolse spelling van poolse familienamen niet meer getolereerd. Verder probeert men de lessen in de „minderheidstalen” geleidelijk af te schaffen. Dit alles leidt tot hevige protesten van de Litouwse Polen.

Poolse minderheid in Litouwen

3. De jaren 1945–1956

Het tijdperk 1945 – 1956 kende de invoering en de consolidatie van de socialistische omwenteling in Polen. Dit werd door velen als een kans op sociale vooruitgang gezien. Op economisch gebied was het de landhervorming (foto hiernaast), waarbij boeren het land kregen uit de landgoederen die werden verkaveld (de klasse van voormalige eigenaren, de adel en de kerk, hield op te bestaan). Daarnaast was er de onteigening van de industrie, die moest worden herbouwd en uitgebreid. (Nadat Polen toetrad tot de EU, hebben nabestaanden van voormalige eigenaren getracht die bezittingen terug te krijgen).

De jaren 1944–1947 vormen dus het tijdperk van de massale volksverhuizingen:

Aan de ene kant kwamen uit de gebieden die Polen in het oosten verloor ongeveer 1,2 miljoen Poolse burgers, de zogenaamde repatrianten, die niet onder het Sowjet regime wilden leven. Deze mensen vestigden zich vooral in de „herwonnen streken” die Polen onder de bepalingen van de verdragen van Jalta en Potsdam terug kreeg. In de erop volgende jaren kwamen ook de Polen (en hun nabestaanden) die na 17 september 1939 naar het oosten van Rusland gedeporteerd werden er heen. Deze „volksverhui-zing” gaat nog steeds door.

 Ontheemden uit het Oosten

Aan de andere kant vertrokken de Duitsers (Heimatvertriebenen) uit die streken naar Duitsland en moesten, onder druk van de Sowjet Unie, ook de Oekraïners, de Litouwers en de Wit-Russen naar „huis” vertrekken. Als gevolg van deze beweging werd Polen een land met een veel homogenere bevolking dan ooit tevoren, wat de natievorming ten goede kwam.

Politiek worden de jaren 1945–1956 gekenmerkt als het tijdperk van de onderdrukking van de „oppositie”. Dit waren de mensen die in verband gebracht werden met de regering in ballingschap (en dus ook de soldaten van de vrije Poolse strijdkrachten die uit het westen terug kwamen). Veel van hen werden gearresteerd, gemarteld en som-migen hebben het zelfs met de dood moeten bekopen zoals de tegen de Duitsers zo verdienstelijke generaal Augustus Emil Fieldorf, die als “Nil”, het hoofd van het Thuis-leger AK (verzet) was. Zelfs de kerk werd vervolgd.

Foto hiernaast: Het proces van kapi-tein (rotmistrz) Witold Pilecki, een lid van de AK.
In de jaren 40/43 was Pilecki op eigen initiatief opgenomen in het concentra-tiekamp Auschwitz om daar informatie te kunnen verzamelen en zo er het verzet te organiseren. Hij was soldaat in het 2de Poolse Korps. Maar in 1947 werd hij gearresteerd en op beschul-digdiging van spionage activiteiten ten behoeve van Generaal Władysław Anders en ook van het voorbereiden van een coup door een groep veiligheidsfunctionarissen. Hij werd in 1948 geëxecuteerd en in 1995 postuum geëerd met het Commandeurskruis van de Orde Polonia Restituta.

De macht in dit meest duistere tijdperk van Polen na de oorlog was in handen van mensen die door Stalin naar Polen gestuurd werden. Om er slechts een paar te noemen, de meest beruchten: president Boleslaw Bierut,  minister van defensie (maarschalk van Polen en van de Sovjet-Unie), Konstantin Rokossowski, een adjunct Jacob Berman, en nog een minister van Defensie Michal Rola-Zymierski.
Op de foto: president Bolelaw Bierut.

De wederopbouw van Warschau

Propaganda-affiches uit jaren ’40-’50s , met een populair lied uit die periode „Ojra Ech”

1-Mei parade

De terreur, de onderdrukking van alle vrijheden en de grote verslechtering van de levensomstandigheden leidden tot een diepe teleurstelling over de nieuwe regering en riepen de eerste bezwaren en demonstraties op. In juni 1956 was Polen getuige van een golf van stakingen en protesten in Posen (Poznań) die met groot geweld door de autoriteiten werd onderdrukt. (Men schat dat er 57 mensen gedood werden). Uiteindelijk heeft dit geleid tot wat veranderingen in het bestuur. (De belangrijkste machtsbasis in communistisch Polen was niet de regering, maar de communistische partij).

Posen, juni 1956, het opschrift op het bord: „wij eisen brood”

4. 1956–1970

De jaren 1956–1970 zijn het tijdperk van Wladyslaw Gomulka (foto), een communis-tische activist, die zelf ook slachtoffer was (en gevangen had gezeten wegens verzet tegen de alleen herschappij van de communistische partij. Door het publiek werd hij daarom, aanvankelijk, met een groot enthousiasme en met hoop op meer burgerlijke vrijheden en politieke hervormin-gen begroet. Verder gaf hij hoop op meer onafhankelijk-heid van de Sovjet-Unie. Die hoop smolt echter weg als de sneeuw voor de zon toen de politieke sfeer van dooi (ont-staan, onder andere, door de dood van Stalin) plaats maakte voor juist een hechtere band met de Sovjet-Unie, verslechtering van de betrekkingen met de Kerk en het intrekken van democratische vrijheden. Een voorbeeld (een non-issue) hiervan is in maart 1968 de uitvoering van het drama „Dziady”, geschreven door 19de eeuwse dichter Adam Mickiewicz, waarin Rusland wordt getoond als een tiran. Dit leidde tot de zogenaamde „maart-gebeurtenissen” – studenten-demonstraties. De overheid reageerde daarop met een felle campagne tegen de intelligentsia en de joden, zodat velen zich gedwongen voelden Polen voorgoed te verlaten.

Studenten demonstraties, maart 1968

Het lot van Gomulka (nederlaag en aftreden als secretaris van de communistische partij werd bezegeld door de verslechterende economische situatie en de stijging van de voedselprijzen. Die stijging werd aangekondigd in december 1970 (kort voor Kerstmis) en had het uitbreken van massale protesten tot gevolg. Die protesten werden heel erg hardhandig onderdrukt door de pantsertroepen (het aantal slachtoffers bedroeg 41).

Danzig, december 1970

Het grootste succes van Gomulka als politicus was het verkrijgen van de erkenning van de Poolse westgrens door de Bondsrepubliek Duitsland. Die officiële overeenkomst is ondertekend op 7 december 1970.

5.  De jaren ’70

De jaren ’70 zijn het tijdperk van Edward Gierek, die in zijn jeugd in de mijnen van Frankrijk en België werkte waardoor hij Frans en Nederlands sprak. Hij besloot Polen te moderniseren en naar het Westen te openen. Net als Gomulka, werd Gierek met grote verwachtingen begroet door de poolse samenleving.

Edward Gierek op de 1 Mei parade; links – premier Piotr Jaroszewicz

Echter die verwachtingen moesten worden ingevuld met westerse leningen. De eerste jaren van zijn bewind bleken een tijd van sterke industriële ontwikkeling en een grote stijging van de lonen zodat Polen ingevoerde goederen (Coca-Cola) konden kopen.
Appartementen en auto’s kwamen beschikbaar, mensen konden naar het buitenland op vakantie (echter vooral naar „volksdemocratieën”) en er was geen tekort aan werk. De wat opgeblazen propaganda probeerde de Polen ervan te overtuigen dat de Poolse economie de tiende van de wereld was. Op de foto: Fiat 126 p, algemeen in gebruik in de jaren 70. en 80., informeel vaak „het zeepbakje” genoemd.

Velen herinneren zich deze periode als een tijdperk van betrekkelijke welvaart, maar in het midden van dit decennium begon het duidelijk te worden dat deze welvaart niet was te danken aan een reëel economische succes, maar aan de leningen, waarvan de terugbetaling een steeds grotere last voor de Poolse economie werd. Het totale bedrag van die schuld bedroeg zo’n 60 miljard dollar. In 2009 werd de laatste tranche van 886 miljoen dollar aan de Club van Parijs gegeven en de laatste kleine restschuld werd in 2012 betaald).

Metalurgy combinate „Huta Katowice”, een grote trots van het Gierek tijdperk, nu het eigendom van Arcelor Mittel Polen / foto: Petr Stefek

In 1975 stortte de economie dramatisch in, wat opnieuw tot protesten leidde (stakingen in de fabrieken van Ursus in the stad Radom en in Warschau in juni 1976), met als gevolg het ontstaan van een georganiseerde oppositie onder de naam „Workers Defense Committee”. (De meest toegewijde activisten uit die tijd werden aangeworven bij de oprichting van een vrij en democratisch Polen).

„Ik houd niet van de maandag” (1971) – satirische beeld van de communistische Polen.

Het tijdperk Gierek is de periode van het verval en van een toenemende economische crisis zoals bleek uit de voedseltekorten en de introductie van distributiebonnen voor o.a. suiker (1976-1985). Hij zelf werd tot aftreden gedwongen (als eerste secretaris van de regerende partij) als gevolg van stakingen aan de kust in 1980. Hij werd vervangen door generaal Wojciech Jaruzelski.

Stakingen in de scheepswerf van Gdansk

De belangrijke gebeurtenis van het decennium was voor veel Polen de eerste bedevaart van „hun” paus Johannes Paulus II, die plaatsvond van 2 tot 10 juni 1979 ter ere van de 900ste  verjaardag van het martelaar-schap van bisschop Stanislaus (lees ook: Oud Pools mysterie).
De autoriteiten probeerden de komst van de paus te belemmeren en de gebeurtenis te bagatelliseren, maar waren niet in staat om het enthousiasme van de menigte te verdoezelen. Het eerste bezoek was het begin van meerdere, de eerste na vier jaar, de latere veel frequenter. Foto: Johannes Paulus II.

6. De jaren ’80

 In de jaren ’80 werden de grondslagen gelegd voor de verandering van het politieke systeem en van de band tussen de overheid en de communistische partij. Dit kwam  door het besef dat er een groeide kloof bestond tussen de overheid en de bevolking en omdat er, zonder de noodzakelijke veranderingen in de staatshuishouding, geen uitweg was uit de economische crisis. Deze belangrijke veranderingen, afgedwongen door de stakingen in juli en augustus 1980, vonden hun hoogtepunt in de ondertekening, op 31 augustus 1980, van de overeenkomst op de scheepswerf in Gdansk. De zogenaamde “Augustus akkoorden” met de vakbond NSZZ “Solidarnosc” (de onafhankelijk bestuurde vakbond “Solidariteit”). Aan het hoofd ervan stond, sinds 2 oktober 1981, Lech Walesa. (Lees ook: Mw Walesa’s geheimen.)

Stakingen op de scheepswerf van Gdansk  en Lech Wałęsa

De, in het begin, hoofdzakelijk economische wensen van Solidarność werden geleidelijk omgevormd tot politieke eisen: politiek pluralisme, respect voor de fundamentele burgerlijke vrijheden, de invoering van werknemers – en territoriaal zelfbestuur.

De sterke radicalisering van de vakbondsleden, geuit door slogans als: „in plaats van de bladeren zullen er de communisten aan de bomen hangen” (wat ook gebeurde) en de escalerende stakingen maakten dat de autoriteiten inbonden, aan Solidarnosc de gewenste vrijheid toestonden en de staat van beleg op 13 december 1981 instelde. De rechtsgeldigheid van dat besluit, ingegeven door de pure angst voor een ingrijpen van de Sovjet Unie, is nog steeds het onderwerp van bittere geschillen. De staat van beleg (13 december 1981 – 22 juli 1983) verminderde de burgerlijke vrijheden aanzienlijk en schortte de activiteiten van de vak-bond Solidariteit op (die zich er niet tegen heeft verzet, er zelfs bij was  betrokken door de genoemde angst) Zo werden censuur, de avondklok, militair toezicht op de werkplaatsen opnieuw ingevoerd. Ook verschenen er tanks en pantserwagens in de straten. Activisten van de oppositie werden gevangen gezet Helaas, ook dit keer niet zonder bloedvergieten – op 16 december 1981 werden, in de kolenmijn “Wujek” in Katowice, negen mijnwerkers gedood door militairen.
Foto: foto: generaal Jaruzelski kondigt de staat van beleg af, 13 december 1981.

Tanks in Zbąszyń, december 1981

In de daaropvolgende jaren trachtten de communistische autoriteiten om economie te redden van ineenstorting, het beste symbool voor die dreiging waren de lege schappen in winkels en de rant-soenering van voedsel, echter die hervormingen brachten niet het ver-wachte resultaat. Stijgende prijzen van goederen en diensten verwekte een grote ontevredenheid. In 1988 werd het land overspoeld door een golf van stakingen. Dit leidde ten slotte leidde tot het begin van de contacten tussen vertegenwoordigers van regering en oppositie.
Op de foto: een voedselbon.

Reconstructie van een typische jaren ’80 winkel,
(tentoonstelling: „Wegen naar vrijheid” Gdansk).

Op 31 augustus 1988 was er een bijeenkomst van de minister van Binnenlandse Zaken generaal Czeslaw Kiszczak met Lech Walesa en werden de mogelijke hervormingen besproken. Die voorbereidende besprekingen werden gehouden in het conferentie- centrum in Magdalenka. Het resultaat was een akkoord over het tijdspad en de inhoud van de vervolggesprekken. De beraadslagingen van deze zogenaamde „Ronde Tafel” begonnen begin 1989.

 7. De prettigste hut in het kamp

De Volksrepubliek Polen (PRL) – de zogenaamde “pe-er-el” – duidt een tijdperk aan dat niet kan worden gepresenteerd in slechts zwarte en witte kleuren. Aan de ene kant was het een tijd van voortdurende hoop en teleurstellingen die zichtbaar waren in herhaalde protesten, de periode van armoede en ontbering, waarin het een probleem was, bij-voorbeeld, om wc-papier te krijgen. Het was de tijd waarin het voedsel op de bon was en waarin de grootste droom bestond uit het te pakken krijgen van een bescheiden appartement of een auto (de Fiat 126p).

Kenmerkende socialistische flatgebouw in Lublin (de huidige situatie)

Niet minder zorgelijk was het geheel ontbreken van de soevereiniteit, de noodzaak toestemming te hebben tot het krijgen van een paspoort, de verstikte vrijheid van de pers en de media, de zware intimidatie van de oppositie (met een aantal politieke moorden), de steeds groeiende kloof in beschaving tussen Polen en de „westerse landen” die achter het„ „ijzeren gordijn” lagen.
Afgebeeld: cel voor de oppositie.

Aan de andere kant kregen de miljoenen kinderen van boeren en arbeiders de mogelijkheid gratis te studeren en genoten zo het genoegen te stijgen op de sociale ladder. Werknemers van grotere industriële complexen ontvingen welzijnszorg en gratis huisvesting. Hun kinderen konden ieder jaar voor weinig geld op vakantie. De herinneringen aan PRL zijn gemend en dubbelzinnig. Heim-wee en haat strijden hierbij om voorrang. Eén ding is echter zonder enige twijfel zeker. Hoe-wel de media onder regeringstoezicht stonden hebben de autoriteiten nooit iemand de mond gesnoerd. De Polen werden nimmer geïntimi-deerd en waren nooit bang te praten. Er waren een heleboel grote komedies en cabarets die de absurditeiten van het tijdperk belachelijk maakten en die de vindingrijkheid toonden van een samenleving die dingen toch voor elkaar kreeg door hun overheid om de tuin te leiden.
Foto: propaganda poster uit de jaren ’50.

Allerlei politieke toespelingen onder de ogen van het publiek waren voor de mensen (en zelfs overheden zelf) perfect begrijpelijk. Gevoel voor humor is in Polen altijd aanwezig gebleven en dat is de reden waarom de Polen toen graag hun land „de plezierigste hut” in het socialistische kamp noemden.

Het was in dit tijdperk dat de meest waardevolle films gemaakt werden (waaronder die van de beroemde Poolse school (uit jaren 50). Ook televisie-programma’s (“Cabaret van de Oude Mannen”) en series, die tot op de dag van van-daag populair zijn en nog steeds een doorlopend repertoire op tv-stations vormen. Uit deze periode stamt ook de beste generatie Poolse acteurs. Van deze resultaten en de mogelijk-heden in de kunst kan de huidige generatie, financieel gedwongen om vooral in tv-soaps en series te spelen, slechts dromen. Om niet te spreken van de dromen van musici en andere kunstenaars. Foto: het satirische Kabaret van Olga Lipińska.

Voetballiefhebbers kunnen hieraan toevoegen dat de jaren ’70 de tijd was waarin Polen haar beste voetbalteam ooit, gecoacht door Kazimierz Gorski, had.

Voetbalteam, gecoacht door Kazimierz Gorski

Vaak worden de Polen als wat belachelijk, emotioneel, sentimenteel, zielig en achterlijk gezien, maar in ieder geval zijn ze ook koppig en standvastig in hun voortdurende strijd voor vrijheid. Er was een geweldige staf aan intellectuelen die, in samenwerking met gewone mensen, het land voorbereidde op de grote veranderingen. Het was de gewone Pool, die de eerste steen uit het „ijzeren gordijn” haalde en zo in Oost-Europa een lawine van veranderingen op gang bracht. Dus was het feitelijk dè Pool die het mislukte experiment genaamd „het socialisme” beëindigde.

Zie ook het artikel: Land van absurditeiten