Sacrum contra profanum

Het is niet juist te denken dat de religieuze oorlogen in Europa tot het verre verleden behoren. In Polen is er immers, nog steeds, een voortdurende strijd met een religieuze achtergrond gaande. Wellicht zonder bloedvergieten, maar niet zelden wordt het „kruis” gebruikt om de „vijand” neer te slaan.

In deze strijd staan er twee ongelijk bewapende „legers” tegenover elkaar.

Het eerste heeft de diepe overtuiging dat Polen een rooms-katholiek land zou moeten zin en dat het geloof en het heilige kruis de principiële kenmerken zijn van een echte Poolse patriot. Het katholieke kamp – vertegenwoordigt door de katholieke kerk, de rechtse, en nationaal-christelijke politieke partijen en organisaties. Dat deel van de samenleving beschikt over een krachtig wapen in de vorm van de staat en al haar instellingen. Daarmee kan het, in de praktijk, door middel van regels, besluiten en wetgeving, een vervaging van de grens tussen „kerk en staat” in het onderwijs en in de staatsinrichting veroorzaken.

Religieuze fanatici voor het Presidentieel Paleis in Warschau, 2012

Aan de andere kant van die barricade staan de pro-seculiere politieke partijen en organisaties die het seculiere karakter van de staat en het respect voor haar ideologische neutraliteit willen bewaren. Dit deel van de Poolse samenleving spreekt zich, vaak ondanks hun katholieke overtuiging, uit tegen de buitensporige invloed van de Kerk op de staat en het publieke leven. Hun belangrijkste wapens zijn, naast het parlement – het internet en demonstraties.

De mars voor het secularisme, Krakau 

Wellicht onbegrijpelijk voor West-Europeanen, maar in Polen zijn er hierbij nog veel problemen die opgelost moeten worden. De grote invloed van de katholieke kerk en godsdienst komt tot uiting in het feit dat een Poolse arts of apotheker, op grond van zijn katholieke geweten, een vrouw een abortus kan weigeren, zelfs als haar leven op het spel staat. Hetzelfde geldt voor de verkoop van anticonceptie. Een ultra-katholieke minister van justitie geeft er de voorkeur aan dat een Poolse vrouw wordt geslagen en verkracht door haar man, boven het bieden van de mogelijkheid van een homohuwelijk (in het kader van het „Verdrag tot bestrijding van geweld tegen vrouwen”, dat de Poolse regering beloofde te tekenen). Een leerling die de schoollessen in de katholieke religie weigert te volgen, mag worden beschimpt en vernederd.

 De katholieke Pool

Dit alles wordt gerechtvaardigd door het stereotype dat alle Polen rooms-katholiek zijn. Daar zit wel een kern van waarheid in, omdat zo’n 95% van de Polen zegt katholiek te zijn, wat dat ook mag betekenen. Iets anders is dat het in Polen niet eenvoudig is om te stoppen katholiek te zijn. De kerk heeft het beëindigen van het lidmaatschap zeer ingewikkeld gemaakt om degenen die de kerk willen verlaten te ontmoedigen. De gemiddelde Poolse katholiek (gedoopt op een leeftijd waarop men zelf nog niets in te brengen heeft) heeft de neiging om in god te geloven, maar een dieper begrip van de religieuze dogma’s valt hem nogal moeilijk en het naleven van de 10 geboden verloopt ook niet zo gladjes. Door de groeiende „losse” zeden (niet trouwen, maar samenwonen, samen slapen voor het huwelijk, anticonceptie, instemming met in-vitro, enz.) en het dalende kerkbezoek, wordt de betekenis van de term „katholiek” steeds vager en onduidelijker. Dit betekent dat er bepaald  geen onvoorwaardelijke aanvaarding is van de religieuze regels en van de leiding van de kerk.

Sacramentsdag

Het herhaalde (en door bepaalde stromingen bejubelde) stereotype van de Poolse katholiek kreeg in de 19de eeuw, de tijd waarin na de delingen de Polen hun identiteit verloren, een praktische betekenis. Slechts enkele eeuwen eerder was Polen – of beter gezegd het Pools-Litouwse Gemenebest – een multinationaal en multireligieus land. Het reikte tot ver in het oosten. In die samenleving was ca. de helft van de inwoners oosters orthodox of lutheraan en ook de calvinisten waren er rijkelijk vertegenwoordigd.

In die tijd garandeerde het Poolse gezag de vrijheid en de gelijkheid, het wilde geen de heerser over het geweten zijn. Die vrijheid werd ook gewaarborgd in de eerste Europese wetgeving (van  de Confederatie van Warschau van 1575). Geen wonder dat het Gemenebest beroemd was om haar tolerantie en onderdak gaf aan de zwaar vervolgde Tsjechische Hussieten en de Nederlandse doopsgezinden (lees: Nederland in Zulawy). Op de foto: de wet van de Warschauer Confederatie.

Die situatie begon te veranderen in de tweede helft van de 17de eeuw door de groeiende contra-reformatie en de dreigingen van het protestantse Zweden en van het orthodoxe Rusland. Als resultaat daarvan groeide er een sterke band tussen het Poolse zelfbeeld en het rooms-katholicisme. Men kan zelfs vrij rustig stellen dat vanaf dat moment het katholicisme ophield alleen maar een kwestie van geloof te zijn. Het groeide uit tot het „schild” tegen een aantal bedreigingen. (Voor veel Polen speelt het deze rol tot op vandaag!)

Pulaski in Czestochowa, Joseph Chełmoński. Op de banner – het cultus beeld van Onze Lieve Vrouw van Czestochowa

Deze trend werd in de 19de eeuw nog versterkt toen de staat Polen van de kaart werd geveegd. Dat is eenvoudig te begrijpen; toen de Russen in Warschau de ene orthodoxe kerk na de andere bouwden, zochten de Polen in andere (dus katholieke) kerken een samenbindend „wij-gevoel” als vervanging van hun vrijheid. Zo werd de katholiek godsdienst tot dè beschermer van de Poolse identiteit. Toen ook ontstond het bekende credo van de „echte Pool”:

Slechts onder het kruis / Slechts onder dit teken / is Polen het Polen / Eens een Pool, altijd een Pool

Na de herwonnen Poolse onafhankelijkheid, in de 2de Republiek (1918 – 1945), werd het samengaan van het katholicisme met het Poolse patriottisme sterk bevorderd door de nationaal-democratische beweging onder het leiderschap van Roman Dmowski. Zijn ideeën wonnen een grote populariteit en zijn tot vandaag zeer essentieel. Echter, in het vooroorlogse Polen was slechts 65% van de burgers katholiek, dus werden anders-denkenden Poolse patriotten „buiten gesloten” wat  zeer onrechtvaardig was.

 Religieuze oorlogen – het begin

Tijdens de Tweede Wereldoorlog en onder het erop volgende communistische regime (1945 – 1989) werd de katholieke godsdienst opnieuw de steunpilaar van Poolse identiteit en patriottisme. Dit werd gesteund door de intense secularisatie van het land door de communistische autoriteiten die, door de meeste Polen als „vreemde overheid” werden ervaren. (De Volksrepubliek Polen werd niet als een soevereine staat gezien). De verhouding tussen de Kerk en de communisten had het karakter van een religieuze oorlog. In die oorlog lag het initiatief bij de overheid. Die begon immers het land te seculariseren Ze verwijderde, bijvoorbeeld, de religie uit de scholen en elke vorm van religieuze activiteit, onder de mensen die behoorden tot de communistische partij (PZPR) en de heersende elite, was ongewenst. De katholieke kerk werd vervolgd en haar leider Kardinaal Stefan Wyszynski werd zelfs, in de donkerste jaren (1953/56), gevangen gezet.

Tombe van acteur Zbigniew Cybulski in Katowice. Communistische autoriteiten weigerden de katholieke begrafenis van de Poolse cinema superster te accepteren het verhulden de aanwezigheid van priesters in televisie uitzendingen.

Na de val het communisme (1989) en de oprichting van de 3de Republiek, begon de situatie te veranderen maar nu sloeg de slinger door naar de andere kant. Men kan stellen dat er nieuwe stellingen in de religieuze oorlog werden betrokken. Een van die nieuw gevormde fronten in 1997 was de strijd om de preambule en bepalingen in de grondwet van de 3de Republiek. Dat vergde erg veel tijd omdat de kerk het principe van scheiding tussen kerk en staat afwees en de ideologische neutraliteit van de staat, niet wilde aanvaarden. Ten slotte is het begrip „neutraliteit” vervangen door het compromis „onpartijdigheid”. Dus stelt het artikel 25 van de Grondwet (aangenomen door het parlement op 2 april 1997) dat:

De overheid in de Poolse Republiek onpartijdig is in alle zaken van de religieuze, filosofische en ideologische overtuigingen en de vrijheid waarborgt hen te uiten in het openbare leven.

Een nog groter probleem ontstond tijdens het opstellen van de preambule – de kern- vraag was het beroep op God (invocatio Dei). Gelukkig heeft een neutrale optie gewonnen en nu luidt het betreffende artikel als volgt:

(…) Alle burgers van de Republiek, zowel degenen die in god geloven als de bron van waarheid, gerechtigheid, goedheid en schoonheid, evenals zij die zo’n geloof niet delen, maar die de universele waarden respecteren op grond van andere bronnen (…)

Deze formulering was moeilijk te verteren door de kerk, dus lanceerde de kerk een intensieve campagne om de nieuwe grondwet in een constitutioneel referendum te verwerpen.

Paus Johannes Paulus II in het Poolse parlement, 11 juni 1999

De bisschoppen verloren die strijd, maar in een volgende behaalden ze wel een beslissende overwinning. Dit keer ging de strijd om het plaatsen van een katholiek kruis in de vergaderzaal van het Poolse parlement (Sejm). Deze „dramatische” handeling speelde zich af in de nacht van 19 op 20 oktober 1997. Twee leden van de rechtse partij Solidariteit Electoral Actie (AWS) hingen er heimelijk, een kruis op, zonder de toestemming van de betrokken autoriteiten of andere partijen. Het hangt er nog steeds, alleen dat al, is een trieste illustratie van een schending van de volgende paragraaf van artikel 25 van de Grondwet, die bepaalt:

Kerken en andere religieuze organisaties dienen gelijke rechten te hebben.

Dit kruis is een doorn in het oog van mensen die de religieuze neutraliteit van de staat belangrijk vinden, echter alle pogingen om het te verwijderen, zoals uitgevoerd door anti-klerikale Palikot Beweging (Ruch Palikota), zijn mislukt. Het is waar dat zo’n 70% van de Polen de aanwezig-heid van het katholieke kruis in het parlement steunt, maar het is wel in strijd met de grondwet. Het is heel boeiend om te volgen hoe  advocaten dit trachten te verdedigen: ze beroepen zich op de wil van de meerderheid of ze beschouwen het kruis  een onderdeel van de Poolse cultuur en traditie. Het meest opvallend zijn de meningen die stellen dat geen enkele parlementaire autoriteit bevoegd zou zijn te besluiten het kruis te doen verwijderen. Het feit dat degenen die het kruis ophingen ook niet bevoegd waren om dat te doen is niet relevant voor hen.
Het katholieke kruis in het Parlement.

Het katholiek kruis werd daarna ook in andere staats- en lokale overheidsinstellingen en in openbare scholen opgehangen en alle studentenprotesten die het verdwijnen ervan eisten (het gebeurde in 2007 in een van de middelbare scholen in Wroclaw) hebben verder geen effect bereikt.

 De religieuze staat

Het decennium van de jaren ’90 was de periode, waarin Polen meer en meer kenmerken van een religieuze staat kreeg. De katholieken kregen een machtige bondgenoot in de vorm van de Poolse staat in deze kwestie. De katholieke kerk werd een bevoorrechte plaats toegekend (voor meer details over dit onderwerp lees: RK-kerk in de III RP).

Mis met de steun van het Poolse leger

Het godsdienstonderwijs werd in de scholen al in 1990 ingevoerd, hetgeen in strijd met de wet is. Wat meer zegt: de staat is in 2007 overeengekomen de beoordelingen van de religielessen op te nemen in de cijferlijst. Hoewel de studenten uiteraard het vak  religie niet behoeven te volgen, worden ze er nu vaak toe gedwongen onder druk of chantage. Ze kunnen ook voor ethiek kiezen, maar lessen in ethiek zijn op de scholen een fictie. Het was dus niet zo verwonderlijk dat het onderwijs „over de religies” zeer snel een eenvoudige catechisatie werd. Niet alleen verloor de Poolse staat haar invloed op de lesinhoud, ze verloor ook de controle op de bekwaamheid van de docent. Alles hangt nu af van een bisschop. Studenten die niet naar die lessen gaan, worden vervolgd, zodat velen er alleen heengaan ter wille van de lieve vrede. Op de foto: religie leerboek voor de 5de klas. De titel van het boek: „Ik geloof in God” en de kaft duiden duidelijk op de katholieke catechisatie.

Wat er gebeurt op de Poolse openbare scholen wordt openlijk en duidelijk beschreven door studenten en docenten. Hier volgen een paar voorbeelden uit de „brieven aan Gazeta Wyborcza”.

Een kleine stad in het zuiden van Polen, de middelbare school. Niemand heeft er ooit gehoord dat men ook ethiek in plaats van religie kan kiezen. Tenminste drie studenten in een klas willen geen godsdienstlessen bijwonen. Maar er is natuurlijk helemaal geen alternatief. (…) echter, wanneer een deel van de klas besluit een keer geen les in religie bij te wonen, worden allen in opdracht van de rector gestraft door de beoordeling voor gedrag te verlagen. Als gevolg daarvan stopte de uitkeringen van de studiebeursen (toegekend door de minister-president, dus een hele eer en een hoop geld voor een middelbare scholier).

Een zeventien jarig meisje besloot niet door te gaan met de belijdenis en … – De priester, zo bleek, heeft mijn situatie besproken met andere kinderen in de volgende godsdienstlessen. Hij vertelde hen ook dat ik voor hem een nul ben.

Ik woon in een grote stad en ik heb een huis in buurt van de lagere school. Een openbare school. Maar … die school is vernoemd naar een heilige, de kinderen moeten lofzangen zingen op de melodie van kerkelijke hymnen. Alle schoolevenementen zijn verbonden met de kerkelijke agenda, het merendeel van de schoolreisjes gaat naar heiligdommen, en de kinderen moeten bij elke gelegenheid de mis bijwonen. Wat meer zegt: een priester opent, zegent en sluit elk schooljaar op ceremoniële wijze. Er zijn tal van dergelijke scholen.

Godsdienstles op een lagere school

En een andere verklaring, dit keer van Aleksander Bugla, een godsdienstfilosoof, die, na zeven jaar religie-onderwijs gegeven te hebben, een lesverbod kreeg, omdat hij weigerde kinderen te „kneden” in de geest van het katholicisme.

De priesters moeten de religieuze lessen „catechese” noemen en beginnen en eindigen met katholieke gebeden“.

Over de alternatieve keuze van de ethiek:
In feite bestaat dit alternatief niet omdat de priester vanaf het begin waarschuwt: ben je niet op religieles, dan betekent dat je niet bij de kerk hoort, je bent buitenstaander dus is er geen sprake van het bijwonen van ethiek-lessen. Voor de studenten, en vooral voor hun ouders, is het duidelijk dat zonder het bijwonen van religie-lessen het niet zal worden toegestaan om de sacramenten te ontvangen, dan zouden ze dus door de gemeenschap waarin ze leven, gestigmatiseerd zijn als een mens dat verwijderd is uit het religieuze leven.

De slag om de schoolcatechese is gewonnen door de kerk, maar het is slechts een Pyrrusoverwinning. Dit is hoe een schoolles over de religie er vaak uitziet:

Papier en opgeblazen condooms vliegen door de klas. De jongens schreeuwen, dansen om de tafels en springen op de banken. Iemand doet alsof hij een epilepsie aanval heeft, iemand gaat weg door het raam, de volgende probeert de volkomen hulpeloze catechist te behandelen met een zelfgemaakte sigaret.

Zo gaat het op een middelbare school:

Een zuster met een engelachtig gezicht citeert St. Augustinus met geïnspireerde stem. De helft van de klas heeft een koptelefoon op en de rest leest ostentatief de krant.

(De eenzaamheid van een catechist, „Polityka”). Vaak vragen de studenten of de priester masturbeert. Het heilige is ontheiligd en catechisten zouden graag terugkeren naar het religieonderwijs in de catechesatiekamers van de kerk.

(Het onderzoek van het Poolse Radio Programma 3 [25 september 2012] 77% van het publiek was voor opheffen van de religielessen op scholen).

Heren van de zielen

De slag om katholiciteit van de Poolse ziel wordt ook bevochten door een aantal partijen en andere organisaties. De leidende politieke partij is hierbij Prawo i Sprawiedliwość (PiS) – Recht en Rechtvaardigheid [de regerende partij vanaf 25 oktober 2015]. In een quasi exposé, gegeven in september 2012, zei de voorzitter Jaroslaw Kaczynski dat hij zal zorgen voor „het waarborgen van het recht dat de Poolse taal, de religie en de geschiedenis op alle scholen full-time moet worden onderwezen“. Dit is hoe een echte Poolse patriot moet worden opgevoed.

De voorzitter van de Wet en Rechtvaardigheid (PiS) partij Jaroslaw Kaczynski en paus Benedictus XVI

Een andere partij die het „katholieke” Polen krachtig bevordert is de „Nationale Weder-geboorte van Polen” (Narodowe Odrodzenie Polski). Gelukkig, slechts een kleine partij.

Verenigde Poolse Katholieken – propaganda-affiche NOP

Tot de meest invloedrijke instellingen die het katholicisme en de patriottische waarden bevorderen behoort Radio Maryja in Torun. De religieuze ideeën en het katholieke nationalisme worden er verwoord, samen met antisemitische, anti-EU, anti-liberale, homofobe en zeer xenofobe leuzen. De belangrijkste doelgroepen van RM zijn ouderen, laag geschoolden en de armsten, in de religieuze sfeer van een primitief en ritueel „volks- katholicisme”. (Ze worden vaak wel mohairs” genoemd. Die naam stamt van de mohair capuchons die vaak door deze oudere vrouwen worden gedragen).

Volgens Wikipedia: – Naar het oordeel van haar critici, baseert Radio Maria zich op stereotypen en menselijke onwetendheden en gebruikt ze voor haar doeleinden de frustratie van mensen die gekwetst zijn door de gevolgen van politieke veranderingen. Door het landelijke bereik van het radiostation heeft het een grote invloed op een samenleving, die zich er terdege van bewust is dat de meningen van R.M. worden geaccepteerd door een heel grote groep Poolse katholieke priesters. In het plaatje hierboven: Radio Maria luisteraars.

De studio van Radio Maryja in Torun

Ten slotte zijn er verder als verspreiders van het idee van de katholieke Polen, de jeugdorganisaties met een nationaal-katholiek karakter: „Alle Poolse Jeugd” (Mlodziez Wszechpolska) – een Poolse nationalistische jeugdgroep, die verklaart dat ze tot doel heeft de Poolse jeugd op te voeden in een katholieke- en patriottische geest. Een soortgelijk doel wordt nagestreefd door het Nationaal-Radicale Kamp (ONR), de erfgenaam van de ideologie van Roman Dmowski, met als doel: „te werken aan de heropleving van de nationale en katholieke waarden“.

Sinds 2010 georganiseerd (???) beide groepen de Onafhankelijkheidsmars op 11 November, een nationale feestdag. Hoewel het lastig is om die marsen te betrekken bij een religieuze oorlog, valt het op dat op hun spandoeken teksten verschijnen als “God, Eer, Land” en „Roman Dmowski, bevrijder van Polen”.

Onafhankelijkheidsmars / fot. Adam Kliczek, Wikipedia 

Aangezien beide organisaties door linkse organisaties gezien worden als fascisten (ze zijn anti-Semitisch, homofoob en racistisch en verwijzen soms ook naar de fascistische symboliek), leiden hun marsen vaak tot een echte strijd met de linkse coalitie genaamd „Overeenkomst van 11 November”.

Gelukkig maakt „Alle Poolse Jeugd” ook gebruik van vreedzame methoden bij de omgang met de initiatiefnemers van de gedachte aan een seculiere staat. Tijdens de mars voor het secularisme in Krakau (15 september, 2012) werden de deelnemers aangevallen met … folders die opriepen tot een bezoek aan de psychiater. Maar misschien moeten er ook wat anderen naar een psychiater?

 Mars voor de troonsbestijging van de Poolse Christus Koning

Door de Poolse cultuur te identificeren met het katholicisme proberen veel rechtse en nationaal-katholieke organisaties zich het monopolie op het patriottisme toe te eigenen. Het is – door de manier waarop – ook een zieligheids patriottisme, met de nadruk op het Poolse lijden en de constante dreiging van Rusland, van Duitsland en natuurlijk, van een goddeloze en corrupte Europese Unie.

Strijders voor de seculariteit

Natuurlijk is een zo’n krachtige toe-eigening van het recht een echte Pool te zijn en ook het streven van Polen een religieuze staat te maken, niet zonder reacties en protesten gebleven van mensen die hun zorgen wilden uiten over de ideologische neutraliteit van het land en de scheiding van kerk en staat, met respect voor het recht van mensen om hun ideologische opvattingen te uiten. Wat gegarandeerd wordt door de grondwet (zie het citaat eerder).

Het beste voorbeeld uit de praktijk is de zangeres Dorota Rabczewska „Doda”. Voor de stelling dat zij „meer gelooft in dinosaurussen dan in de Bijbel, want het is moeilijk te geloven in iets dat geschreven werd bij het drinken van wijn en het roken van een aantal kruiden” werd ze veroordeeld tot een boete van 5000 zł. Haar ex-vriendje Adam Darski „Nergal”, de leider van deathmetal band „Behemoth”, is ook werd beschuldigd van het beledigen van de religieuze gevoelens. Tijdens een concert in 2007 verscheurde Darski de Bijbel, noemde het een „boek van de leugen”, en ook de katholieke kerk – „de meest moorddadige cultus”. In dit geval vond de rechtbank dat het slechts een vorm van artistieke expressie was maar de zaak is nog niet voorbij. Maar in zake van het diep beledigen van gevoelens zijn ook de vertegen-woordigers van de kerk niet zonder schuld. Een paar jaar geleden noemde de Primaat Jozef Glemp atheïsten blaffende bastaarden. Afbeelding: Nergal.

Uit de Doda en de Nergal zaken blijken diepgaande veranderingen in de huidige Poolse samenleving. Tot voor kort was het onwaarschijnlijk om zo ver te gaan bij het uiten van vergelijkbare standpunten in het openbaar. De Kerk, vooral tijdens de periode van de Paus Johannes Paulus II, werd op een of andere manier beschermd. Dit betekent niet, dat de rationalistische en pro-seculiere stromingen zwegen. Reeds in de jaren ’90 verschenen er veel atheïstische organisaties, zoals de Vereniging voor de seculiere cultuur, de Poolse vereniging van vrijdenkers onder veelzeggende naam „Kazimierz Łyszczyński” (die, dit ter zijde, in de 17de eeuw verbrand werd om zijn atheïsme) en de Vereniging voor een ideologisch Neutrale staat „Neutrum”. In meer recente tijden werden de Poolse vereniging van rationalisten en de Vereniging van atheïsten en vrijdenkers opgericht. Afbeelding hierboven: logo der Poolse Rationalisten Associatie.

Helaas, hun reikwijdte en hun mogelijkheden zijn bescheidener dan die van het katholieke „leger” gesteund door de staat. De belangrijkste activiteiten zijn het beheren van websites, het helpen bij de procedures van kerkverlatingen en het organiseren van betogingen en demonstraties ter verdediging van atheïsme en seculariteit. Elk jaar wordt, in Krakau, een “mars voor het Secularisme” (onderdeel van de Europese marsen: “Voor een seculier Europa”) gehouden.

Mars voor Secularisme in Krakau, 15 september 2012

De slogans op de spandoeken waren bijvoorbeeld: „Jouw kruis draag jezelf, gooi het niet op een ander”, „Seculiere Polen, een wereldrecht”, „Polen seculier, niet katholiek”, „Bevrijd de school – religie terug naar de kerk”, „Seculiere staat, geen lijfeigenschap”. De betogers eisten, onder andere, gelijke behandeling van gelovigen en niet-gelovigen, het intrekken van het artikel op het beledigen van religieuze gevoelens, uitsluiting van religie uit de openbare scholen en geen subsidie voor de kerken uit de staatsbegroting.

Deze acties worden ondersteund door feministische organisaties, die elk jaar rond 8 maart de dag van de vrouw, organiseren de zogenaamde „manifas” (de afkorting van „manifestatie”). De belangrijkste slogan van de Manifa van maart 2012 was „Verbreek de navelstreng” – dat betekent het scheiden van kerk en staat. Foto: „Verbreek de navelstreng” – poster.

In het parlement wordt het idee van een seculiere staat traditioneel (hoewel met wisselend succes en betrokkenheid) gepromoot door de linkse partijen [helaas, na de verkiezingen in 2015. afwezig in het parlement]. Natuurlijk worden al deze activiteiten geconfronteerd met een acute reactie van de katholieke Kerk, die denkt dat „de Kerk systematisch wordt aangevallen door verschillende libertariërs, atheïsten en vrijmetselaars” (deze verklaring staat opgenomen in een pastorale brief Nihil novi van aartsbisschop Jozef Michalik van februari 2012 ).

 Kruistocht – vervolg

De Poolse samenleving heeft lange tijd haar kalmte, rust en passiviteit bewaard. Het werd alleen onderbroken door gebeurtenissen rond de vliegtuigcrash bij Smolensk op 10 april 2010, waarin president Lech Kaczynski, zijn vrouw Maria Kaczynska, parlementsleden, officieren en vertegenwoordigers van bekende maatschappelijke organisaties enz. de dood vonden. Om de slachtoffers van die ramp te herdenken en aan te dringen op het bouwen van een gedenkteken heeft een groepje padvinders illegaal een houten kruis voor het presidentiele paleis in Warschau geplaatst. Op deze dag – 15 april 2012 – begon een Poolse „kruistocht”, een „oorlog van het kruis”. Gedurende een aantal maanden verhinderde een menigte van fanatieke katholieken, merendeels Radio Maria luisteraars, de verwijdering ervan. Ze werden geconfronteerd met de reactie van de tegenstanders van dat kruis aan de voorkant van het Presidentieel Paleis en dat waren niet slechts atheïsten. Die confrontatie van de twee opvattingen liepen vaak uit op schandelijke ruzies of zelfs gevechten (ook oudere mensen kunnen soms behoorlijk agressief zijn!).

In de nacht van 9 augustus vond „Operatie Kruis” plaats:
Meerdere duizenden (gelovigen en ongelovigen samen) kwamen, via Facebook opgeroepen, bijeen om hun weerzin tegen het kruis te uiten. Nog nooit eerder was er een dergelijke massale demonstratie geweest tegen de katholieke fanatici in de  3de Republiek. De deelnemers presenteerden uitgesproken anti-kerk slogans, zoals: „Weg met de kruisvaarders”, „Ga naar je kerk, Polen is een seculier land, Respect voor de Grondwet …” en „Weg met de kruisen, verbrand de mohairs”. Op die dag werd een taboe ten opzichte van Kerk en religie gebroken.

„Operatie Kruis”: “Weg met de kruisen, verbrand de Mohairs”

Dat Smolenske kruis leidde tot inzicht. Kijkende naar de gezichten van zijn verdedigers, vertrokken van haat, zagen veel Polen voor het eerst, een heel ander Polen. Een Polen, waarvan ze het bestaan niet vermoed hadden. Veel mensen waren diep geschokt door het beeld van de jammerende mensen die Onze Lieve Vrouw ter bescherming van het onderdrukte vaderland aanriepen, die afwisselend patriottische en religieuze liederen zongen, die de nog maar net nieuw gekozen president Bronislaw Komorowski diep beledigden en zelfs opriepen hem te doden (!).

De kerk wist dit conflict niet op te lossen, ze nam zelfs geen standpunt in. Op een gegeven moment, voordat haar schapen ten aanval gingen omdat die de verplaatsing van het kruis niet toelieten, heeft ze zich zelfs letterlijk teruggetrokken. Dit heeft de kerk geen goed gedaan. Van dat moment af, was Polen niet meer hetzelfde. Toen begon het te veranderen.

 Niet gemakkelijk een atheïst te zijn

De onderwerping aan de dictaten van de godsdienst door publieke- en  door overheids-instellingen heeft een negatieve invloed op het leven van alle burgers, ongeacht hun religieuze overtuiging. Sommige problemen – als het ontzeggen van abortus in de staatsziekenhuizen, het weigeren van anti-conceptiva, de weigering om de behandeling in vitro opnieuw te vergoeden, de gedwongen catechisatie – kan vrijwel iedereen raken. Maar bijzonder teleurstellend is het voor de atheïst of aanhangers van andere religies die in Polen wonen. Hun overtuiging wordt vrijwel nooit gerespecteerd en ook hun meningen blijven nog genegeerd. Ergerlijk is de buitensporige blootstelling aan de religiositeit door de hogere nationale overheden. Vervelend is verder de algemene opvatting dat echt elke Pool katholiek is (typische vraag: – Als een kind  naar de 2de klas gaat: Oh, de communie is dus in het komende jaar?). Het gebrek aan enige tolerantie voor atheïstische- en de agnostische overtuiging doet pijn, met name doordat de Kerk zich alle staatsplechtigheden en feestdagen heeft toe-geëigend. Foto: de voorgaand voorzitter Bronisław Komorowski en de kardinaal Stanisław Dziwisz.

Het werd duidelijk verwoord door Joanna Rutkowska, een Gazeta Wyborcza lezer: – Ik voel me een patriot, ik houd van Polen, maar mijn land heeft geen manier gevonden me erbij te laten horen – elke keer als ik op Pilsudski-plein kom [ze bedoelt op een nationale feestdag] is er een kerkdienst, dus moet ik, bijvoorbeeld, de Dag van de Grondwet op een picknickveldje vieren.

De steeds voortdurende religieuze oorlog in Polen kan gemakkelijk worden gevolgd in berichten op de verschillende online fora of in commentaren van YouTube bij de patriottische liederen en videoclips. De eisen van het „Grote Katholieke Polen” worden afgewisseld met beledigingen tegen niet-gelovigen of mensen die het niet eens zijn met de extreme politieke opties van de katholieken. Dit is hoe het christelijke ideaal van de naaste liefde zich in Polen uit.

De katholieke Pool – hoe lang nog?

Uit verschillende onderzoeken blijkt dat de Poolse Katholieke Kerk haar grootste triomfen reeds heeft bereikt. De grootste nederlaag is de jeugdcatechisatie. Jonge Polen rebelleren openlijk tegen het onderwijsmodel dat hierbij wordt gebruikt in de Poolse scholen. Het gebeurt dat hele klassen de religieuze lessen ontwijken. Volgens Prof. Józef Baniak, die in 2010 de houding van jongeren tegenover de religie heeft bestudeerd: – In de „genationaliseerde kerk” en de „religieuze staat” vinden de Poolse jongeren geen plaats voor zichzelf en hun religiositeit. Hoogst waarschijnlijk zullen ze nog massaler weglopen, zullen massaal afvallig worden of, als volwassenen, zullen ze de sacramentele religieuze diensten gaan vermijden voor hun hun eigen kinderen en hen gaan opvoeden in de geest van de humanistische en seculiere moraal en cultuur (Adam Szostkiewicz praten over religieuze jongeren, polityka.pl). Ondanks het feit dat voor ongeveer 60% van de jongeren religie nog steeds een belangrijk onderdeel van hun leven is, is dat niet langer meer het geloof en de religie, zoals die werd beleden door hun vaders en grootvaders.

„Pelgrims” uit Wroclaw, 2003

Zeer opmerkelijk zijn de waarnemingen van een jonge buitenlandse journaliste Lis Evanstad, die naar Polen kwam voor Euro 2012. Ze had het volgende gesprek: – Op een dag vroeg ik een collega uit Zielona Góra [een Poolse stad] of ze katholiek was. Zij antwoordde: – Ja, natuurlijk. – En geloof je in God? – Nee, hoezo? De lezers op Face-book werd uitgelegd: „Wij zijn qua cultuur katholiek, vanaf de geboorte, maar niet qua geloof of praktijk.” (wyborcza.pl, misja21.blox.pl).

Bovendien, in het huidige Polen, komen nu dezelfde verschijnselen voor die in West-Europa hebben geleid tot een zeer  massale verschuiving weg van het christendom en een afname van het geloof in het bestaan van bovennatuurlijke wezens. Het helpt niet mensen als Dorota Rabczewska te straffen of het opdringerig presenteren van het zo archaïsche beeld van de „echte Poolse patriot”: dus bang voor de wereld (en in het bijzonder de EU, Rusland en Duitsland), de katholiek die weer zijn toevlucht zoekt in de bescherming van de oude Moeder Gods. Echter, het schadelijke stereotype van de katholieke Pool zal niet snel voor altijd verdwijnen. Wel vervaagt het besef dat geloof meer is dan de prive-aangelegenheid van mensen in een relatie tot patriottisme. „Religieuze oorlogen” zullen eerst dan tot het verleden behoren.
Afbeelding: Mars voor Secularisme in Krakau, 15 september 2012

Update ( maart 2016 )

Nadat PiS aan de macht kwam, bij de parlementsverkiezingen in oktober 2015, is ook de scheiding tussen kerk en staat verwaterd. Beide hebben elkaar nu nodig. Bovendien is het vroegere rolmodel van de Poolse patriot officieel opgepoetst (beter gezegd: opgelegd). Het wezenlijke kenmerk daarvan is  nu een diepe religiositeit. Het is nu nog niet duidelijk of de Poolse samenleving een dergelijk  model opnieuw zal aanvaarden, danwel op lange duur voor gewetensvrijheid zal kiezen.

Renata Głuszek

publicatie: september 2012 / bij gewerkt: maart 2016

Lees ook: RK-Kerk in de III RP & De Polen, een zelfportret & Oud Pools mysterie.

Foto’s: Wikipedia, Renata Głuszek, kpis.pl, wykurw.pl, racjonalisci.pl, ekjw.pl, nop.org.pl