Pools liedboek

De Polen zijn altijd al een volk geweest dat veel van zingen hield. Zang is dan ook een onmisbaar onderdeel van hun feesten en vergezelde hen ook op de meest dramatische momenten in hun geschiedenis. De liederen beschrijven  lotgevallen en tegenslagen van dorpelingen, moedigden soldaten aan te vechten en hielden een nationaal besef en gevoel levend tijdens de Poolse delingen toen Polen, als staat, van de kaart verdwenen was. Tijdens de Volksrepubliek Polen dienden deze liederen voor propagandadoeleinden maar waren ze ook een verzetsuiting  tegen het communistische systeem.

Het Pools liedboek kan onderverdeeld worden in meerdere soorten liederen.

  HISTORISCHE EN PATRIOTTISCHE LIEDEREN

Het oudste Poolse lied het uit de 13de eeuw stammende Bogarodzica (Moeder Gods). Het is het oudste Poolse religieuze lied en de oudste Poolse poëtische tekst ooit. In de tweede helft van de 16de eeuw fungeerde het als het volkslied en werd het gezongen door de ridderschappen vóór grote gevechten, zoals de Slag bij het Groene Woud in 1410 en bij Chocim in 1621.

„Bogurodzica”, Józef Brandt.

In de erop volgende eeuwen hebben enkele van die liederen als nationaal volkslied gefungeerd voordat (hoewel het reeds in 1797 werd gecomponeerd) het Mazurek Dąbrowskiego (Dąbrowski’s Mazurka), in 1927, het Poolse volkslied werd. Dit was het lied oorspronkelijk gezongen werd door de poolse legioenen in Italië (als bondgenoot van Napoleon Bonaparte), die werden opgericht door- en stonden onder het bevel van, generaal Jan Henryk Dąbrowski. Het lied spreekt de hoop uit op de Poolse vrijheid die zou kunnen volgen na de veldtochten van Bonaparte. In die acties leerden de Polen de slagorden om te overwinnen. Het lied verwijst ook naar de zegevierende gevechten van hetman Stephen Czarniecki en generaal Tadeusz Kosciuszko.

 

 

Manuscript en de Poolse Legioenen in Italië, Józef Peszka.

 Volkslied sport uitvoering

Een andere belangrijk lied, werd geschreven in 1816, dat is Boże, coś Polskę (God red Polen), dat na de latere onaf-hankelijkheid van Polen in 1918 concurreerde met het mazurka van  Dabrowski om de rol van volkslied.
Dit is het  lied dat geschreven werd ter ere van de tsaar Alexander I, toen hij de kroon als koning van het Poolse rijk aanam. (Oorspronkelijk was dat het God save the King”). Na het wijzigen van de tekst werd het een zeer patriottisch lied. Afhankelijk van de tijden kreeg het God save Polen” de volgende aanpassingen in de tekst:  Ons thuisland heeft zich verwaardigd naar ons terug te keren, oh Heer” (de partities), Heer, zegen ons vaderland” (na 1918) of Thuisland kom vrij en waardig terug bij ons, oh Heer” (tijdens de nazi-bezetting en  het communistische regime). Dit lied werd alleen in de kerken gezongen.
Voorgaande foto: tekst van het volkslied, 1816.

Een andere kanshebber voor de rol van volkslied was de Rota uit 1910. Het lied is geschreven door de dichteres Maria Konopnicka, die de Polen in het Pruisische deel aanmoedigde de Germanisering te weerstaan. Het keerde zich dus tegen Duitsland. Het werd gezongen tijdens de Wielkopolska Opstanden (1918) en bij de Silezische Opstanden (1919-1921).

Het begint als volgt: “We zullen het land van ons volk niet in de steek laten / We zullen nooit toestaan dat onze taal begraven wordt” De Rota” werd weer populair in de jaren ’80 van de vorige eeuw met een veranderd stukje tekst: de Duitsers” werd vervangen door de Russen”.

De informele hymne van de anticommunistische oppositie werd in 1980 het lied Mury  (Muren”) door Jacek Kaczmarski, die de woorden schreef op een melodie van Lluis Llacha L’Etaca”. Zijn woorden spreken van muren die gaan instorten en de oude wereld  zullen begraven. Hoewel het einde pessimistisch is (de muren werden hoger en de ketens vielen niet) werd dit wel het strijdlied van Solidariteit. Mury” was (en is nog steeds) een zeer gewild lied bij het kampvuur:

„Trek de balken uit de muren!
Verbreek de ketens, breek de zweep!
en de muren zullen vallen, vallen, vallen,
Zullen de oude wereld begraven”.

MILITAIRE LIEDEREN

Een van de oudste poolse soldatenliederen is het Pieśń o żołnierzu tułaczu (Het Lied van de dwalende soldaat), de tekst stamt uit de 16de eeuw. De woorden beschrijven het harde leven van een soldaat die, haveloos en hongerig door het bos zwerft.

                            Poolse soldaten, in de 17de eeuw, Jan Matejko

Een ander soldatenlied uit die periode was erg populair in de 17de eeuw is de Duma Rycerska   (de trots van de ridders). Wat is er mooier dan een ridderlijk man?” vragen de woorden van dit lied.

De meeste militaire liederen gaan over de Ulanen (lansiers), die alle Poolse harten zo na liggen. De ulanen vormden de Poolse lichte cavalerie, bewapend met lansen, sabels en pistolen. De eerste ulaan-regimenten werden opgericht aan het begin van de18de  eeuw. Ook in het interbellum (1918 – 1940) werden er veel regimenten ulaan-cavalerie gevormd.

Op schilderijen zijn ze vaak afgebeeld in landelijke streken met schone dorpse maagden zo als in Przybyli ułani (De Ulanen zijn er)  waarin de cavalerist op het raam van een mooi meisje tikt, met het verzoek om binnen gelaten te worden om water voor de paarden te tappen. In Hej hej ułani  (Hé hé ulanen) wordt gezegd dat veel meisjes en getrouwde vrouwen de lansiers zullen volgen. Dit en ook andere liederen zijn nog altijd een populair onderdeel bij een feestelijke samenzang. Foto hierboven: „Ulaan met het meisje”, Wojciech Kossak.

Een vast onderdeel van het repertoire van de oudere generaties Polen, zijn andere militaire nummers van vóór de Tweede Wereldoorlog, net als sentimentele O, mój rozmarynie  (Oh mijn rozemarijn), over een jonge man die afgewezen wordt door een meisje, dus hij gaat hij in het leger… natuurlijk, bij de ulanen (lansiers).

 STRIJDLIEDEREN

Een rijk repertoire aan militaire muziek is ontstaan in de tijd van de 2de Wereld-oorlog. Het is onderverdeeld in (a) verzets- en opstands-liederen, (b) liederen van de Poolse strijdkrachten die in de USSR opgericht werden en (c)  de liederen van de Poolse strijdkrachten in het Westen.

Een heel wel populair verzetslied is Dziś do ciebie przyjść nie mogę (Vandaag kan ik niet bij je komen). Het verhaalt van een partizaan die zijn vriendin vertelt dat hij haar niet kan opzoeken, omdat hij wordt verwacht bij zijn kamaraden in een verzetsgroep.
Foto:  Partizanen van de Binnen-landse Strijdkrachten („Thuisleger”).

Een volkslied is het partizanenlied: Rozszumiały się wierzby płaczące (Ruisend huilen de wilgen), waarin de soldaat het meisje vraagt om niet te huilen, want het guerillaleven is zo slecht nog niet, want de granaten klinken hem als dansmuziek in de oren.

Het muzikale hoogtepunt van de Poolse strijdkrachten in de Sovjet-Unie is het lied Oka. De titel verwijst naar de Russische rivier de Oka, waarlangs, in het dorp Sielce, in 1943, de Poolse 1ste Tadeusz Kosciuszko Infanterie Divisie werd opgericht. De soldaten zingen dat de Oka een prachtige rivier is, maar ook dat Vistula (Weissel) de mooiste is.

De Poolse strijdkrachten in het Westen hadden hun eigen uitverkoren lied Czerwone maki na Monte Cassino (Rode papavers op Monte Cassino), het prijst de heldhaftigheid van  de soldaten van het 2de Poolse Korps die vochten om die beroemde Italiaanse heuvel. Het is geschreven en gecomponeerd in de nacht van 17 op 18 mei 1944, een paar uur voor de val van het klooster. De tekst vertelt, waarom de klaprozen van Monte Cassino zo mooi rood zijn (omdat ze zoveel Pools bloed te drinken kregen). Als loflied van de Poolse strijdkrachten in het Westen, was het ongewenst in communistische tijden.

Het populaire lied: „Rode papavers op de Monte Cassino” voor de eerste keer uitgevoerd door en voor de Poolse soldaten in Italië.   

Veel nummers begeleidden de opstandelingen tijdens de Opstand van Warschau. Het populairste was Pałacyk Michla (Herenhuis Michl). Het vertelt dat het verzet tegen de Duitse Tijgers visten” (de vis was het Pools militaire pistool type 35, dat beschouwd werd als het beste handwapen ter wereld). Een ander populair lied van de opstandelingen: Hej chłopcy, bagnet na broń  (Hey jongens, monteert  het pistool).  

VOLKSMUZIEK

De thema’s van Poolse volksliederen hebben betrekking op alle aspecten van het leven: liefde, werk, spel, rituelen. Daarom worden ze verdeeld in de rituele liederen (huwelijk, oogst), morele liederen (liefde, flirten, soldaten), en gezangen (de dans melodieën, de balladen en de religieuze liederen). Eeuwenlang werden ze mondeling overgeleverd van generatie op generatie, zonder de notatie of de tekst vast te leggen. Veel ervan werd gered door de etnograaf Oscar Kolberg, die in de 19de eeuw begon ze op schrift te stellen. Traditionele Poolse volksliederen kennen slechts één zangstem. Meerstemmige zang komt eigenlijk alleen in Podhale (in de Pieniny bergen) voor.

Volksgroep uit Niżany, www.ludowakapela.cba.pl.

Hierbij een paar voorbeelden gebracht door authentieke volksgroepen.

Folk band Grodziszczoki.

Zbojnicki – Hej Cyrwono  door de folk band Galicow (Tatry Highlanders).

Liederen en dansen worden en worden ook uitgevoerd door professionele nationale zang- en dansensembles. De belangrijkste daarbij zijn die uit Mazovië (Mazowsze) en Silezië (Śląsk).

Gęsi za wodą  (De gans in het water)  door het National Folk Ensamble „Mazovia”. 

Poolse volksliederen zijn vaak inspirerend voor veel Poolse volksartiesten en groepen. Zoals in het traditionele lied Dwa serduszka (Twee harten), door Anna Maria Jopek.

Het bevorderen van Poolse volksmuziek en liederen, met name uit Mazovië, heeft ook heel opzienbarende resultaten opgeleverd. Dat is te horen bij de Warsaw Village Band (Kapela ze wsi Warszawa) die de muziek speelt op een avantgardistische manier.

De band speelt de traditionele volksinstrumen-ten zoals viool, dulcimer, baraban, draailier en cello maar maakt in de liedjes gebruik van tradi-tionele zang technieken. De leden van de band namen les bij de echte volksmuzikanten. De Warsaw Village Band gebruikt ook wel volks-muziek uit andere landen voor hun composi-ties.Hier zijn twee van hun goede vertolkingen: Zagrajcie muzykanty! (Speelman speel!),
en
U mojej matecki  (Bij mijn moeder).

Voor artiesten zijn de zeer energieke hoogland liederen het aantrekkelijkst. Highland folk” kan zelfs met succes gemengd worden met … reggae, dat is goed aangetoond door het ensemble Trebunie Tutki. Dit nodigde zelfs uit tot een gemeenschappelijk optreden met het reggae ensemble de Twinkle Brothers:
W murowanej piwnicy  (In een gemet-selde kelder) – Trebunie Tutki & Twinkle Broeders 

Volksliederen – de authentieke zowel als de pseudo authentieke – zijn nog steeds een constante in het Poolse feestrepertoire.

LIED VAN DE STAD

Stadse volkskunst is vooral vertegenwoordigt in de vooroorlogse liedjes uit Warschau en uit Lvov. De liederen uit Warsaw zijn meestal van het ballade type. Ze werden gezongen door vertegenwoordigers van het lompenproletariaat (werkende inwoners van de lagere klasse uit Czerniakow en Wola (voorsteden), vaak kleine criminelen.

Deze individuen leefden op  een wat gespannen voet met de wet, maar ze hadden een bijzondere, heel eigen, gedragscode. Hun allerbelangrijkste waarde was de eer. Veel van deze liedjes werden in de gevangenissen geschreven. Smartlappen (ballades van de straat) vertolken de verhalen van een erg sterk gemeenschappelijk dagelijks leven, met verraad, dintojra (bloedwraak), liefdes, veroordeelden en ga zo maar door. Het onmisbare instrument voor deze straatorkestjes waren mandoline en accordeon. Het was gebruikelijk dat de muzikanten gekleed gingen in een plaidjas, een baseballpet en sjaal. Na de 2de Wereld oorlog werden deze liedjes zeer populair door de vooroorlogse stedelijke held Stanislaw Grzesiuk, een zeer boeiend persoon die zeker aandacht waard is. Afbeelding: Stanisław Grzesiuk.

Bal na Gnojnej  (Het feestje in de Gnojna straat) – uitgevoerd door Stanisław Grzesiuk.

Na de 2de Wereldoorlog herleefde in Warschau de straatmuziek” en wordt nu uitge-voerd door verschillende bands, zoals het Orkest van de Chmielna Straat”, door de Czerniakowska Band en door individuele kunstenaars, die nu weer een nieuw repertoire opbouwen: Sztajerek z Targówka (Sztajerek from Targówek) –  Czerniakowska Band.

De meeste populaire nummers zijn ook uitgevoerd op andere en modernere wijzen, door de jongere artiesten: Komu dzwonią (Voor wie de bel luidt)  – Maciej Malenczuk & Wojciech Waglewski.
Het lied is een dronkenmanslied voor de oude dronken man, die zegt, op het moment van sterven, dat de bel voor hem niet geluid zal worden omdat hij toch niet de moeite waard is.

Ook Lviv, dat tot de Tweede Wereldoorlog tot Polen behoorde, was beroemd om haar straatliedjes. Ze werden gezongen in een kenmerkend, gemakkelijk herkenbaar accent en werden populair voor – en na de oorlog door het duo Tońcio en Szczepcio, een tegenhanger in Lviv van het Warschauer lompenproletariaat.

Na de oorlog werden de volksliederen uit Lvov om politieke redenen in Polen verboden (de stad was immers veroverd door de Sovjet-Unie), maar ze leefden toch voort in het Szczepcio i Tonciovolksgeheugen. Sommigen ervan maken nog steeds deel uit van het „klassieke” Poolse feestrepertoire. Een volgende voorbeeld, Tylko we Lwowie (Alleen in Lvov) een num-mer uit de film „Vagrants” (1939), verklaren Szczepcio en Tońcio dat ze Lvov echt nooit zullen verlaten, ze voelen zich daar op hun best. Maar ze deden het toch en voor altijd, net na het uitbreken van de oorlog en keerden nooit weer terug net zoals veel andere mensen. Straatmuzikanten Szczepcio en Tońcio in “Vagrants”.

DISCO POLO

Het „Poolse liedboek” kan niet zonder – of we het leuk vinden of niet – de zeer popu-laire „disco polo” muziek, een equivalent van de „Italo disco” en soortgelijke genres. Deze heel aparte muziek wordt nu in populistische kringen wel gezien als de meest volledige echt Poolse uiting van de behoefte (en de smaak) van het gewone volk. Het anti-elitaire element erin is belangrijk. Deze ludieke disco polo is heel geliefd onder de laag-opgeleiden op het platteland in het oosten van Polen (Białystok, Podlasië). Deze muzieksoort wordt gekenmerkt door een tamelijk eenvoudige melodische lijn (de 2- of 4-kwarts maat), begeleid door een synthesizer of toetsenbord.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Accent team, eerste van links – Zenon Martyniuk, koning der disco polo / afb. Karol007.

De wat simpele, bijna kitscherige, teksten gaan in het meestal over liefde en verliefden, moedigen aan tot plezier en hebben vaak een wat erotische context. Bijvoorbeeld, de grote hit uit 1994:

Panties in dots, uitgevoerd door de Bayer Full (1994).

Panties met stippen wo ho, ho, ho
blauwe linten wo, ho, ho, ho
witte beha wo, ho, ho, ho 
kleine knopjes, wo, ho, ho, ho 

Dat is het uniform van onze ladies,
met kant en tulle, vertel ik jou.

Andere voorbeelden:

Zij danst voor mij, uitgevoerd door Weekend (2012).

Ik houd van haar.
en zij is daar
en danst voor mij want ze weet heel goed dat ik haar zal pakken
en dat ik haar zal verstoppen op de bodem van mijn hart.

Bałkanica”, uitgevoerd door Piersi (2013).

Er zal zijn! Er zal lol zijn!
Dat zal gebeuren!
De nacht zal weer kort zijn.
En zal lawaaiig, vol lol zijn.
Samen zullen we de hele nacht door dansen.

De disco polo ontstond in de jaren ’90 en heette aanvankelijk „straatmuziek” (de audio-cassettes werden direct op straat verkocht) en werd enorm populair (er waren zelfs radio- en tv-programma’s op de commerciële zenders, zoals Disco Polo Live). De populairiteit verminderde in het begin van de jaren 2000, maar maakt nu (2016) een wedergeboorte door. De muziek is nogal ongenuanceerd (de „zwart of wit soort”) en wordt door sommigen beschouwd als een voorbeeld van slechte smaak. Maar men moet ook toegeven dat de disco als geen ander genre het leven vertolkt en ook nog aanmoedigt plezier te hebben. Veel Polen beleven een groot genoegen aan deze muziek, zowel in de disco als op bruiloften en bij concerten.

FEESTREPERTOIRE

Polen zongen altijd graag – en nog steeds – tijdens feesten. Het feestelijke repertoire is zeer rijk en de liederen komen uit alle hierboven genoemde categorieën (patriottische, militaire-, volks- folk, en straatliederen).

Elk verjaardagsfeest begint met het nummer Sto lat  (Wij wensen u honderd jaar). Het is de Poolse collega van het Nederlandse Lang zal die leven” en het laat ons drinken, laat ons klinken, (want) over honderd jaar, zijn we niet meer bij elkaar”.

Een vaak uitgevoerd tafellied” is Pije Kuba do Jakuba   (Cuba groet Jacob) dat uit de 18de of mogelijk zelfs de 17de eeuw stamt. De woorden moedigen aan om op een heel bijzondere manier te drinken: „Cuba groet Jakob, Jakob groet Michael, jij drinkt, ik drink, dan drinkt het hele gezelschap en wie niet drinkt, zal bij de „twee stokken” (paraplubak) gezet worden. Merkwaardig is dat het lied aanbeveelt matig te drinken.

biesiadne

Het Poolse feestlied vindt soms internationaal weerklank, zoals blijkt uit het succes van het Pools-Oekraïense lied Hej sokoły  (Hé valk), dat was in de 19de eeuw geschreven door de Pools-Oekraïense dichter en componist Thomas Padura. Hej sokoły” drukt liefde en verlangen uit naar de Oekraïne (waarvan sommige streken tot de Tweede Wereldoorlog bij Polen hoorde). Afhankelijk van de nationaliteit van de zangers, is de held van het lied een Poolse Lancier of een Ukraïnse kozak.

In de ziel van de Polen is er ook een verlangen naar een Zigeuner romantiek – het nummer My Cyganie (Wij, zigeuners) is een onmisbaar element van elke kampvuur of feest.

Hieronder – een reeks van feestelijke liederen uitgevoerd op een echte bruiloft. Dit is hoe de Polen plezier maken!

Feestelijke liederen

KERSTLIEDEREN

Poolse kerstliederen zijn de mooiste ter wereld. De oudste lied komt uit het jaar 1424. Sinds het begin van de 17de en de 18de eeuw zijn ze in toenemend mate populair geworden. Sommige van de kerstliederen hebben de tune van een polonaise(de traditionele Poolse dans), zoals Bóg się rodzi (God is geboren) of „W żłobie leży” (Liggend in een kribje), die melodie is afkomstig is uit de kroningspolonaise van koning Wladyslaw IV. Hoewel sommige van de kerstliederen in verheven vorm de geboorte van Jezus Christus aan- kondigen, zijn er ook veel mooie slaapliedjes, terwijl anderen juist weer zeer levendig worden gezongen. Ze worden uitgevoerd door volksgroepen, koren en zangers steeds op, min of meer, de zelfde traditionele wijze.

Wśród nocnej ciszy (In de stille nacht) uitgevoerd door by Golec uOrkiestra

Ze worden zelfs door de grootste operazangers gezongen:

Lulajże Jezuniu (Hush kleine Jezus), uitgevoerd door Luciano Pavarotti, Jose Carreras en Placido Domingo

Maar de mooiste worden uitgevoerd door Highland Folk ensembles!

Malućki malućki  (Baby, Baby) uitgevoerd door Little Trebunie Tutki

Lees ook: Kerstliederen

DE BELANGRIJKSTE ROCKSONG

De belangrijkste Poolserock song is Autobiografia (Autobiografie) door Perfect, een verhaal dat vertelt van het onvervulde leven en verloren dromen van een jongen die een grootse carrière op het podium wilde maken. Het lied maakt gebruik van de autobiografische motieven van de makers, het toont een stukje van het leven in het communistische Polen.

Autobiografia

Ik was tien op het moment
Toen de wereld hem het eerst hoorde,

We hadden een club in mijn kelder.
Een maat van me bracht een radio
Ik hoorde “Blue suede shoes”,

en ik kon niet slapen die nacht.
De wind van verandering waaide,
Er was amnestie,
Je kon weer lachen.

De drukte van de cafés
Was overrompeld door jazz als tornado
Dus wilde ik ook spelen…

Mijn vader, God weet waar,
Plaatste openhaard ovens,
Een nagel kwam van mijn vinger.
Ik maakte zaagsel van de hals van mijn gitaar

Ik speelde miljoenen dwaze liedjes, 
En ontdekte wat seks betekende.
De rage van geluidsbriefkaarten*,
Iedereen had er honderden van,
In plaats van een nieuwe spijkerbroek.
En op zaterdagavond, Er was Radio Luxemburg, gratis huis en drank,
Het leven was goed!

We waren met ons drieën
Elk van een andere bloedgroep
Maar verenigd met één doel voor ogen
Na een paar jaar,
De wereld aan onze voeten,
We bezaten alles.
Een slok goedkope wijn,
En discussies tot in de ochtend
Ongeduldig waren onze zielen,
Kreeg er een slaag in het gezicht,
De ander zou huilen,
Dingen die gebeurden.


Zij was de reden van onze ruzie
Had een gezicht als Pola Raksa*
Waar iedereen voor zou sterven.
Op een zomeravond
Ik ging met een deken op het dak
En ik kreeg wat ik wilde.
Ze zei dat er wellicht problemen kwamen
Ik zei dat er voor mij een examen kwam.
Ze draaide de knoppen van het gas open
Niemand kwam op tijd kloppen,
Ik was weer alleen, als een hond.

Honderden andere stukken om te spelen
Die zou mijn pijn zouden verdoven
Het leven heeft me dat geleerd.
Plat in bed liggend
Verspilde ik mijn tijd
De beste tijd van mijn leven.

 Voor goedkoop gejuich in bars
De klezmer deed me dingen spelen,
Waar ik me nog steeds voor schaam.

Op een dag,
Ik realiseerde me dat
Ik nutteloos ben.

Luister naar mij!
Ik heb mezelf verslagen,
Eindelijk is mijn droom uitgekomen,
Drukte van duizenden
Drink de woorden van mijn lippen,
Ze houden van me.


Een ventilator in een hotel
Zegt: “Ik heb dat gekregen op tape,
Op dat moment ze beginnen ze te zingen! “
Ik open de deur
En spreek niet meer
Tegen de vier muren …

* In de communistische tijd waren buitenlandsegrammofoonplaten, in Polen, niet beschikbaar. Hits kon je alleen maar op zogenaamde audio briefkaarten krijgen. De opnamen erop waren van zeer slechte kwaliteit.

**Pola Raksa – een Poolse actrice

Foto: Marcin Kaniak, Vikipedia, www.ludowakapela.cba.pl