Portrettisten van de Wasa

De zeventiende-eeuwse Poolse koningen maakten graag gebruik van de diensten van Nederlandse kunstenaars. Twee Nederlandse schilders uit de Nederlandse Gouden Eeuw, Peter Danckerts de Rij en Pieter Claesz Soutman waren zelfs, door het hof aangewezen, portrettisten van de Wasa dynastie.

Pieter Claesz Soutman (1580 – 1657) diende er slechts vier jaar, 1624/28, maar zijn opvolger, Peter Danckerts de Rij (1583/1605? – 1661), woonde van 1638 tot zijn dood in Polen. Dat was geen slechte keuze. De koningen van de Wasa-dynastie hadden veel belangstelling voor de kunst. De eerste van hen is, Sigismund III Wasa, bepaald geen geziene heerser (als gevolg van zijn absolutistische neigingen en zijn  bevorderen van de Contra-Reformatie), maar hij was het die het Koninklijk Kasteel in Warschau liet bouwen. Een kolom van Sigismund domineert het Kasteelplein tot vandaag.

Koninklijk kasteel in 1656, Erik Jönson Dahlbergh.

Hij verplaatste de hoofdstad van Krakau naar Warschau. Om de nieuwe koninklijke residentie te verfraaien nodigde hij veel bekende buitenlandse kunstenaars uit naar Polen te komen en kocht hij ook vele waardevolle kunstwerken. Deze traditie werd voortgezet door zijn opvolgers, Ladislaus IV (had een grote liefde voor muziek, tijdens zijn bewind was de Warschauwer opera de eerste continu werkende opera in Europa) en John Casimir. In hun collecties hadden ze ook schilderijen van Titiaan, Tintoretto, Rembrandt, Rubens, Brueghel de Oude, Soutman en Danckerts. Helaas werden die verzamelingen geplunderd door de Zweden tijdens de zogenaamde zondvloed (1655 – 1660) en schilderijen uit Polen weggeroofd.

Pieter Claesz Soutman kwam in 1624 op uitnodiging van Prins Ladislaus Sigismund Wasa, de zoon van Sigismund III. De jonge Wasa had van hem gehoord tijdens zijn verblijf in Antwerpen, waar hij Rubens ontmoette die Soutman, een van zijn studenten, aan de Poolse prins  aanbeval. Soutman werd geboren in Haarlem (een stad in Noord-Holland, nu de hoofd-stad van de provincie), als zoon van een brouwer. Hij vertegenwoordigde, zeer getalenteerd, de Vlaamse stijl in zijn werk. Sigismund III liet hem voornamelijk portretten maken, waaronder portretten van de kroningsgewaden van zichzelf en die van zijn vrouw, Constance van Oostenrijk (nu in de collectie van het Beierse Nationale museum in München).

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

Sigismund III Wasa en Constance in hun kronings robe.

De Nederlandse portrettist schilderde ook prins Ladislaus.

Ladislaus Vasa

In 1628 keerde Soutman terug naar Haarlem en werd zijn plaats na een tiental jaren ingenomen door Peter Danckerts de Rij uit Amsterdam.

Peter Danckerts de Rij kwam uit een heel beroemde schildersfamilie. Zijn vader Cornelius was zowel schilder, als graveur en drukker. Peter kwam in het midden van de 17de eeuw naar Polen en bleef daar tot zijn dood. Hij werkte in Warschau, Danzig en Vilnius. Hij stierf in Litouwen, in de buurt Rudniki, als slachtoffer van een overval. Voor zijn dood wist hij, zo zegt men, de portret-ten van de misdadigers te schetsen, zodat ze konden worden opgepakt. Bij de in diensttreding bij het Wasa-huis (in 1638) was hij al een volwassen kunstenaar en kreeg een grote invloed op de Poolse schilderkunst.

Hij begon zijn werk voor de koning Ladislaus IV (Sigismund’s zoon). De koning was het huwelijk met Cecilia Renata van Oostenrijk, een dochter van keizer Ferdinand II, aan het voorbereiden en had wat kunst nodig voor het verfraaien van de koninklijke residentie. Danckerts is de maker van een aantal portretten van het koninklijk paar, de aristocratie en het patriciaat. Vanwege het representatieve karakter van de afgebeelde, portretten tonen ze zorgvuldig alle details van de rijke robe.

Ladislaus IV

De Rij schilderde twee koninginnen – twee vrouwen van Ladislaus IV. De eerste van hen was Cecilia Renata, zeer populair in Polen (de oude Polen hielden van bescheiden en vrome vrouwen), maar ze vond geen geluk in het huwelijk met de zestien jaar oudere koning. Hetgeen kan worden afgelezen van haar verdrietige gezicht.

Cecilia Renata.

De Poolse koning had zijn leven lang een minnares, Jadwiga Łuszkowska (de dochter van een koopman uit Lviv), waarvan hij een zoon (Ladislaus Constant Wasa) en een dochter (die ook werd vereeuwigd door Deckerts) had. Geen van de drie kinderen van de ongelukkige koningin bleef in leven. De gelukkigste van hen, Sigismund Casimir, leefde slechts zeven jaar. De koningin stierf kort na de geboorte van haar derde kind, toen ze 33 jaar oud was.


.

.

.

.

.

.

.

Sigismund Casimir en zijn stiefzuster – een dochter van Jadwiga Łuszczykowska

De tweede vrouw was prinses van Mantua Gonzaga Maria Nevers, die in Polen de naam Louise Marie aannam (de naam Maria was ongebruikelijk in Polen uit respect voor de Maagd Maria).

Louise Marie.

Ook  Louise Mary vond geen geluk in het huwelijk met Ladislaus IV. Na zijn dood trouwde ze met zijn broer John Casimir.

Johan Casimir.

Ze had geen kinderen. De uiterst conservatieve Polen mochten haar niet erg vanwege haar politieke ambities, maar ze was een verstandige en energieke vrouw. Tijdens de Zweedse invasie stond de koningin aan het hoofd van het leger, leidde ze de eerste literaire salon in het gemenebest (Polen-Litouwen) en stichtte de eerste krant, de „Poolse Merkuriusz”. Zij bracht de vier jaar oude Marie Kazimiera d’Arquien, een latere vrouw van Jan III Sobieski, naar Polen.

Onder Danckerts’ schilderijen van aristocraten verdient dat van de kamerheer Adam Kazanowski uit 1638 een aparte erkenning. Het wordt gekenmerkt door de perfectie van de tekening, de subtiliteit in de lichtval en een grote devotie voor rood. De Nederlandse portrettist schilderde ook leden van de de lage en van de hoge adel.

adam_kazanowski

danckerts-portrait_of_a_young_man

Adam Kazanowski en het Portret van een jonge man met een panorama van Gdansk op de achtergrond.

Danckerts maakte ook 22 afbeeldingen van voorouders en familieleden van koning Ladislaus IV, Wasa, de Jagiello en de Habsburgers families. De portretten werden geschilderd op achthoekige tinnen borden en ze versierden het Marmeren kabinet in het Koninklijk Kasteel te Warschau.


Sigismund August en John III Wasa.

Slechts vijf ervan zijn bewaard gebleven. Ze zijn nu te zien in Nieborów (3), Moskou en Vilnius. Jammerlijk is het lot van de andere van Danckerts werken. Sommige zijn nu slechts nog bekend door de gravures ervan.

Ladislaus IV, gravure van Wilhelm Hondius.

Dit is het moment om een andere Nederlandse naam, te noemen, die van – Wilhelm Hondius.

Hij werd geboren rond 1598 in Den Haag als zoon van Hendrik Hondius de Oude, één van de belangrijkste graveurs en uitgevers van de 17de eeuw in Nederland. Aanvankelijk werkte hij voor het Nederlandse hof, samen met Antoon van Dyck. De eerste keer dat hij een bezoek aan Polen (Gdansk) bracht was in 1636. In 1641 heeft hij zich er gevestigd voor de rest van zijn leven. Ook hij diende de Wasa koningen, eerst Ladislaus IV, daarna Johan Casimir. Hondius was graveur en cartograaf aan het koninklijke hof. Hij graveerde de portretten van Ladislaus IV, Louise Marie, John Casimir, tal van patriciërs van Danzig en hoogwaardigheidsbekleders. Zijn kunstwerken tonen ook scènes uit het dagelijks leven.

Ladislaus IV en Louise Marie.

Tijdens de opstand van de Kozakken (1648 – 1655) vergezelde Hondius de Prins Janusz Radziwill op de expeditie naar Kiev (Oekraïne), zo was hij in de gelegenheid om een eerste afbeelding van de Kozakkenleider Bohdan Khmelnytsky te maken.

.

.

.

.

.

.

.

.

John Casimir en Bohdan Khmelnytsky.

In 1648 trouwde Hondius, in Gdansk, met Anna Mackensen, dochter van de smid van de koning. Van zijn leven na 1652 is helemaal niets bekend, aangenomen wordt dat hij omstreeks 1658 is overleden.

De tweede helft van de 17de eeuw behoorde aan een andere Nederlander, dit keer een architect, Tielman van Gameren. Meer over hem is te lezen onder de Architect uit Utrecht.

Renata Głuszek

Beelden: Vikimedia Commons, public domain

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *