Tweede wereldoorlog

1. Polen tijdens de Tweede Wereldoorlog 1939–1945

De Tweede Wereldoorlog begon voor Polen op 1 september 1939 om 04:45, met de aanval op de Poolse militaire basis in Westerplatte in Danzig door het Duitse slagschip de Schleswig-Holstein.

Slagschip de Schleswig-Holstein.

Dit werd een dag eerder voorafgegaan door de „Gliwice provocatie”, waarin de Duitsers deden alsof de Polen een Duitse radiozender in Gliwice aanvielen. Dat was bedoeld om de Polen de schuld te kunnen geven voor het uitbreken van de oorlog. Overgenomen door Hitler als Blitzkrieg, heeft deze invasie zich ontwikkeld tot een veldtocht die langer dan een maand duurde, waarin de Polen fel verzet boden, ondanks de indrukwekkende overmacht van de Duitse strijdkrachten.

Slagbij bij Bzura, 9 september 1939 en 18-22 september 1939 de verdediging van Warschau.

Zonder enige kansen en zonder werkelijke militaire hulp van buiten en op 17 september 1939 ook nog aangevallen door het Rode Leger in het oosten, moest Polen zich uiteindelijk, op 5 oktober 1939, overgegeven. Het gevolg daarvan waren nieuwe Poolse Delingen:

  • opgenomen in het Derde Rijk (de provincies Pommeren, Poznan, delen van de provincie Lodz, de stad Lodz, Opper-Silezië, Dąbrowski Basin, de westelijke districten van de provincie Krakau, het noordelijke deel van de provincie Warschau en de Suwalki regio – totaal 93.000 km2 bewoond door ongeveer 10 miljoen mensen).
  • beheerd door het Derde Rijk als het Algemene Regeringsgebied (een deel van de provincie Warschau met de stad Warschau, een deel van de Lodz-regio, de provincie Kielce, de stad Lublin, de stad Krakau en de provincie Lviv).
  • opgenomen in de Sovjet-Unie, op grond van het Molotov-Ribbentrop Pact van 23 augustus 1939, de gebieden ten oosten van de rivier de Bug – totaal 200.000 km2 met zo’n 13 miljoen mensen).

             zwart = Derde Rijk; wit = algemeen Duits toezicht; rood = Sovjet-Unie.

Volgens de militaire historici Czeslaw Grzelak en Wojciech Stanczyk (de „Poolse Campagne van 1939. In het begin van de Tweede Wereldoorlog”, 2005) werden er zo’n 63.000 soldaten en 3.300 officieren tijdens gevechten gedood en ongeveer 400.000 werden er gevangen genomen in Duitsland, en 230.000 in de USSR. Ongeveer 80.000 soldaten ontsnapten naar de neutrale Poolse buurlanden: Litouwen, Letland en Estland (12.000), Roemenië (32.000) en Hongarije (ongeveer 40.000). Een deel van het Poolse leger verliet het grondgebied van de Poolse staat al op 17 september 1939 (met de regering) naar Roemenië en Hongarije, waar ze werden geïnterneerd. De autoriteiten van die landen trachtten echter nimmer de massale ontsnappingen van soldaten die probeerden naar Frankrijk te komen (waar, onder een Pools-Franse overeenkomst van 9 september 1939, de eerste Poolse legereenheden werden gevormd) te voorkomen. Sommige van deze soldaten op weg naar West-Europa gingen over zee anderen door Joegoslavië en Italië. Ook gingen er via Syrië, Libanon en Israel.

Poolse militaire vrijwilligers in Frankrijk.

Na de overgave van het Poolse leger hebben veel soldaten nog geprobeerd om naar het westen (via Hongarije en Roemenië, enz.) te ontkomen door illegaal de zuidelijke, zogenaamde „groene” Poolse grens over te steken. Ze werden daarbij geholpen door speciale koeriers. Het was erg riskant omdat de Slowaken, die de grens bewaakten, de betrapte Polen aan de Duitsers overdroegen! Met die vluchtelingen werden vervolgens de Poolse strijdkrachten in West-Europa opgericht. Deze hebben een zeer actieve rol gespeeld in de strijd tegen de Duitsers in Europa en op andere continenten.

2. Het verzet

 Ondanks de afstand tot haar land heeft de Poolse regering in Londen de controle op veel terreinen van het sociale en politieke leven in het bezette Polen weten te behouden. Ze werd vertegenwoordigd door de regeringsafgevaardigde „thuis”, die de controle had over de 14 afdelingen – een soort ministeries. De strijdkrachten werden gevormd door het „Thuis Leger” (= Armia Krajowa = AK), de kern daarvan werd al in oktober 1939 opgericht. Ook de boerenorganisaties en veel verenigingen richtten hun eigen gevechtseenheden op, de Boerenbataljons en de Volkswachten, voornamelijk met een sterk guerrilla-achtig karakter.

Partizanen van het Thuis Leger (AK).

Dziś do ciebie przyjść nie mogę (Ik kan niet naar je toe komen vandaag) – populair lied van de guerrilla groepen.

Burgerlijke acties hadden een heel ander karakter – sabotage en afleidingsmanoeuvres(vernieling van industriële installaties en spoorwegen, transport, vernietiging van de militaire voorraden en hun magazijnen, van de bruggen, van gemeentelijke en ook andere overheids- gebouwen en ook van veel zagerijen en telefoonlijnen). Militair waren de aanvallen op de buitenposten van de gendarmerie, de politie, de grenswachten en aanvallen op een aantal Duitse militaire bevelhebbers. Heel veel van deze gedurfde acties, van groepen en hun leiders, zijn nu opgenomen in legenden. De activiteiten van het verzet richtten zich niet alleen op het blokkeren van bewegingen van de Duitse strijdkrachten, maar ook op bescherming tegen het verplaatsen van de Poolse bevolking (vooral in oostelijk Zamojszczyzna) als arbeidskrachten voor het werk in het Duitse Derde Rijk. Foto: anti-Duitse propaganda AK.

Ook gewone burgers bleven niet passief: het lijdzaam verzet en een boycot van de opdrachten van de Duitse autoriteiten en van de afgedwongen samenwerking met Duitsland. Ook in liedjes en propaganda, naast het verstrekken van waardevolle inlichtingen en informatie aan het verzet was die weerbaarheid kenbaar. Er waren ondergrondse kranten, men organiseerde op grote schaal „geheime” scholen voor het basisonderwijs, secundair en hoger onderwijs. Massaal werd de levering van voedsel aan Duitsland gesaboteerd en ver-valste men gegevens over de productie, die vaak illegaal was, die werd gebruikt om de steden te voeden. Die passieve vormen van het verzet tegen de vijand waren dus heel anders maar elke actie diende tot het in stand houden van de geest van de natie. Ook burgers betaalden heel vaak een hoge prijs voor deze strijd. Afbeelding: AK band.

Hier 2 filmpjes van „Verboden liederen” (1946) die het leven in bezet Polen illustreren:
In de tram een anti-Duits liedje (authentiek lied).
Smokkel voedsel – wie handelt met de dood? (authentiek lied).

3. Het Brandoffer (De Holocaust)

De omvang van de Joodse gemeenschap bedroeg voor de oorlog meer dan 3.500.000 mensen (10% van de bevolking in Polen!). Van hen overleefden – volgens schattingen – slechts 100.000 à 300.000 de oorlog. Na het uitbreken van de oorlog werden de joden massaal verplaatst naar gebieden van de overheid en naar gesloten getto’s. De grootste groepen van hen bevonden zich in Warschau (ongeveer 460.000 personen in 1941) en in Lodz (ongeveer 160.000 inwoners).

Getto’s en concentratiekampen op Pools grondgebied.

Het getto in Warschau in 2009.

 Zij, die de uiterst onmenselijke leefomstandigheden en de honger overleefden, werden gedeporteerd naar vernietigings-kampen als die in Auschwitz-Birkenau, Treblinka, Majdanek, Belzec, Sobibor en Chelmno. Zij die buiten het getto wisten te blijven werden in nederzettingen door Duitsers opgezocht en eveneens gedood. Helaas kwam het ook wel voor dat er Polen aan dergelijke slachtpartijen deelnamen. Een droevig voorbeeld is de afslachting in het dorp Jedwabne (op 10 juli 1941), waar in een schuur ongeveer 340 Joden levend werden verbrand. De houding van de Polen ten aanzien van de vervolging van joden tijdens de Tweede Wereldoorlog was zeer gespleten. Een groot deel van de bevolking koesterde zelfs een heel openlijke vijandigheid tegenover de joden (tijdens het interbellum hadden openlijk antisemitische partijen een grote aantrekkingskracht) en ze misbruikten de tragische situatie van de joden voor persoonlijk gewin. Bijvoorbeeld, hen laten betalen om te verzwijgen dat ze jood zijn, voor het verbergen van joden of zelfs joden aan de Duitsers verkopen. (Op dat laatste had de ondergrondse de doodstraf ingesteld.) Een groot deel van de Polen hielp de joden wel en deden dat met gevaar voor eigen leven. Polen was immers het enige bezette land waar de Duitsers de doodstraf hadden ingevoerd als straf op de hulp aan joden. Foto: getto in Lodz (Lemberg).

De regering in ballingschap nam in 1942 officieel stelling door het instellen van een Raad voor Hulp aan de joden genaamd de Zegota. Deze hulp omvatte onder andere het verstrekken van valse documenten aan de joden, het repatriëren uit de getto’s het verbergen van Joodse kinderen en het organiseren van schuilplaatsen aan de arische kant. Eén van de leden van de Zegota was Irena Sendler, die het voor elkaar kreeg ongeveer 2.000 Joodse kinderen uit het getto van Warschau te krijgen. Dit is later verfilmd in de bekende Amerikaanse film „The Courageous Heart of Irena Sendler.” (De film „The Pianist” van Roman Polanski toont het leven in het getto van Warschau op de basis van de herinneringen van de Poolse pianist / componist Wladyslaw Szpilman). Op de foto: Irena Sandler.

Tijdens de opstand van het getto in Warschau, die begon op 19 april 1943, leverde het thuisleger de opstandelingen wapens, kruit en munitie, haar leden namen zelfs actief deel in de strijd. Hetzelfde gebeurde in andere plaatsen.

De opstand van het getto in Warschau.

4. De Opstand van Warschau

Dit is één van de meest omstreden gebeurtenissen op het Pools grondgebied tijdens de Tweede Wereldoorlog, nog steeds is het een onderwerp van verhitte discussies en debatten. Geïnspireerd door het thuisleger, brak in Warschau op 1 augustus 1944 een opstand uit die eindigde op 3 oktober 1944. Militair was die gericht tegen de Duitse bezetting van de stad – de organisatie hoopte hen te omsingelen en ze in slechts vijf dagen te verslaan. Politiek was het gericht tegen de Sovjet-Unie, wier leger de oostelijke Poolse gebieden net had bevrijd maar was gestopt langs de Vistula rivier. Het was bedoeld om de gastheer van de hoofdstad te kunnen spelen en het tonen en behouden van de soevereiniteit en de legitieme overdracht van de macht door volgelingen der vooroorlogse Poolse regering, wat begrijpelijk is in het licht van het feit dat sinds 22 juli 1944 Polen ook een andere „overheid” had, opgericht in bevrijd Lublin door de communisten (het Poolse Comite voor de Nationale Bevrijding). In een breder  perspectief was die opstand een wanhopige poging om de internationale druk, die neigde tot het aanvaarden van territoriale wijzigingen in het oosten door de Sovjet-Unie op 17 september 1939, te weerstaan. Op de foto: PASTA gebouw in brand. (Het was de eerste wolkenkrabber in Warschau).

Opstandelingen maart 1943.

Kinderen van Warschau – opstandig lied met foto’s.

Hoewel slechts beraamt voor 5 dagen duurde de opstand er 63, wat ongelooflijk was want de opstandelingen bezaten niet genoeg wapens en ammunitie. Ze moesten dat van de verslagen Duitsers zien te krijgen. Ongelukkigerwijze behaalde de strijd geen enkele van haar doelen in ruil voor de dood van 120.000 a 150.000 van haar burgers.

Van het begin af is de opstand van Warschau heel anders beoordeeld. De volksautoriteiten maakten er na de oorlog zwarte propaganda van en stelden dat het een extreme politieke onverantwoordelijkheid is maar de bevolking van Warschau bleef hun helden altijd eren en heeft een speciale cultus van deze zeer vaderlandslievende gebeurtenis gemaakt.

Recent echter begonnen de historici zeer kritische kanttekeningen te maken. Prof. Jan Ciechanowski, historicus en ex-opstandeling, denkt dat het gevecht door de leiding slecht was voorbereid en op grond van de geostrategische- en politieke omstandigheden geen enkele kans van slagen had. Wat meer zegt, ze hebben in het geheel geen rekening gehouden met het ergst mogelijke en hoe opstandelingen dan de veiligheid van de burgers konden verzekeren.

Hetzelfde aspect werd naar voren gebracht door een andere opstandeling, generaal Zbigniew Scibor-Rylski, die zich bij de burger inwoners van Warschau verontschuldigde voor de vele burger slachtoffers van de opstand. Dit werd veroordeeld door een aantal vaderlandslievende kringen, maar de gemiddelde Pool deelt echter het kritische oordeel over de noodzaak van de opstand. Maar wat er ook over gezegd wordt, het blijft boven-al dringend gewenst eer te betuigen aan die jongeren  van Warschau die zonder te aarzelen hun leven gaven voor de vrijheid van Polen. Hun geestdrift en vaderlands liefde moeten blijvend geëtst zijn in het mooiste deel van de Poolse legenden.
                                                            Jonge rebellen.

Waar zijn de bloemen uit die jaren – foto’s van het lied, uit: Sława Przybylska.

5. Onder de Sovjet-bezetting

Na de verovering van de oostelijk Polen door de Sovjet-Unie (17 september 1939) werd de Poolse bevolking  er het slachtoffer van pesterijen, die werden ingegeven door de strijd van de Russische „proletarische staat” tegen de Poolse „Bourgeois staat” en tegen het imperialisme. De eersten die er onder te lijden kregen waren: de intelligentsia de politici van locale overheden, de geestelijken rechters, professoren, schrijvers, sociale- en vakbonds-activisten) en ook Poolse militairen – al deze groepen werden onmiddellijk gearresteerd. De leden van de intelligentsia werden naar de Archangelsk, Kazachstan, Oeral, Si-berië en naar  Krasnoyarsk gedepor-teerd. In werkkampen onder zeer erbarmelijke omstandigheden tot slavenarbeid gedwongen. In februari 1940 werden er de „boeren” aan toegevoegd, dit waren de grondeigenaren (ongeveer 300.000 mensen) die hun land hadden ontvangen bij de landhervormingen van 1925.
Afbeelding: invasie van de Russen in Lvov.

Deportatie van de Poolse bevolking.

De Sovjet-invasie van Polen
De soldaten, de status van krijgsgevangenen werd hen onthouden, werden opgesloten in kampen, de officieren, soldaten, grenswachten en politie in de kampen van Kozielsk, Starobielsk en Ostashkov. Zo’n 16.000 van hen werden vermoord in het voorjaar van 1940. Ook de resterende Poolse bevolking werd onderworpen aan pesterijen – het werd hen verboden de Poolse taal te spreken, hun bezittingen werden in beslag genomen, de jonge mannen werden ingelijfd in het rode leger en de Poolse culturele instellingen werden gesloten.

In het voorjaar van 1943 kwamen de Poolse communisten met Jozef Stalin overeen Poolse strijdkrachten op te richten op het grondgebied van de USSR. Die oprichting van Poolse eenheden begon op 6 mei 1943 aan de rivier de Oka in Sielce met de een Infanterie divisie (hun patroonheilige was Generaal Tadeusz Kosciuszko). In augustus 1943 werd dat omgevormd tot het eerste Poolse legercorps en in maart 1944 tot het eerste Poolse leger, dat deelnam aan de bevrijding van Polen en uiteindelijk vocht voor de verovering van Berlijn. In 1944 werd ook het tweede Poolse leger opgericht, dat deelnam aan de bevrijding van Praag.

1ste Infanterie Divisie – eed aflegging.

Oka – het lied van de 1ste Infanterie Divisie.


2 reacties op “Tweede wereldoorlog

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *